Of het nu gaat om de aanleg van de Oosterweelverbinding, de constructie van nieuwe elektriciteitscentrales, het uitbouwen van e-commerce, of het aantrekken van bedrijfsinvesteringen, er is telkens één constante in dit land.

Door een schrijnend tekort aan besluitvorming en een lang vergunningstraject, duurt het lang, tergend lang vooraleer aan iets begonnen kan worden.

Die sloomheid dreigt ons opnieuw zuur op te breken. Zo moeten er liever gisteren dan vandaag knopen doorgehakt worden als we onze elektriciteitsbevoorrading bedrijfszeker, competitief en milieuvriendelijk willen maken.

Zo dreigen we weer kansen te missen in de race om de elektrische auto. Bedrijven als Umicore staan te popelen om nieuwe investeringen te doen, maar botsen op een muur van traagheid.

De droom van dit land in 2030 kan pronken met een sterke elektrische-auto-industrie, ondersteund door hernieuwbare energie met voldoende back-upcapaciteit, hoeft geen bedrog te zijn.

Kerncentrales

De eerste horde moet dan nu wel genomen worden. Kunnen we tegen 2025 zonder kerncentrales, terwijl die nu nog de onmisbare sokkel vormen van onze elektriciteitsbevoorrading?

In theorie is het mogelijk. Een studie van de netbeheerder Elia toont aan dat het geen fortuin hoeft te kosten om de kerncentrales te vervangen door een combinatie van hernieuwbare energie en nieuwe gascentrales.

Meer nog, een nog grotere sprong richting hernieuwbare energie verdient zichzelf terug via meer jobs, minder invoerkosten van fossiele brandstoffen en minder uitstoot van broeikasgassen.

Dat is de theorie. In de praktijk is het al te laat om tegen 2025 de kerncentrales met pensioen te sturen.

Zelfs al wordt straks een energiepact gesmeed dat duidelijke keuzes maakt, wie zal daar voldoende in geloven om miljarden te investeren in gascentrales waarvan de rendabiliteit met één politieke bocht onderuit kan worden gehaald?

Gaan we echt de uitstoot van CO2 subsidiëren?

De basisvoorwaarde voor een snelle en succesvolle energietransitie is een stabiele wetgeving, maar die basisvoorwaarde is niet vervuld. We gaan nog stroomstoten meemaken in dit land.

Misschien is een Belgisch compromis mogelijk door de kerncentrales gefaseerd te sluiten vanaf 2025. De studie van Elia merkt daarbij terecht op dat de bonus van dit scenario, 240 tot 550 miljoen euro per jaar, grotendeels naar de uitbaters van de kerncentrales vloeit. Dat is in het hoofdzaak het Franse Engie, en dus niet de Belgische economie.

Een billijke herverdeling van deze baten dringt zich op. Een gefaseerde sluiting koopt ons in elk geval wat extra tijd, kost ons minder aan subsidies voor gascentrales, en haalt onze broeikasrekening omlaag.

Subsidies voor CO2-uitstoot

De ongemakkelijke waarheid is dat subsidies voor gascentrales neerkomen op subsidies voor CO2-uitstoot, op een ogenblik dat minder uitstoten steeds dwingender wordt, ook economisch.

Zolang de politiek geen geloofwaardig klimaatplan presenteert, moeten marktspelers in hun spreadsheets een vraagteken invullen in het belangrijke vak 'klimaatkosten', naast het vraagteken in het vak 'levensduur kerncentrales'.

Geen enkel management zal bij zoveel onzekerheid een investeringsplan voorleggen aan zijn raad van bestuur. Met als resultaat dat een besluiteloze overheid zowat alle vormen van elektriciteitsproductie moet subsidiëren om het gebrek aan visie te compenseren.

De verdere identificatie van de economie en mobiliteit zal niet wachten op nieuwe Belgische centrales, maar biedt wel een enorme kans voor onze industrie.

Gelegen op een boogscheut van de Duitse autobouwers, en gezegend met technologische speerpuntbedrijven, kunnen we een hofleverancier worden van de veelbelovende elektrische-auto-industrie.

Umicore, een wereldleider in batterijmaterialen, kondigt nieuwe investeringen aan. Maar daarom niet in België, want het duurt hier allemaal te lang. Hoog tijd dus dat de besluitvorming een versnelling hoger schakelt.

Het kan niet de bedoeling zijn dat we straks geen nieuwe elektriciteitscentrales nodig hebben omdat we geen nieuwe industrie opbouwen.