'Een unicum is dat niet. Tussen juni en oktober 2016 vertoefde de rente quasi onafgebroken in negatief terrein, met een historisch dieptepunt rond -0.20 procent', zegt Mathias Van der Jeugt, Head of Market Research bij KBC.

De rentestanden staan al even onder druk. 'In maart is de daling van de rente die er is sinds eind vorig jaar versneld', verduidelijkt Van der Jeugt. Na de bekendmaking van 'desastreuze PMI-bedrijfsvertrouwensindicatoren' ging de 'bund' even onder nul. Idem voor de Belgische langetermijnrente. Die is onder 0,45 procent gedaald tot het laagste peil sinds november 2016.

Verschillende oorzaken drukken de rente, en allemaal wijzen ze naar de vertragende economie. Zo verlaagde de Europese Centrale Bank eerder deze maand fors de groeivooruitzichten. Bovendien gaf centraal bankier Mario Draghi aan dat historisch lage rentetarieven nu al zeker tot eind 2019 ongemoeid blijven. De mededeling van de Amerikaanse centrale bank woensdagavond versnelde de evolutie. Ook de Federal Reserve gaf toen aan dat ze niet meer aan de rente raakt dit jaar, gekoppeld aan een bijstelling van de groeiprognoses.

Vrijdag komt daar de zogenaamde PMI-indicator van IHS Markit bovenop. Die conjunctuurbarometer geeft de stemming van aankoopdirecteuren weer. 'De overkoepelende maatstaf voor de eurozone daalde onverwacht van 51,9 tot 51,3 en schommelt zo een vierde maand op rij tussen 51 en 52. Een niveau van 50 in de PMI vormt de grens tussen economische expansie (>50) en contractie. Op het eerste zicht wijst de PMI dus op een verder aanmodderen van de Europese economie', aldus de KBC-econoom. Ook de prognoses voor april van de indicator zijn zwak. Bovendien daalde de PMI-indicator specifiek voor Duitsland naar 44,7, de laagste stand sinds 2012 en lager dan verwacht.