"Een minimale nominale groei van het bbp als doelstelling? Daar hebben we nog niet over gesproken. (korte stilte) Excuseer, die 'nog' heb ik te veel gezegd. Daar hebben we niet over gesproken", zei Mario Draghi aan het einde van de persconferentie na de maandelijkse beleidsvergadering van de ECB.
...

"Een minimale nominale groei van het bbp als doelstelling? Daar hebben we nog niet over gesproken. (korte stilte) Excuseer, die 'nog' heb ik te veel gezegd. Daar hebben we niet over gesproken", zei Mario Draghi aan het einde van de persconferentie na de maandelijkse beleidsvergadering van de ECB. De kleine lapsus van Draghi was symbolisch. De financiële markten rekenen op een nog expansiever of nog experimenteler monetair beleid, maar de ECB geeft (nog) niet thuis. Het verlengen van het inkoopprogramma van activa tot na maart 2017? Ook aandelen opkopen? Een inflatiedoelstelling van 4 procent nastreven? Helikoptergeld? "Daar spreken we op de raad van bestuur niet over", zegt Mario Draghi. De vooruitzichten worden er nochtans niet beter op. De ECB stelde de groei- en inflatieverwachtingen voor 2017 en 2018 lichtjes neerwaarts bij. De doelstelling van een inflatie van dicht bij 2 procent blijft buiten handbereik. Toch kijkt de ECB de kat uit de boom. Mario Draghi: "Waarom we niet meer doen? Omdat het huidige beleid werkt. De lage rentevoeten sijpelen door tot bij de kmo's en de gezinnen, en dat in alle eurolanden. De kredietvolumes stijgen en de risicoschuwheid bij de banken neemt af. De beurzen stijgen. Ons beleid heeft nooit beter gewerkt en heeft dit jaar de negatieve impact van de bezorgdheid over de Chinese economie en van de brexit gecompenseerd."De ECB kijkt ook de kat uit de boom omdat ze weinig keuze heeft. Zo is de kans groot dat er onvoldoende Duitse obligaties blijven om het inkoopprogramma na maart 2017 voort te zetten. Sleutelen aan het inkoopprogramma is echter een delicate oefening, die verdaagd is naar een aparte werkgroep. Heel wat analisten zien daarin uitstel maar geen afstel voor een verlenging van het QE-programma. Ook het verder verlagen van de depositorente, die nu -0,4 procent bedraagt, is niet vanzelfsprekend, omdat dit de financiële sector pijn doet. Toch toonde Draghi weinig medelijden met de banken: "De negatieve rentevoeten hebben tot nu geen impact gehad op de winstgevendheid van de banken. Op termijn kunnen de netto rente-inkomsten wel onder druk staan, maar een lage rente is niet de enige verklaring voor wat er fout loopt bij de banken. Ons beleid zorgt voor een sterkere economie, wat ook goed is voor de banken. De rente is nu laag zodat de rente in de toekomst kan stijgen."Mario Draghi riep naar goede gewoonte ook de overheden op om hun deel van het werk te doen. Draghi: "De overheden moeten veel meer bijdragen. Structurele hervormingen moeten voor een toename van de productiviteit zorgen, en het fiscaal beleid moet steun bieden, met respect voor het Stabiliteitspact. Landen die fiscale ruimte hebben, zoals Duitsland, moeten die ruimte benutten. De landen die deze ruimte niet hebben, moeten de samenstelling van hun uitgaven groeivriendelijker maken. Nog belangrijker dan de omvang van de uitgaven is de kwaliteit van de uitgaven."