In september 2008 , een week na de val van Lehman Brothers, had ik het genoegen in de City of London een toespraak te mogen beluisteren van een bestuurslid van een grote Amerikaanse zakenbank.
...

In september 2008 , een week na de val van Lehman Brothers, had ik het genoegen in de City of London een toespraak te mogen beluisteren van een bestuurslid van een grote Amerikaanse zakenbank. Hij begon met een dosis Brits flegma en gevoel voor humor: "Wij bankiers mogen trots zijn. Dit is de eerste economische crisis die door ons is veroorzaakt." Dat was uiteraard ironisch bedoeld, maar zijn betoog was erop gericht het publiek te doen inzien dat de hele sector simpelweg door zijn eigen succes blind was geworden voor risico's in het financiële systeem: "Als de markt almaar blijft stijgen, blijkt iedereen een financieel genie te zijn." Sarcasme troef, maar heel juist gezien. Exuberante beursgolven eindigen altijd in tranen. De financiële crisis van 2008 heeft wel veel diepere gevolgen gehad dan de vorige beurscrashes. De heilige alliantie van het vertrouwen tussen bankiers, deposanten, schuldeisers, investeerders, regulatoren en het grote publiek werd toen, misschien zelfs onherstelbaar, gebroken. Die vertrouwensbreuk heeft een voorgeschiedenis. In de jaren voor 2008 was al een fundamentele verschuiving in de cultuur van het bankieren te merken. De relatie tussen de bankier en zijn cliënt, die vroeger het fundament was waarop het hele bankbedrijf berustte, was naar de achtergrond verdwenen. Cliënten werden vervangen door tegenpartijen en het bankieren werd transactioneel in plaats van relationeel. Financiële innovaties zoals "credit default swaps" (het verpakken en verhandelen van risico's) en effectisering (vooral de beruchte CDO's waarbij hypothecaire leningen en andere financiële activa werden verkocht als investeringen) leidden ertoe dat het bankieren meer gericht was op de interactie met andere financiële instellingen dan op de traditionele intermediaire functie van de bank. De afstand tussen het traditionele metier van de bankier en de waardecreatie in de reële economie werd dan ook steeds groter, waardoor er meer ruimte ontstond voor roekeloos en puur op winstbejag gericht gedrag. Net zoals in de jaren tachtig van de vorige eeuw niemand de val van de muur van Berlijn en het einde van de Koude Oorlog had kunnen voorspellen, hield niemand in het begin van deze eeuw een implosie van het financiële systeem voor mogelijk. Na die historische maandag 15 september 2008 waarop Lehman op de klippen ging, ontwaakte de wereld plots in een nachtmerrie en bleek het dat de veilige havens van de grootbanken op drijfzand gebouwd waren. De vertrouwensbreuk met het grote publiek die daardoor ontstaan is, kan gerust worden omschreven als een trauma dat in veel landen nog altijd niet is genezen. Bovendien zijn er sinds 2008 nog heel wat andere onethische praktijken aan het licht gekomen in de financiële sector - zoals het Libor-schandaal, om er maar één te noemen - die niet bevorderlijk zijn om het vertrouwen in de sector te herstellen. In de naweeën van de financiële crisis groeide langzamerhand het besef dat het vertrouwen alleen kan worden hersteld als de interne cultuur, het gedrag en de competentie van de banken worden aangescherpt. Het herstel van het publieke vertrouwen in de banken is van essentieel belang voor de economische groei en welvaart. Naast structurele maatregelen die erop gericht zijn de financiële soliditeit en stabiliteit van de financiële instellingen te verzekeren, moet verder werk worden gemaakt van een duurzame en stevig verankerde cultuuromslag, waarbij persoonlijke en institutionele integriteit en het belang van de cliënt centraal staan in de kernwaarden van het bankieren. Zonder een publiek krediet aan vertrouwen kan de banksector niet naar behoren functioneren. Alfred Herrhausen, de voormalige CEO van de Deutsche Bank die in 1989 omkwam in een terroristische aanslag en als een toonbeeld van de integere bankier gold, verwoordde het als volgt: "We moeten wat we denken ook zeggen. We moeten wat we zeggen ook doen. En wat we doen, moet we daarna ook zijn."