De Europese economie komt sterk uit de hoek en de inflatie kruipt hoger, maar voorbodes van hogere spaarrentes zijn dat nog niet. 'Nog even geduld aub', dat is de boodschap voor spaarders die de Europese Centrale Bank nog een tijdje in de markt zal zetten. En 'nog even' betekent mogelijk 'nog enkele jaren'. Het kan 2018 of 2019 zijn vooraleer de spaarrente een teken van leven geeft, op voorwaarde dat de conjunctuur standhoudt. Maar het kan ook dat betere tijden voor de spaarder worden verdaagd naar het volgende decennium. Intussen vreet de inflatie onvermoeibaar aan de koopkracht van de 260 miljard euro die op spaarrekeningen in België geparkeerd staat. Het reële rendement op die rekeningen bedraagt vlot -1 procent, wat betekent dat de spaarders dit jaar 2,5 miljard euro koopkracht inleveren. Of zoals Koen De Jonckheere, de CEO van de investeringsmaatschappij Gimv, het begin dit jaar zei: "Het geld op uw spaarboek is een illusie. D...

De Europese economie komt sterk uit de hoek en de inflatie kruipt hoger, maar voorbodes van hogere spaarrentes zijn dat nog niet. 'Nog even geduld aub', dat is de boodschap voor spaarders die de Europese Centrale Bank nog een tijdje in de markt zal zetten. En 'nog even' betekent mogelijk 'nog enkele jaren'. Het kan 2018 of 2019 zijn vooraleer de spaarrente een teken van leven geeft, op voorwaarde dat de conjunctuur standhoudt. Maar het kan ook dat betere tijden voor de spaarder worden verdaagd naar het volgende decennium. Intussen vreet de inflatie onvermoeibaar aan de koopkracht van de 260 miljard euro die op spaarrekeningen in België geparkeerd staat. Het reële rendement op die rekeningen bedraagt vlot -1 procent, wat betekent dat de spaarders dit jaar 2,5 miljard euro koopkracht inleveren. Of zoals Koen De Jonckheere, de CEO van de investeringsmaatschappij Gimv, het begin dit jaar zei: "Het geld op uw spaarboek is een illusie. Door de inflatie zal het over dertig, veertig jaar geen koopkracht meer hebben." Het is voor uw eigen goed, zo verdedigt de Europese Centrale Bank haar beleid tegenover de spaarder. Want hogere spaarrentes worden pas mogelijk als de economie verder aansterkt, en dat is precies wat de ECB nastreeft met haar expansieve geldbeleid. "Nu is een lagere rente nodig om op termijn hogere rentevoeten mogelijk te maken", aldus de ECB. Het geduld van de spaarder is natuurlijk niet eindeloos. In Duitsland krijgt ECB-voorzitter Mario Draghi zijn beleid almaar moeilijker verkocht, nu de inflatie er gestegen is tot 1,7 procent. Als die verder aandikt, wat wordt verwacht, zal het protest alleen maar groter worden. De Duitsers hebben geen zin om de eurocrisis nog eens te betalen via negatieve reële rentevoeten. Alle spaarders zijn de financiële repressie behoorlijk beu. De mier kan de krekel niet blijven subsidiëren. Toch kan de ECB de spaarder nog niet tegemoetkomen. Het risico op deflatie is wel gevoelig gedaald, wat de ECB toeliet het programma van geldverruiming een graadje zachter te zetten, maar van een zelfvoedende inflatiedynamiek is nog lang geen sprake, wat de ECB inspireerde om het licht afgebouwde programma te verlengen tot eind dit jaar. De kerninflatie, zonder de energieprijzen, bedraagt in het eurogebied nog altijd maar 0,9 procent. Volgens de ECB zou de kerninflatie tegen 2019 oplopen tot 1,7 procent, wat nog altijd onder de doelstelling van 'dicht bij' 2 procent is. De bank geeft aan dat vier voorwaarden moeten worden vervuld voor ze het beleid bijstuurt. De kerninflatie moet op weg zijn naar 2 procent, dat mag geen tijdelijk fenomeen zijn, dat moet over het hele eurogebied worden vastgesteld, en de pudding mag niet in elkaar zakken bij een strakker geldbeleid. Op dit moment is geen enkele van die voorwaarden vervuld. Geduld dus. Pas als de ECB het wit in de ogen van de inflatie ziet, zal ze bijsturen, met het risico later dit jaar gekneld te raken tussen een revolterende spaarder die een krapper geldbeleid eist en financiële markten die een aanhoudend soepel beleid eisen. De ongeduldige spaarder kijkt voorzichtig naar alternatieven om de centen te laten renderen. Obligaties? De rente op lange termijn is wel licht gestegen, maar het risico op verdere rentestijgingen, en dus op waardeverlies van langlopende obligaties is vrij groot. Obligaties zijn daarom op dit moment geen belegging voor de goede huisvader. De beurs? Amerikaanse aandelen zijn behoorlijk duur, maar Europese nog niet. Het dividendrendement is in Europa hoger dan de langetermijnrente. Daar horen risico's bij die de spaarder niet wil lopen, maar met aandelen kunt u uw koopkracht beschermen of uitbreiden. Of toch maar vastgoed? De rush op de baksteen neemt toe. Huizen en appartementen zijn prijzig en een stijgende rente kan een correctie meebrengen, maar de schaarste op de markt zou snel voor een bodem zorgen. De centrale banken zullen nooit bouwgrond kunnen printen. Wie zweert bij het spaarboekje, kan naar de Verenigde Staten kijken om een glimp van het eindspel op te vangen. Daar is de cyclus een paar jaar verder en vind je spaarrentes met een 1 voor de komma, in het spoor van een langzaam krapper geldbeleid van de Amerikaanse centrale bank. Het debat verschuift in de Verenigde Staten stilaan naar de fameuze exitstrategie of de afbouw van de balans van de centrale bank, en de gevolgen voor de financiële markten. Fietsen ze voort of gaan ze op hun bek als de monetaire steunwieltjes worden weggenomen? De spaarder kijkt nog even de kat uit de boom en ziet licht aan het einde van de tunnel. Voor de Europese spaarder zijn dat voorlopig alleen maar de lichten van een tuffende inflatietrein.