In het tweede kwartaal van dit jaar is de inflatie gedaald tot 1,7 procent. In het eerste kwartaal bedroeg de inflatie nog 2 procent en in het laatste kwartaal vorig jaar 2,8 procent. Dat blijkt donderdag uit het recente verslag van het Prijzenobservatorium, meldt de Federale Overheidsdienst Economie.

'De vertraging van de inflatie is vooral toe te schrijven aan een vertraging van het prijsstijgingstempo voor energieproducten en bewerkte levensmiddelen', luidt het. Die energieproducten (brandstoffen, elektriciteit, aardgas) werden gemiddeld 2,6 procent duurder tegenover 6,3 procent in het eerste kwartaal. Levensmiddelen werden 1,2 procent duurder, met een toename met 1,6 procent bij de bewerkte levensmiddelen. De terugval is het sterkst voor vis en zeevruchten, tabak, oliën en vetten en alcoholische dranken.

Bij de bierprijzen is er sprake van een 'aanzienlijke afname' op jaarbasis. Zo staat er voor het gerstenat een daling met 1,7 procent in de tabellen in het tweede kwartaal. In de periode januari-maart was dat een daling met 0,2 procent.

Vis en zeevruchten werden 2,8 procent goedkoper, 'de laagste inflatie sinds het vierde kwartaal van 2015', door een sterke daling van de prijzen voor zeevruchten. De daling van de inflatie van levensmiddelen is vooral te verklaren door die visprijzen. Koffie, thee en tabak tot slot werden 1,7 procent goedkoper.