Miquela Sousa heeft 1,4 miljoen volgers op Instagram en werd vorig jaar door Time Magazine verkozen tot een van de meest invloedrijke 25 personen op het internet. Pittig detail, Miquela Sousa is geen mens maar een honderd procent virtuele influencer.
...

Miquela Sousa heeft 1,4 miljoen volgers op Instagram en werd vorig jaar door Time Magazine verkozen tot een van de meest invloedrijke 25 personen op het internet. Pittig detail, Miquela Sousa is geen mens maar een honderd procent virtuele influencer.De vraag is niet meer of robots, algoritmes of artificiële intelligentie een uitdaging aankunnen, maar wel of we er nog eentje kunnen bedenken die ze niet aankunnen. Computers lossen de meest ongewone raadsels op, interpreteren beter ziektebeelden dan ervaren artsen. Algoritmes produceren kunst die je niet meer kan onderscheiden van mensenwerk. En wees maar gerust, ook de seksrobots worden steeds erotischer. Velen zullen zich geroepen voelen dat proefondervindelijk vast te stellen. Robots leren niet af, blijven even enthousiast ook al worden ze voortdurend op fouten gewezen, laten zich niet afleiden door grootheidswaanzin of machtshonger, voelen zich nooit in hun eer gekrenkt. Ze worden gewoon elke dag een beetje beter, zelfs in het assembleren van een IKEA-meubel, nog altijd een grote uitdaging voor een robot. Waar elke mens afzonderlijk telkens opnieuw moet leren hoe je de tientalige handleiding hanteert, leren robots in een tergend langzaam slakkentempo bij, maar bijleren doen ze. Het voorbeeld van Miquela Sousa en de robotjes in verzorgingshuizen, waar bejaarden jaloers zijn op wie met de robot mag omgaan, bewijzen dat de mens ook voor het louter emotionele niet zo kieskeurig is. Net zoals we wenen wanneer een tekenfilmfiguur als Bambi haar niet-bestaande mama verliest, vertrouwen we zonder meer snel onze diepste geheimen toe aan 'computers'. Aan de Amerikaanse Yale-universiteit wordt al enkele jaren bestudeerd hoe wij als mens communiceren met computers. Daaruit blijkt dat het 'vermenselijken' van computers met reuzenschreden vooruitgaat. Net zoals internet of Facebook al lang geen hype of 'speelgoed' meer is, beseffen we nu dat artificiële intelligentie in principe elke baan aankan. De paradox is dat manuele handelingen, zoals in een tuin werken of je haar stylen, voorlopig nog het meest onbereikbaar blijven en hoog scoren op de lijstjes met 'niet-bedreigde' banen. Werk dat zogenaamd veilig is - de creatieve banen en de helpende banen - ligt echter ook al in de vuurlinie van de artificiële intelligentie. Dat is natuurlijk de omkering van wat we vroeger dachten. Maar we verwarden steeds 'bewust zijn' met 'intelligent zijn'. Robotten zijn zich - voorlopig? - nog helemaal niet van zichzelf bewust, alleen interpreteren ze bepaalde patronen al beter dan de grootste specialist. Ze produceren almaar meer uiterst creatieve patronen. Onder invloed van enkele sciencefictionfilms vreest iedereen dat de robots in opstand zullen komen en ons zullen buitensluiten uit hun wereld. Maar romans en films leven van conflicten. In werkelijkheid zullen mensen en machines vreedzaam samenwerken... tot wij overbodig worden omdat we te snel vermoeid, wispelturig, emotioneel en onvoorspelbaar zijn. Een goede vergelijking is de butler. Hij bestudeert ons, kent ons intieme leven, is zeer voorspelbaar en vervult al onze wensen. We hangen af van de butler, maar we kunnen hem wel ontslaan. Nogmaals, alleen 'bewuste' robots zouden in opstand komen, maar machines, zelfs 'slimme' machines zijn niet bewust en komen niet uit zichzelf in opstand. Af en toe zullen ze onvoorspelbaar gedrag vertonen omdat ze almaar meer autonoom beslissen, maar dat is daarom nog geen opstand. Psychologisch zal artificiële intelligentie zeer weinig problemen stellen. Je vertrouwt toch ook je auto haast blindelings. Je weet dat die zal remmen als je op het rempedaal duwt. Je wordt toch niet badend van het zweet wakker in het besef dat je auto je zal ontvoeren, ook al zit die nu al vol elektronica? Het gevaar schuilt niet bij de robots, maar bij andere mensen die hun robots inzetten om de onze te saboteren, of van ons gewillige slaafjes te maken. Ja, we zullen vreedzaam samenwerken met onze robots, maar andere mensen zullen niet aarzelen via hun robots de onze te saboteren als ze daar profijt uithalen. Dé grote onbekende is de mate waarin die nieuwe machines nieuwe banen zullen creëren of ze op grote schaal zullen wegnemen. Steeds wordt dezelfde Oxfordmartin-studie geciteerd, die voorspelt dat over twintig jaar 47 procent van de huidige banen verdwenen zal zijn. Dat soort citaten gaat snel een eigen leven leiden. Eerst en vooral toonde die studie aan dat tot bijna de helft van de banen potentieel bedreigd is, maar daarom verdwijnen ze nog niet. Vele andere studies hebben totaal andere cijfers opgeleverd, variërend van 14 tot 70 procent. De geruststellende stemmen stellen dat technologie netto altijd nieuwe banen heeft gecreëerd, of dat robots werk terughalen uit verre landen. Die laatste troost is belangrijk voor lokale politici en beleidsmakers, maar geeft uiteraard geen antwoord op de vraag of robots netto arbeidsplaatsen zullen vernietigen. Trends uit het verleden hoeven zich niet te herhalen, want in het verleden waren er geen robots. Pessimisten stellen immers dat ook de nieuwe, nu nog niet bekende banen door robots zullen worden ingevuld. Het probleem is heel complex. Veronderstel dat een baan voor 90 procent kan worden uitgevoerd door een robot. Kan een mens dan voor tien robotten de overige 10 procent invullen, of is die 10 procent voldoende voor een volwaardige baan? Op korte termijn zullen de eerste pogingen om mensen door machines te vervangen vele uitschuivers kennen. Er zullen mensen nodig zijn om de fouten te herstellen, op nieuwe fouten te anticiperen, onverwachte neveneffecten op te vangen. Toch is het economische plaatje vrij helder. Robots dragen bij tot een spectaculaire productiviteitsstijging. De huidige maatschappelijk-economische systemen zullen ervoor zorgen dat die productiviteitsstijgingen voornamelijk bedrijven ten goede komen - en zeker niet de arbeiders! Op die manier leiden ze tot een steeds grotere inkomensongelijkheid. De vraag is dus vooral hoe we de opbrengsten maatschappelijk zullen verdelen. Zal die verdeling op zich nieuwe banen creëren? Het is daarom ook geen toeval dat de meeste waarnemers radicale robotisering bijna automatisch koppelen aan een gegarandeerd basisinkomen. Dat is geen economische maar een politieke beslissing. De gele hesjes tonen al dat maatschappelijke en economische processen snel in elkaar overvloeien. Straat en fabriek of kantoor liggen toch niet zo ver van elkaar.