Proximus en Telenet dreigen de snelle doorbraak van supersnel internet tegen te houden omdat de overheid de concurrentie op de telecommarkt fors wil aanwakkeren. De dominante telecomoperatoren schieten zichzelf in de voet door zo arrogant te reageren.

De toezichthouder BIPT kondigde fors lagere maximumtarieven aan, die operatoren voor het gebruik van hun netwerk mogen aanrekenen aan kleinere concurrenten zonder netwerk. Vorige week probeerde zowel Proximus als Telenet druk te zetten op de overheid door ermee te dreigen de investeringen in een sneller glasvezelnetwerk te vertragen. Proximus en Telenet mogen het onrechtvaardig vinden dat ze hun netwerk tegen lagere tarieven moeten onderverhuren aan concurrenten die niet in een eigen vast netwerk investeren. Maar de marktleiders hebben dat zichzelf aangedaan door jarenlang hun prijzen forser dan de inflatie te verhogen. Het BIPT kon bijna niet anders dan in te grijpen.

Proximus en Telenet schieten zichzelf in de voet.

Het argument van Proximus en Telenet is dom en gevaarlijk. Door de voortschrijdende digitalisering wordt een goede telecominfrastructuur nog meer het zenuwstelsel van de Belgische economie. Wanneer de snelheid verdubbelt, wat met glasvezel min of meer het geval is, neemt de economische groei gemiddeld met 0,3 procent toe. Dat hebben Zweedse onderzoekers een tiental jaar geleden berekend. Voor België betekent dat een jaarlijks adrenalineshot van ongeveer 1,3 miljard euro. Door zelf op de rem te staan, ontnemen Proximus en Telenet onze economie de zuurstof om te investeren in nieuwe digitale en, ongetwijfeld, data vretende toepassingen. De twee operatoren hebben er net het meeste belang vaart te zetten achter een beter netwerk.