" Bedrijven stellen een probleem vast, rollen een training uit en gaan ervan uit dat het daarna wel opgelost is. Dat is niet zo", zegt Tom Pennings, de medeoprichter en CEO van Onsophic. "We halen training uit de silo." Een onlineleerplatform is geschikt om duizenden werknemers in korte tijd vertrouwd te maken met een nieuw product, nieuwe wetgeving waaraan het bedrijf zich moet aanpassen of om een andere verandering in het bedrijf door te voeren in verschillende landen tegelijk. De inhoud op het leerplatform komt dus van de klant. Onsophic levert enkel de leeromgeving, het advies en een hulplijn.
...

" Bedrijven stellen een probleem vast, rollen een training uit en gaan ervan uit dat het daarna wel opgelost is. Dat is niet zo", zegt Tom Pennings, de medeoprichter en CEO van Onsophic. "We halen training uit de silo." Een onlineleerplatform is geschikt om duizenden werknemers in korte tijd vertrouwd te maken met een nieuw product, nieuwe wetgeving waaraan het bedrijf zich moet aanpassen of om een andere verandering in het bedrijf door te voeren in verschillende landen tegelijk. De inhoud op het leerplatform komt dus van de klant. Onsophic levert enkel de leeromgeving, het advies en een hulplijn. "Er zijn drie grote verschillen met andere leerplatformen die werken met dataverzameling", zegt Pennings. "Het eerste voordeel is dat wij sturing bieden met een geautomatiseerde coach. Als ons systeem merkt dat een werknemer het product niet goed genoeg snapt, wordt daar via een video, een quiz of een andere leervorm iets aan gedaan. Ten tweede kunnen we de werkomgeving van de werknemer simuleren. Het derde verschil zijn de inzichten voor het management om het proces te verbeteren. Het management kan bijvoorbeeld zien dat in een bepaalde regio de werknemers niet goed bezig zijn met een bepaald product, zodat het een extra training kan voorstellen." Met zijn technologie voor onlinetraining richt Onsophic zich tot bedrijven met meer dan vijfduizend werknemers. Daarvan zijn er niet zoveel die hun hoofdkwartier in ons land hebben. Na een test van zo'n halfjaar in 2016, nam KBC in januari een volledige licentie op het product van de start-up. Steven De Cock, program manager Klanten 2020 in het domein klantenrelatiebeheer en marketing bij KBC, legt uit dat bijna 4000 medewerkers Onsophic gebruiken, vooral voor een softwaretoepassing voor klantenrelatiebeheer en de jongste tijd ook om verzekeringsagenten te ondersteunen. Gemiddeld gaat het tegenwoordig om 80 werknemers per dag, maar soms loopt het op tot meerdere honderden tegelijk. Met Onsophic kunnen medewerkers volgens Steven De Cock bijleren wanneer het hen het beste uitkomt. Bovendien hoeft de bank geen grootschalige leeromgeving met opleidingen in klassen te organiseren. "Het grootste voordeel is dat je in je eigen tempo door de oefeningen kan gaan, met directe feedback over hoe je het ervan afbrengt." Naast België zijn ook de Verenigde Staten een thuismarkt voor het Amerikaans-Belgische Onsophic. De in 2015 opgerichte Hasseltse bvba Onsophic International is een dochter van het Amerikaanse bedrijf Onsophic Inc, dat in 2014 is ontstaan. Maar de voorgeschiedenis gaat nog iets verder terug. De Limburger Tom Pennings ging begin deze eeuw na zijn studie computerwetenschappen in de Californische technologievallei Silicon Valley aan de slag bij het softwarebedrijf Borland. In mei 2007 richtte hij in België een softwareadviesbedrijf op, maar hij bleef ook consultancyopdrachten vervullen voor Amerikaanse bedrijven als Apple en Google. Bij Google ontmoette Pennings enkele mensen die nadachten over een manier waarop ze de gepersonaliseerde analyse van gebruikersgegevens die via het internet werden verzameld, konden gebruiken om het onderwijs te vernieuwen. De oprichters wilden meten hoe effectief de leermaterialen waren die werden gebruikt en hoe ze het leerproces konden verbeteren. Het bedrijf haalde Berkeley als eerste klant binnen. De Californische universiteit wilde haar cursussen wereldwijd ter beschikking stellen. Na drie jaar, in 2013, werd het bedrijf stopgezet omdat er in het onderwijs nog niet genoeg vraag was naar technologie om onderwijs online te brengen en te meten. Het onderwijs mocht dan nog niet klaar zijn voor de technologie, de bedrijvenmarkt wel, dacht Pennings. Met Ian Hart, een Britse Silicon Valley-veteraan, serieondernemer en voormalige senior director bij Apple, gaf hij Onsophic een tweede leven door een nieuw bedrijf met dezelfde naam op te richten. "Dankzij de introductie van nieuwe technologie en data op grote schaal, zoals het internet der dingen, staan we aan de vooravond van een verschuiving op het gebied van werknemers, producten en businessmodellen", is Pennings' overtuiging. "Daarom zijn training en ontwikkeling gedreven door online gegevensverzameling en -analyse van strategisch belang voor bedrijven." Onsophic, waar een tiental mensen werkt, combineert het beste van de Belgische economie met de voordelen van de Amerikaanse. In België is het makkelijker goede en meertalige softwareontwikkelaars aan te trekken en te behouden. De loonkosten zijn hier ook lager dan in Silicon Valley. Onsophic ontwikkelt zijn software in zijn kantoor in de Limburgse Corda Campus, waar heel wat jonge technologiebedrijven zijn gevestigd. De Verenigde Staten zijn dan weer interessant omdat het de grootste markt is voor leerplatformen, en omdat het er makkelijker is grote bedragen op te halen met een kapitaalronde bij risicokapitaalinvesteerders. Die aanpak is vergelijkbaar met die van Datacamp, een Leuvens e-learningplatform voor datawetenschappers (zie kader Nog meer e-learningplatformen). Voorlopig hebben de twee vennoten, Tom Pennings en Ian Hart, hun bedrijf zelf gefinancierd en betalen ze zich geen loon uit. Het bedrijf geeft geen omzetcijfers en heeft naar eigen zeggen een nagenoeg positieve cashflow. Het zakenmodel is gebaseerd op meerjarige licenties per gebruiker per maand, wat de verkoopcyclus lang maakt. Pas wanneer zijn zakenmodel geperfectioneerd is, wil de start-up kapitaal zoeken om te groeien naar een hoger niveau.