Zodra je de woorden artificiële intelligentie (AI) laat vallen, bestaat de kans dat mensen denken aan moordrobots die dood en verderf zaaien. Of ze maken zich zorgen over een wijdverspreide werkloosheid. Nu 2019 voor de deur staat, is de werkelijkheid wat minder spectaculair: je kunt een sms dicteren, in plaats van hem te typen. Of je kunt muziek aanzetten via een smart speaker in de keuken. Dat is het zowat.
...

Zodra je de woorden artificiële intelligentie (AI) laat vallen, bestaat de kans dat mensen denken aan moordrobots die dood en verderf zaaien. Of ze maken zich zorgen over een wijdverspreide werkloosheid. Nu 2019 voor de deur staat, is de werkelijkheid wat minder spectaculair: je kunt een sms dicteren, in plaats van hem te typen. Of je kunt muziek aanzetten via een smart speaker in de keuken. Dat is het zowat. Maar dat betekent niet dat beleidsmakers ze mogen negeren. Er zijn wel degelijk gevaren. De meest acute bekommernis is de dataverzameling om AI-systemen op te leiden. Door alles wat mensen online doen in de gaten te houden, kunnen internetreuzen gedetailleerde persoonlijke profielen opstellen die gebruikt kunnen worden voor gerichte advertenties. De GDPR, een aantal regels over de bescherming van gegevens en de privacy die de Europese Unie heeft opgesteld, was een stap in de goede richting. De EU zal in 2019 die regels verder verduidelijken en verscherpen met de ePrivacy-verordening. Critici zullen aanvoeren dat zulke regels vernieuwing belemmeren en de positie van de internetreuzen versterken, want zij kunnen zich de kosten om die regels na te leven meer veroorloven dan beginnende bedrijfjes. Daar zit iets in. Maar de aanpak van Europa lijkt toch te verkiezen boven de meer tolerante houding van Amerika. Intussen lijkt China er geen enkel probleem mee te hebben dat zijn internetreuzen zo veel persoonlijke gegevens verzamelen als ze maar willen, zolang de overheid er ook toegang toe krijgt. Een tweede reden tot bezorgdheid is de 'algoritmische vooringenomenheid': de vrees dat wanneer systemen historische gegevens gebruiken, ze vooroordelen aanleren en in stand houden. Voorstanders van het gebruik van AI op personeelsafdelingen zeggen dat vooroordelen ingeperkt kunnen worden door het gebruik van neutrale computers. Om oneerlijke beoordelingen uit te sluiten moet een systeem kunnen verklaren hoe het tot een besluit gekomen is. Een derde toepassing van AI die bezorgdheid uitlokt, zijn de zelfrijdende auto's. Verscheidene bedrijven testen autonome voertuigen en zetten de eerste robotaxi's in op openbare wegen. Maar die systemen werken niet perfect en dit jaar is de eerste voetganger doodgereden door zo'n auto. De juiste reactie is de producenten te dwingen op regelmatige basis veiligheidsverslagen te publiceren, chauffeurs in de auto's te laten meerijden tijdens de testperiode en 'zwarte dozen' te installeren. Kortom, gezien de brede toepassingen van AI is het geen oplossing om er specifieke wetten voor op te stellen of nog eens een apart controleorgaan op te richten. Het is verstandiger de bestaande regels over onder andere privacy, discriminatie, verkeersveiligheid aan te passen om rekening te kunnen houden met AI. De snelheid en de omvang waarmee banen verloren gaan door AI blijft een van de meest besproken en onduidelijke thema's in het bedrijfsleven. Werknemers zullen vaker nieuwe vaardigheden moeten aanleren, zodat ze kunnen omgaan met veranderingen in hun beroep of om over te stappen naar een nieuwe carrière. Net zoals tijdens de industriële revolutie zal de automatisering aanpassingen in het onderwijs vergen. Toch zijn er weinig aanwijzingen dat politici dit serieus nemen: in de plaats daarvan verkiezen velen van hen migranten of de globalisering als de grote boosdoener af te schilderen. In 2019 zullen de beleidsmakers in deze zich echt moeten buigen over artificiële intelligentie.