Ik reed zo traag bergop dat mijn metertje dacht dat ik aan het wandelen was. Het zal me straks zeker ook vertellen dat ik goed slaap." Dat tweette André Greipel, de Duitse spurtbom van Lotto-Soudal, over zijn Fitbit na de eerste klim in de Tour de France.
...

Ik reed zo traag bergop dat mijn metertje dacht dat ik aan het wandelen was. Het zal me straks zeker ook vertellen dat ik goed slaap." Dat tweette André Greipel, de Duitse spurtbom van Lotto-Soudal, over zijn Fitbit na de eerste klim in de Tour de France. Technologie doet steeds nadrukkelijker zijn intrede in de topsport. Bij het Belgische Lotto-Soudal-team loopt een experiment met software die gezondheidsparameters bij renners in real time volgt en de resultaten verzamelt in een medisch dossier. Gekoppeld aan externe omstandigheden zoals de windsnelheid en andere data moet die aanpak in theorie leiden tot een betere koerstactiek. Het experiment, dat eerder dit seizoen begon, is de cruciale test voor een nieuwe start-up in de gezondheidszorg. Die zal wellicht Emma heten en wordt normaal dit najaar boven de doopvont gehouden. Het bedrijf is een initiatief van ploegarts Servaas Bingé en techondernemer Jelle Van De Velde. Het doel is een medisch dossier opbouwen dat voluit inzet op preventie. Bovendien wil Emma met een aantal automatisaties artsen de kans bieden minder tijd te besteden aan routinetaken. Bingé en Van De Velde raakten in 2016 - tijdens een consultatie aan de vooravond van Milaan-Sanremo - aan de praat over de mogelijkheden van big data in de gezondheidszorg. Met hun start-up willen ze bijdragen aan de digitalisering en de automatisering in de gezondheidszorg. "Apps als Spotify, Facebook en Airbnb hebben de muzieksector en het toerisme al op zijn kop gezet", zegt Van De Velde. "Alles wijst erop dat we ook in de gezondheidszorg voor zo'n ommekeer staan." Van De Velde heeft zijn sporen verdiend met zijn start-up Playlane, dat in 2013 werd overgenomen door Cartamundi. Hij is toe aan een nieuwe uitdaging. De functie van Servaas Bingé als ploegarts laat toe een aantal concepten te testen op de 28 renners van Lotto-Soudal. "De impact op hun prestaties is direct meetbaar. Als het daar niet werkt, heeft het geen zin voor het grote publiek iets op te zetten", zegt Van De Velde. De ruggengraat van de start-up is preventie. Na de zomer publiceert Servaas Bingé daarover een boek. "Voor mijn renners gebruik ik een model met vijf pijlers: het lichaam, het geestelijke evenwicht, de training, de voeding en het materiaal. Die bepalen samen hun prestaties", zegt hij. "Uit de gesprekken met Jelle heb ik geleerd dat die aanpak ook voor gewone patiënten kan werken, alleen is de vijfde pijler niet het fietsmateriaal maar de sociale context. Op basis van de metingen kom je tot een score. Wie een hogere score wil, of gezonder wil zijn, ziet zo gemakkelijk welke stappen hij moet zetten. Door op die manier in te grijpen kun je vermijden dat iemand met acute symptomen naar de dokter moet. De titel van mijn boek is Nooit meer naar de dokter." Het ondernemersduo gelooft dat zijn aanpak verschilt van de toepassingen die al bestaan. Die vertrekken volgens Bingé en Van De Velde te veel vanuit de technologie. Zij zetten vooral in op preventie. De patiënt heeft de sleutel van zijn dossier zelf in handen. Van De Velde: "Ik geloof in zelfregulerende ecosystemen. Zowat alle succesvolle digitaliseringsverhalen hebben een dopamine gemeenschappelijk. Een gebruiker van Facebook wordt beloond met het gevoel dat hij populair is. Zonder een belonende of verslavende factor kan zo'n medisch dossier niet werken." Lotto-Soudal verzamelt de gegevens via een softwareplatform dat is aangepast aan de behoeften van de rennersploeg. De opzet is gegevens zoals de hartslag en het slaappatroon van het polsbandje te combineren met bloedwaarden en het trainingspatroon. "Zelfs al schieten de metingen wetenschappelijk nog tekort, het is belangrijk het proces nu al uit te proberen", vindt Bingé. "Als wij er zelf niet mee aan de slag gaan, komt vroeg of laat wel een toepassing uit het buitenland aanwaaien." Bovendien is er de automatisering. "De aanpak om onze atleten te kwantificeren, vergemakkelijkt mijn werk als ploegarts", zegt Bingé. "Ik krijg nu elke morgen in mijn mailbox een rapport op basis van een aantal vragen, en ik kan meteen reageren. Dat gaat van subjectieve parameters die een patiënt zelf invult tot objectieve metingen zoals de hartslag. Er komt als het ware een automatische digitale gegevensstroom die de kwaliteit van de zorg verbetert." De gezondheidszorg staat voor de revolutie van artificiële intelligentie. Eind augustus hopen Bingé en Van De Velde klaar te zijn met hun consultatiechatbot. Daarvoor werken ze samen met de supercomputer IBM Watson. "Naast de eerste lijn in de zorg komt er een virtuele lijn", zegt Servaas. "Artificiële intelligentie zal een deel van de activiteiten van een arts goedkoper maken. Dat is een goede zaak, want daardoor groeit de tijd die we kunnen spenderen om onze academische kennis in te zetten. Nu verspillen we 80 procent van onze tijd aan taken die een chatbot of iemand anders ook kan doen." Is dit tweetal visionair en komt hun bedrijf van de grond? Dat moet de komende maanden blijken, maar er is wel degelijk interesse. Naast de samenwerking met Fitbit en IBM Watson lopen er gesprekken met ziekenfondsen en verzekeraars. De kwestie is: valt er ook geld mee te verdienen? Patiënten gebruiken al talloze toestellen om hun gezondheidsparameters te meten en zoeken informatie via Google, maar de bereidheid te betalen voor gevalideerd advies via het internet zou weleens een wensdroom kunnen blijven. "Wij denken ook dat het weinig vanzelfsprekend is de betaling bij de consument te leggen", zegt Jelle Van De Velde. "Maar we onderzoeken andere zakenmodellen. Zo kan ik me voorstellen dat bedrijven, verzekeraars en zelfs de sociale zekerheid een bedrag per lid of per gezin kunnen overhebben voor de gratis toegang tot onze chatbot. Uiteindelijk is een juiste doorverwijzing voor hen ook een kostenbesparing." Opvallend genoeg zijn de oprichters niet bezig met het zoeken naar fondsen, terwijl hun idee toch al voorbij het papieren businessplan staat. "We wilden liever eerst kijken of er tractie in de markt mogelijk is voor onze software, alvorens te starten met kapitaalrondes", zegt Van De Velde. "Een goed idee hebben is nog niet hetzelfde als klanten vinden. Bedrijfje spelen kan iedereen, maar dat is nog iets anders dan een rendabele business uitbouwen."