De impact van artificiële intelligentie (AI) laat zich steeds meer voelen. Zelfrijdende auto's begeven zich in het gewone verkeer, robotjuristen lezen contracten en stellen ze zelfs op, en in de industrie voeren robots steeds meer taken uit. Redenen genoeg om tijdens de Trends Summer University van 8 en 9 juni te focussen op AI.
...

De impact van artificiële intelligentie (AI) laat zich steeds meer voelen. Zelfrijdende auto's begeven zich in het gewone verkeer, robotjuristen lezen contracten en stellen ze zelfs op, en in de industrie voeren robots steeds meer taken uit. Redenen genoeg om tijdens de Trends Summer University van 8 en 9 juni te focussen op AI. "Er is nu enorm veel interesse voor, maar eigenlijk is die technologie veel ouder dan we denken", vertelde de Franse technologie-expert Olivier Ezratty in de openingstoespraak. "De term artificiële intelligentie is gelanceerd aan het Massachusetss Institute of Technology (MIT) in Boston in de jaren vijftig. Toen al waren de onderzoekers veel te optimistisch. Ze voorspelden bijvoorbeeld dat ze tegen 1966 het menselijke brein zouden imiteren. Dat kunnen we nog altijd niet. We hebben wel al grote vorderingen gemaakt, in het bijzonder in de interpretatie van beeld. Maar nu kan het veel sneller gaan omdat er gigantisch veel in AI wordt geïnvesteerd, vooral door bedrijven." Kunstmatige intelligentie en robots zullen steeds meer hun plaats opeisen. De angst daarvoor is begrijpelijk, maar die komt vooral voort uit het feit dat mensen niet genoeg weten over AI, zegt Ezratty. "De ervaring leert dat de angst van mensen afneemt naarmate ze meer leren over die technologie en hoe die gebruikt kan worden. De mens zal altijd veel streepjes voor hebben op AI, bijvoorbeeld door zijn algemene denkvermogen. Het menselijke brein is zeer efficiënt. Het doet alles met een vermogen van 20 watt. Om zelfs maar iets zoals onze woordenschat te kunnen imiteren heeft het AI-platform Watson van IBM een veelvoud daarvan nodig. We vergeten nog al te vaak dat het om machines gaat, die het uitsluitend moeten hebben van brute rekenkracht en grote hoeveelheden data. Daarom zitten de verst geavanceerde toepassingen ook in fraudebestrijding en geautomatiseerde marketing. Dat zijn relatief eenvoudige taken, waarvoor veel data voorhanden zijn. Robotica blijft de moeilijke discipline. Ook al wordt nu veel geïnvesteerd in onderzoek, het kan tot twintig jaar duren voor een AI-techniek matuur genoeg is voor toepassingen in het dagelijkse leven." Maar we mogen ons niet in slaap laten wiegen door de traagheid waarmee AI zich in onze maatschappij laat voelen. Dat was de rode draad door het debat dat aansloot op de uiteenzetting van Ezratty. Jonathan Berte van de AI-specialist Robovision wees erop dat de impact nu al in specifieke gevallen zeer groot is. "Wij hebben robots ontwikkeld voor de landbouw. Die worden wereldwijd ingezet om sla en zelfs cannabis te planten. Met een team van 30 AI-specialisten hebben we al 10.000 banen doen verdwijnen. We krijgen zeer weinig supportvragen, omdat het systeem zelf leert nieuwe planten te identificeren. Kunstmatige intelligentie breekt misschien nog niet overal door, maar er komen almaar meer toepassingen die gecommercialiseerd kunnen worden. De context zal uitmaken hoe groot de impact zal zijn. Een verpleegster hoeft niet snel voor haar baan te vrezen, maar er zijn veel andere sectoren waar de brute rekenkracht van AI wel extreem veel schade kan aanrichten." De impact van AI mag niet geminimaliseerd worden, maar de techniek biedt ook nieuwe kansen, zegt Muriel De Lathouwer, de CEO van de beeldserverspecialist EVS: "Wij verbeteren stap voor stap de regie van sportwedstrijden met behulp van kunstmatige intelligentie, bijvoorbeeld om corners en andere klassieke spelsituaties beter in beeld te brengen. Maar we kunnen nog veel verder gaan. Een voetbalmatch wordt met tot 46 camera's in beeld gebracht. We bekijken nu de mogelijkheid dat voetballiefhebbers op hun tablet een speler kunnen blijven volgen, terwijl ze naar het gewone verslag op hun tv kijken. Daarnaast is er een steeds groeiende vraag naar snelle en korte verslagjes met hoogtepunten, voor de sociale media. Op termijn kan AI de regie efficiënter maken. Nu is er een nog een regieploeg van drie mensen nodig, AI zou dat kunnen verminderen. Dan wordt het haalbaar meer videoverslaggeving te brengen van minder populaire sporten." "Kunstmatige intelligentie wordt ook democratischer", vertelt Didier Ongena, countrydirector van Microsoft België en Luxemburg. "Vroeger was het enkel weggelegd voor grote bedrijven, zij waren de enige die de dure mainframes konden betalen. Door de opkomst van cloudcomputing is naast de prijs ook de toegankelijkheid verbeterd. Je hebt alleen nog een kredietkaart nodig om ergens online toegang te krijgen tot een AI-service. We zien al een zeer wijde verspreiding van AI bij onze Belgische klanten. 68 procent van hen gebruikt al machine learning, chatbots of andere AI-technieken. Dat percentage zal nog stijgen, zeker ook omdat er nog veel potentieel is en er veel extra data bij komen. De komende jaren worden naar schatting meer dan 9 miljard toestellen verbonden met het internet. Zowel kleine als grote bedrijven kunnen die evolutie niet links laten liggen." Nu de infrastructuur om AI te kunnen gebruiken min of meer voor iedereen toegankelijk is, wordt het bezit van voldoende en goede data dus zeer belangrijk. "Om processen te automatiseren hebben we ook steeds meer gegevens nodig", zegt De Lathouwer. "Om onze camera's tijdens wedstrijden beter de bal te laten volgen, is het belangrijk vooraf te weten welk weer het is. De bal heeft een andere kleur als het bijvoorbeeld sneeuwt." "Die grotere vraag naar data creëert steeds meer spanningen", vult Berte aan. "Het is duidelijk dat gegevens over ons rijgedrag of onze gezondheid enorm waardevol zijn voor verzekeraars, maar dat geeft moeilijke ethische vraagstukken. Door de GDPR-richtlijn moeten bedrijven die actief zijn in Europa zich nu aan meer regels houden over privacy en databescherming. Dat is volgens mij pas een eerste stap. We gaan nog jaren discussiëren over de juiste aanpak. Maar het is duidelijk dat bedrijven een goed databeleid nodig hebben voor ze zich aan toepassingen met AI kunnen wagen." De vraag dringt zich op of Europa door die regels verder op achterstand komt. Want Google, Facebook, Amazon, Alibaba en Tencent kunnen op hun grote Amerikaanse en Chinese markten veel vlotter een arsenaal van goede data verzamelen. "De bedrijven op die markten krijgen inderdaad met hulp van die data sneller nieuwe inzichten, maar tegelijk moet er ook voldoende vertrouwen zijn bij consumenten en bedrijven", vertelt Ongena. "Dat er correct met data wordt omgesprongen, zal een moeilijke kwestie blijven. Al blijf ik ervan overtuigd dat België met het juiste beleid toonaangevend kan worden in data. Maar daarvoor moeten we technologie snel durven te omarmen, zoals we dat in de 19de eeuw deden. We pionierden met ons spoorwegennetwerk en werden zo een industriële grootmacht." "Europa heeft veel troeven", besluit Berte. "Europese onderzoeksgroepen behoren tot de wereldtop in kunstmatige intelligentie. Google Deepmind en Amerikaanse topuniversiteiten komen hier talent wegplukken. Bovendien werken grote bedrijven hier steeds meer samen met lokale AI-spelers zoals Robovision. Daarbij wordt gezorgd voor een goed kader, zodat nieuwe toepassingen van AI en data correct kunnen verlopen, en het tegelijk mogelijk is sneller te innoveren."