Flashback naar 1989. In dat jaar voerde Broederlijk Delen de campagne Red het Regenwoud. In samenwerking met andere organisaties verzamelden we 600.000 handtekeningen voor een petitie die de beleidsmakers opriep om de houtkap en de rechtenschendingen van inheemse gemeenschappen in het Amazonewoud op de internationale agenda te zetten.

De voorbije decennia hebben overheden echter vooral gerekend op vrijwillige actie door bedrijven op het gebied van de mensenrechten en het milieu. Ondanks de wildgroei aan (soms waardevolle) bedrijfsinitiatieven rond verantwoord ondernemen, blijven multinationals en financiële instellingen betrokken bij de plundering van natuurlijke rijkdommen en rechtenschendingen wereldwijd. Ter illustratie: het Business & Human Rights Resource Center documenteerde meer dan 600 gevallen van geweld tegen mensenrechten- en milieuactivisten in de loop van 2020, vooral in de context van de mijnbouw en de agro-industrie. Latijns-Amerika is het zwaarst getroffen continent.

Systeemverandering

Het goede nieuws is dat 32 jaar na die campagne van 1989 thema's als ontbossing, klimaatverandering en mensenrechtenschendingen door bedrijven hoger dan ooit op de Europese politieke agenda staan. De boodschap dat vrijwillige initiatieven onvoldoende zijn, valt niet langer in dovemansoren.

Vorig jaar beloofde Europees Commissaris Didier Reynders dat hij, als onderdeel van de Green Deal, werk zou maken van een wetsvoorstel over een zorgplicht voor bedrijven. Dat voorstel moet er tegen juni liggen. Woensdag keurde het Europees Parlement met een overtuigende meerderheid een rapport goed met aanbevelingen voor de wet. Eerder vroegen meer dan een half miljoen burgers al bindende regels van de Commissie, via een publieke raadpleging.

De tijd van vrijwillig verantwoord ondernemen is voorbij.

De wetgeving kan een belangrijke hefboom zijn voor systeemverandering: niet winst, maar mens en milieu moeten centraal staan in de bedrijfsvoering van de Europese ondernemingen. Het Europees Parlement geeft daartoe aanzetten in zijn rapport. Enerzijds wil het Parlement bedrijven verplichten tot preventie: ze moeten de mogelijke negatieve impact op mensenrechten, milieu, klimaat en goed bestuur van hun hele waardeketen in kaart brengen en, waar nodig, de problemen aanpakken (het zogenaamde due-diligenceproces). Anderzijds benadrukt het Parlement het belang van aansprakelijkheid voor schade en garanties rond herstelmaatregelen voor slachtoffers. De lidstaten moeten daarvoor in mechanismen voorzien.

Bedrijfslobby

De sterke voorzet van het Parlement betekent nog niet dat alles al in kannen en kruiken is. De komende maanden zullen nog stevige debatten volgen, onder meer over het toepassingsgebied (welke bedrijven vallen onder de wet?) en de reikwijdte (tot hoever in de keten gelden de verplichtingen?). Lobby's van verschillende sectoren zullen er alles aan doen om de ambitie van het wetsvoorstel af te zwakken.

Inhoudelijk is er bovendien nog marge voor verbetering: zo is het cruciaal dat de garanties rond aansprakelijkheid en toegang tot de rechtspraak en remediëring sterk genoeg zijn, zodat effectief en zo snel mogelijk gerechtigheid kan geschieden voor de slachtoffers (en niet pas na een jarenlange juridische uitputtingsslag, zoals in bijvoorbeeld de zaak van Shell in de Niger-delta).

België als voortrekker?

Met de stemming in het Europees Parlement is de trend naar dwingende regels definitief ingezet. Ook in verschillende lidstaten komen de debatten over nationale wetgeving op gang, bijvoorbeeld in Duitsland en Nederland. Frankrijk heeft al sinds 2017 haar Devoir de Vigilance-wet. België moet volgen en de lat meteen hoog genoeg leggen, als signaal aan de Commissie.

Daarnaast moet ons land de Commissie ook aanporren om constructief deel te nemen aan de onderhandelingen over een VN-verdrag rond bedrijven en mensenrechten. Want Europese wetgeving alleen zal niet volstaan in een economisch systeem met wereldwijd vertakte bedrijfsactiviteiten. Pas met een bindend en waterdicht wetgevend kader op alle niveaus kunnen we het tijdperk van 'vrijwillig verantwoord ondernemen' definitief afsluiten en een einde maken aan de straffeloosheid.

Flashback naar 1989. In dat jaar voerde Broederlijk Delen de campagne Red het Regenwoud. In samenwerking met andere organisaties verzamelden we 600.000 handtekeningen voor een petitie die de beleidsmakers opriep om de houtkap en de rechtenschendingen van inheemse gemeenschappen in het Amazonewoud op de internationale agenda te zetten.De voorbije decennia hebben overheden echter vooral gerekend op vrijwillige actie door bedrijven op het gebied van de mensenrechten en het milieu. Ondanks de wildgroei aan (soms waardevolle) bedrijfsinitiatieven rond verantwoord ondernemen, blijven multinationals en financiële instellingen betrokken bij de plundering van natuurlijke rijkdommen en rechtenschendingen wereldwijd. Ter illustratie: het Business & Human Rights Resource Center documenteerde meer dan 600 gevallen van geweld tegen mensenrechten- en milieuactivisten in de loop van 2020, vooral in de context van de mijnbouw en de agro-industrie. Latijns-Amerika is het zwaarst getroffen continent.Het goede nieuws is dat 32 jaar na die campagne van 1989 thema's als ontbossing, klimaatverandering en mensenrechtenschendingen door bedrijven hoger dan ooit op de Europese politieke agenda staan. De boodschap dat vrijwillige initiatieven onvoldoende zijn, valt niet langer in dovemansoren. Vorig jaar beloofde Europees Commissaris Didier Reynders dat hij, als onderdeel van de Green Deal, werk zou maken van een wetsvoorstel over een zorgplicht voor bedrijven. Dat voorstel moet er tegen juni liggen. Woensdag keurde het Europees Parlement met een overtuigende meerderheid een rapport goed met aanbevelingen voor de wet. Eerder vroegen meer dan een half miljoen burgers al bindende regels van de Commissie, via een publieke raadpleging.De wetgeving kan een belangrijke hefboom zijn voor systeemverandering: niet winst, maar mens en milieu moeten centraal staan in de bedrijfsvoering van de Europese ondernemingen. Het Europees Parlement geeft daartoe aanzetten in zijn rapport. Enerzijds wil het Parlement bedrijven verplichten tot preventie: ze moeten de mogelijke negatieve impact op mensenrechten, milieu, klimaat en goed bestuur van hun hele waardeketen in kaart brengen en, waar nodig, de problemen aanpakken (het zogenaamde due-diligenceproces). Anderzijds benadrukt het Parlement het belang van aansprakelijkheid voor schade en garanties rond herstelmaatregelen voor slachtoffers. De lidstaten moeten daarvoor in mechanismen voorzien.De sterke voorzet van het Parlement betekent nog niet dat alles al in kannen en kruiken is. De komende maanden zullen nog stevige debatten volgen, onder meer over het toepassingsgebied (welke bedrijven vallen onder de wet?) en de reikwijdte (tot hoever in de keten gelden de verplichtingen?). Lobby's van verschillende sectoren zullen er alles aan doen om de ambitie van het wetsvoorstel af te zwakken.Inhoudelijk is er bovendien nog marge voor verbetering: zo is het cruciaal dat de garanties rond aansprakelijkheid en toegang tot de rechtspraak en remediëring sterk genoeg zijn, zodat effectief en zo snel mogelijk gerechtigheid kan geschieden voor de slachtoffers (en niet pas na een jarenlange juridische uitputtingsslag, zoals in bijvoorbeeld de zaak van Shell in de Niger-delta). Met de stemming in het Europees Parlement is de trend naar dwingende regels definitief ingezet. Ook in verschillende lidstaten komen de debatten over nationale wetgeving op gang, bijvoorbeeld in Duitsland en Nederland. Frankrijk heeft al sinds 2017 haar Devoir de Vigilance-wet. België moet volgen en de lat meteen hoog genoeg leggen, als signaal aan de Commissie. Daarnaast moet ons land de Commissie ook aanporren om constructief deel te nemen aan de onderhandelingen over een VN-verdrag rond bedrijven en mensenrechten. Want Europese wetgeving alleen zal niet volstaan in een economisch systeem met wereldwijd vertakte bedrijfsactiviteiten. Pas met een bindend en waterdicht wetgevend kader op alle niveaus kunnen we het tijdperk van 'vrijwillig verantwoord ondernemen' definitief afsluiten en een einde maken aan de straffeloosheid.