Limburger Jan Peumans kreeg voor de jongste verkiezingen de gouden plak in het parlementsrapport van journalisten. Voor hen was hij de beste gekozene. Let wel, die proclamatie heeft meer amusements- dan informatieve waarde. Dat neemt niet weg dat de N-VA'er tijdens de vorige regeerperiode meer dan verdienstelijk werk verrichtte en met grote kennis van zaken sprak. De rotzooi en politieke kontdraaierij rond het dossier dat hij fileerde: de Langewapperbrug en het hele mobiliteitsplan voor Antwerpen, en dus voor heel Vlaanderen, leverde hem veel aandacht op van de media.

Een ministersportefeuille zat er voor de man niet in en hij kreeg het voorzitterschap van het Vlaams parlement als troostprijs. Zoals elk nieuwbakken voorzitter stelde Peumans dat het beter moest. Hij zou zijn parlementsleden op toespraakcursus sturen. Waarom geen dictie terwijl hij toch bezig was? Gekozenen moeten naar het debat luisteren, toeterde meester Beumans. Gsm's en laptops zou hij in het halfrond niet meer toelaten. Waarom de toestellen niet meteen in beslag nemen?

Van al die dingen komt niets in huis. Gelukkig maar. Al dat gesticuleren, leverde uiteindelijk een document op van 11 bladzijden. Het geeft een groot gevoel van déjà vu. Een betere verdeling van het werk tussen commissies en plenum, een korter en snediger wekelijkse woensdagvragenuur, betere afspraken met de regering enzovoort, enzovoort.

We besparen u de rest, behalve dan het 'groenboek'. Jawel, papa Daerden maakt school. In zo'n groenboek kunnen gekozenen hun politieke ideeën uitwerken met het oog op het lanceren van een belangrijk decreetgevend initiatief. Praat voor de vaak.

Een parlement moet zich doen respecteren door de regering. Punt. En dat moeten de gekozenen zelf doen. Vooral die van de meerderheid. En de assembleevoorzitter moet hen daarbij ten volle steunen. Meer moet dat niet zijn om van het parlement een krachtigere factor te maken in het politieke spel.

Laten we voorts stoppen met het over schwung, spankracht, het sexy zijn van het parlementaire debat, te hebben. Inhoud moet er zijn. De rest is bijkomstig.

Limburger Jan Peumans kreeg voor de jongste verkiezingen de gouden plak in het parlementsrapport van journalisten. Voor hen was hij de beste gekozene. Let wel, die proclamatie heeft meer amusements- dan informatieve waarde. Dat neemt niet weg dat de N-VA'er tijdens de vorige regeerperiode meer dan verdienstelijk werk verrichtte en met grote kennis van zaken sprak. De rotzooi en politieke kontdraaierij rond het dossier dat hij fileerde: de Langewapperbrug en het hele mobiliteitsplan voor Antwerpen, en dus voor heel Vlaanderen, leverde hem veel aandacht op van de media. Een ministersportefeuille zat er voor de man niet in en hij kreeg het voorzitterschap van het Vlaams parlement als troostprijs. Zoals elk nieuwbakken voorzitter stelde Peumans dat het beter moest. Hij zou zijn parlementsleden op toespraakcursus sturen. Waarom geen dictie terwijl hij toch bezig was? Gekozenen moeten naar het debat luisteren, toeterde meester Beumans. Gsm's en laptops zou hij in het halfrond niet meer toelaten. Waarom de toestellen niet meteen in beslag nemen? Van al die dingen komt niets in huis. Gelukkig maar. Al dat gesticuleren, leverde uiteindelijk een document op van 11 bladzijden. Het geeft een groot gevoel van déjà vu. Een betere verdeling van het werk tussen commissies en plenum, een korter en snediger wekelijkse woensdagvragenuur, betere afspraken met de regering enzovoort, enzovoort. We besparen u de rest, behalve dan het 'groenboek'. Jawel, papa Daerden maakt school. In zo'n groenboek kunnen gekozenen hun politieke ideeën uitwerken met het oog op het lanceren van een belangrijk decreetgevend initiatief. Praat voor de vaak. Een parlement moet zich doen respecteren door de regering. Punt. En dat moeten de gekozenen zelf doen. Vooral die van de meerderheid. En de assembleevoorzitter moet hen daarbij ten volle steunen. Meer moet dat niet zijn om van het parlement een krachtigere factor te maken in het politieke spel. Laten we voorts stoppen met het over schwung, spankracht, het sexy zijn van het parlementaire debat, te hebben. Inhoud moet er zijn. De rest is bijkomstig.