De wereldwijde economie is nu voor maar 9 procent circulair, staat in het rapport van Circle Economy. Dat betekent dat slechts 9 procent van de 92,8 miljard ton mineralen, fossiele brandstoffen, metalen en biomassa die jaarlijks gebruikt worden, gerecycleerd is.

Klimaatverandering en materiaalgebruik zijn nauw met elkaar verbonden. Volgens Circle Economy komt 62 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen (exclusief die van landgebruik en bosbouw), vrij tijdens het winnen en verwerken van grondstoffen. Slechts 38 procent komt vrij tijdens de bezorging en het gebruik van producten en diensten.

Hernieuwbare energie

Het verbruik van materialen is sinds de jaren 1970 verdriedubbeld en kan tegen 2050 nog eens verdubbelen als er geen actie wordt ondernomen, zegt het UN International Resources Panel. 'Een stijging van de temperatuur op aarde van maximaal 1,5 procent kan alleen bereikt worden in een circulaire wereld. Recyclage, efficiënter gebruik van grondstoffen en circulaire businessmodellen kunnen de uitstoot aanzienlijk terugdringen', zegt Harald Friedl, CEO van Circle Economy.

Overheden en klimaatstrategieën zijn tot nog toe te veel gericht op hernieuwbare energie, energiebesparing en het voorkomen van ontbossing, zegt hij, en het potentieel van de circulaire economie wordt vaak over het hoofd gezien.

Bouwsector

Circulair werken is volgens Circle Economy vooral van belang in de bouwsector. Meer dan 42 miljard ton, bijna de helft van alle materialen, gaat naar de bouw en het onderhoud van huizen, kantoren, wegen en infrastructuur. In landen waar in de komende decennia naar verwachting veel gebouwd wordt, zoals China, valt de meeste winst te behalen.

Het rapport komt met drie strategieën: het verlengen van de levensduur van producten, verbeterde recyclage en circulair design, waardoor minder grondstoffen nodig zijn. Om die strategieën in gang te zetten helpt het om subsidies voor fossiele brandstoffen af te schaffen, de belasting op emissie en excessieve winning van grondstoffen te verhogen en die op arbeid, kennisvermeerdering en innovatie te verlagen.