De Canadese premier Justin Trudeau is de meest politiek correcte leider op de planeet. Zijn regering is een oefening in identiteitspolitiek. Hij moest en zou voor de helft vrouwelijke ministers hebben, ongeacht hun talent, verdienste of representativiteit: onvervalste seksediscriminatie. Liefst zes Canadese ministers zijn gekozen om zogenaamde 'zichtbare minderheden' te weerspiegelen. Dat betekent ministers van niet-blanke afkomst: onvervalste raciale discriminatie.

Trudeau begon zijn eerste ambtsperiode als een zelfverklaarde feminist. Zijn feminisme betekent mensenrechtenwetgeving om genderidentiteit en genderexpressie te beschermen. Het Canada van Trudeau voert een correctheidsoorlog tegen de klassieke biologische geslachten. De criminalisering van haatspeech is uitgebreid om het hele genderspectrum te vrijwaren. Verdedigers van de vrije meningsuiting vrezen dat afwijkende opinies door hypergevoelige genderstrijders als haat kunnen vervolgd worden.

Canada kruipt richting politiestaat.

Trudeau voert ook een morele kruistocht. Het nationale volkslied is gezuiverd van een verwijzing naar de zonen van Canada - nu staat er het neutrale 'ons'. Zelfs de Engelse taal is een doelwit, omdat de voornaamwoorden en de naamwoorden niet genderneutraal zijn. Beroemd is de video waarin Trudeau een vrouw uit het publiek corrigeert voor het gebruik van de term mankind. Zeg maar peoplekind, luidt het devies van de premier, die daarmee de officiële taal afdoet als officiële discriminatie. De Canadese overheid adviseert al om gesprekspartners naar hun gewenste voornaamwoorden te vragen, om discriminatieclaims te vermijden.

Dat allemaal vormt de context voor de volslagen absurditeit van het electorale schandaal rond de jonge Trudeau die als een zwart geschminkte Aladdin op een verkleedfeest verscheen. Boontje komt om zijn loontje. In een opgefokte sfeer van intolerante correctheid wordt zich verkleden als een personage uit de sprookjes van Duizend-en-een-nacht aangepakt als ware het een optreden van de Ku Klux Klan. De mea culpa van Trudeau is veelzeggend: "Ik had beter moeten weten, maar ik wist het niet. Ik dacht niet dat het racisme was, maar nu herken ik het als racisme." Dat citaat zegt alles.

Racisme staat of valt met de intentie van de persoon. Als ideologie betekent racisme een geloof in raciale superioriteit of inferioriteit. Als handeling betekent racisme een groep minderwaardig behandelen om raciale redenen. Er is geen sprake van racisme als er geen raciale intentie is. Wanneer Trudeau zich nietsvermoedend verkleedt als een personage dat sommigen met slavernij associëren, dan begaat hij hooguit een stommiteit maar nooit racisme.

Als diversiteit en tolerantie overslaan in geforceerde correctheid, dan verruilen we de samenleving voor een façade.

We spreken hier niet over juridische semantiek. Het gaat over het onderscheid tussen een vrije samenleving en een politiestaat. In een vrije samenleving kunnen we ons boertig gedragen en ongelukkig uiten. Dat hoort bij de omgang en bij ons leerproces als burgers. We mogen verzet verwachten en reacties van weerbare medeburgers, maar geen heksenjacht. In een politiestaat moet je op je tellen passen. Dan kunnen onschuldige daden en vergissingen gemanipuleerd worden voor haatcampagnes en vervolging.

Canada kruipt richting politiestaat. Het is bijzonder pijnlijk hoe de Canadese conservatieve oppositie wil scoren ten koste van Trudeau. Het is bijzonder laf hoe Trudeau meteen een knieval doet voor de politiek correcte inquisitie. Canada is een van meest succesvolle multiculturele landen ter wereld. Desondanks verliest de politieke klasse zich in arbitraire quota's en oppervlakkige symboliek. Dat zal de vooruitgang en het samenleven niet bevorderen, maar ze verstenen in formalisme.

Laat Canada een waarschuwing zijn. Als diversiteit en tolerantie overslaan in geforceerde correctheid, dan verruilen we de samenleving voor een façade. Artificieel conformisme zal verdeeldheid en onvrede verbergen. De multiculturele samenleving wordt dan een leugen, die steeds meer de realiteit moet onderdrukken. Tot uiteindelijk de realiteit toch de perceptie inhaalt en de constructie implodeert.