Het project heeft de naam Straatvinken meegekregen en is net als Curieuzeneuzen een vorm van burgerwetenschap. Daarbij werken burgers en wetenschappers samen. Deze keer wordt niet naar de luchtkwaliteit gepeild, maar staat de zogenaamde modal split van het verkeer centraal. Volgens het toekomstverbond dat actiegroepen en het Antwerpse stadsbestuur in maart 2017 afsloten, moet tegen 2030 de helft van het stadsverkeer bestaan uit fietsers en voetgangers. Volgens schattingen is dat nu slechts 30 procent. Via Straatvinken hopen de initiatiefnemer...

Het project heeft de naam Straatvinken meegekregen en is net als Curieuzeneuzen een vorm van burgerwetenschap. Daarbij werken burgers en wetenschappers samen. Deze keer wordt niet naar de luchtkwaliteit gepeild, maar staat de zogenaamde modal split van het verkeer centraal. Volgens het toekomstverbond dat actiegroepen en het Antwerpse stadsbestuur in maart 2017 afsloten, moet tegen 2030 de helft van het stadsverkeer bestaan uit fietsers en voetgangers. Volgens schattingen is dat nu slechts 30 procent. Via Straatvinken hopen de initiatiefnemers de evolutie de komende jaren te meten.Het project staat onder de begeleiding van twee wetenschappers: Thomas Vanoutrive, docent mobiliteit en ruimtelijke ordening verbonden aan het Urban Studies Institute van Universiteit Antwerpen (UA) en Huib Huyse, hoofd van de onderzoeksgroep duurzame ontwikkeling van het HIVA-KULeuven. De eerste telling op 17 mei - al zou dat door een staking bij De Lijn nog kunnen opschuiven naar 24 mei - wordt een soort van nulmeting. Die moet toestaan de evoluties in de modal split makkelijker in kaart te brengen. Vanoutrive: "Een van de grote voordelen van dit project is dat alles wat er beweegt wordt geteld. In automatische systemen, worden voetgangers en fietsen vaak over het hoofd gezien. Nochtans is wat beweegt op de voetpaden, minstens even belangrijk als wat op straat gebeurt." Een ander voordeel van de meetmethode is dat er gegevens beschikbaar komen per wijk en per straat. Die resultaten worden wel afgetoetst met bestaande metingen. Bovendien mobiliseert het project de betrokkenheid bij de inwoners van de stad. "Het mobiliteitsdebat is soms nogal abstract", zegt Vanoutrive. "Door de telling wordt het heel concreet. Maar ook vanuit wetenschappelijk oogpunt is het belangrijk dat we het contact met de burgers meenemen. Cijfers vertellen niet wanneer verkeersdruk als hinderlijk wordt ervaren. Dat kun je vanachter je bureau niet inschatten. Als mensen betrokken raken, kunnen we hun inhoudelijke feedback daarvoor gebruiken."Voor de eerste meting hoopt Straatvinken een duizendtal tellers te mobiliseren. "Omdat het initiatief tot 2030 jaarlijks herhaald wordt, hopen we dat aantal de komende jaren op te voeren", zegt Huib Huyse, die in 2016 ook betrokken was bij het Curieuzeneuzen-project in Antwerpen. "Ik ben benieuwd hoeveel deelnemers we kunnen vinden. Dat is moeilijk te voorspellen, maar luchtkwaliteit, verkeersveiligheid en mobiliteit zijn wel thema's die iedereen aanbelangen. Wetenschappelijk wordt de methode ook als relevant aanvaard. Geëngageerd onderzoek wil nog niet zeggen dat je de feiten verdraait. Kijk naar de vogeltelcampagnes, die gebeuren al dertig jaar en worden wetenschappelijk wel degelijk serieus genomen."