Edouard Empain is een van de meest succesvolle ondernemers die ons land ooit heeft voortgebracht, een selfmade man bovendien. "Hij was de zoon van een dorpsonderwijzer uit Beloeil", vertelt Marie-Cécile Bruwier, medecurator van de tentoonstelling Heliopolis. De zonnestad. "Hoewel hij zich een ingenieur noemde, is het niet duidelijk of hij ooit het diploma heeft gehaald. Wel zeker is dat hij een geniale ondernemer was, die in een halve eeuw 105 bedrijven heeft opgericht. Empain was vooral actief in de aanleg van elektrische verkeersmiddelen. Tot zijn belangrijkste verwezenlijkingen behoren de metro van Parijs, en treinverbindingen in Belgisch-Congo, China en Turkije."
...

Edouard Empain is een van de meest succesvolle ondernemers die ons land ooit heeft voortgebracht, een selfmade man bovendien. "Hij was de zoon van een dorpsonderwijzer uit Beloeil", vertelt Marie-Cécile Bruwier, medecurator van de tentoonstelling Heliopolis. De zonnestad. "Hoewel hij zich een ingenieur noemde, is het niet duidelijk of hij ooit het diploma heeft gehaald. Wel zeker is dat hij een geniale ondernemer was, die in een halve eeuw 105 bedrijven heeft opgericht. Empain was vooral actief in de aanleg van elektrische verkeersmiddelen. Tot zijn belangrijkste verwezenlijkingen behoren de metro van Parijs, en treinverbindingen in Belgisch-Congo, China en Turkije." Edouard Empain wilde ook investeren in Caïro. In 1905 viel zijn oog op een woestijnvlakte ten noorden van de overbevolkte Egyptische hoofdstad. Hij richtte er de Cairo Electric Railways and Heliopolis Oasis Company op. De maatschappij kocht 2500 hectare zandgrond, later kwamen er nog 5000 hectare bij. "In eerste instantie kwam er een tramlijn naar Caïro", duidt Bruwier. "In enkele jaren verrees in de woestijn een ultramoderne woonwijk met brede lanen en veel groen, een golfcourse, villa's, een paardenrenbaan en het Heliopolis Palace, het grootste en meest luxueuze hotel van die tijd." "Een van de meest opmerkelijke bouwwerken in het hart van de stad is de katholieke basiliek, een monumentaal bouwwerk in art-decostijl. Daarnaast kwamen ook moskeeën, een synagoge en kerken voor andere christelijke strekkingen", gaat Bruwier voort. "Voor zichzelf koos hij voor een compleet andere stijl. De buitenkant van Empains Villa Hindoue is duidelijk geïnspireerd op de Khmer-architectuur die opgang maakte na de herontdekking van Angkor Wat aan het einde van de negentiende eeuw. Het interieur was in westerse stijl, een ontwerp van Alexandre Marcel die ook het kasteel van Edingen inrichtte, de residentie van zijn broer François. Heliopolis is ondertussen opgeslokt door de metropool Caïro. Na jaren van verval ondergaat de Villa Hindoue een ingrijpende restauratie." De tentoonstelling over Heliopolis in de tentoonstellingsruimte op de benedenverdieping van de Villa Empain gaat veel breder dan de geschiedenis van het moderne Heliopolis. "Oorspronkelijk heette de stad Ioenoe. Volgens de oude Egyptenaren kwam de zonnegod Re daar bij de dageraad van de wereld tot leven en liet hij er zijn creatieve energie los", vertelt medecurator Florence Doyen. "Het werd een heilige stad vol wijsheid en eruditie, die geestelijken uit het Oosten en het Westen aantrok. Vanaf de middeleeuwen werd het een belangrijke tussenstop voor pelgrims op zoek naar Bijbelse sporen in de Nijlvallei. Een wilde vijgenboom zou de Heilige Familie beschermd hebben tijdens de vlucht naar Egypte. De plaatsnaam veranderde in Matarieh, dat betekent zoveel als 'zoet water', een verwijzing naar de helende eigenschappen van de bron waaruit de boom ontsproot." In de tentoonstelling nemen de twee curatoren de bezoeker mee op een tijdreis van enkele duizenden jaren. Volledigheid streven ze niet na. De getoonde artefacten zijn hoofdzakelijk bruiklenen uit de collecties van onder meer het MAS, het Museum Kunst & Geschiedenis en het Musée Royal de Mariemont. Ze zijn meestal klein, maar wel relevant als introductie om de antieke Egyptische beeldtaal en symboliek te vatten, denk maar aan obelisken of scarabeeën. De expo laat het verleden dialogeren met het heden, en het Oosten met het Westen. Dat is geheel in de geest met de missie van de Boghossian Foundation. De stichting is een privé-initiatief van de gelijknamige Armeens-Libanese juweliersfamilie die zich in Antwerpen en Genève vestigde. Vader Robert Boghossian en zijn zonen Jean en Albert steunden in eerste instantie hoofdzakelijk sociaal-educatieve projecten. In 2006 verwierf de stichting de verloederde Villa Empain in Brussel, liet die restaureren en vestigde er haar hoofdzetel. Sindsdien kreeg de stichting ook een belangrijke culturele poot. Ze zet daarbij hard in op de ontmoeting en de dialoog tussen oosterse en westerse culturen. Louis Empain, de zoon van de legendarische Edouard, erfde een fenomenaal fortuin. In 1931 liet hij een majestatische villa optrekken in de Brusselse ambassadewijk. De man was veeleer een filantroop dan een gewiekste ondernemer en hij schonk grote delen van zijn vermogen weg. De villa gaf hij aan de Belgische staat om er een museum in onder te brengen. Die taak was weggelegd voor Henry Van de Velde, de voormalige directeur van de kunstopleiding van La Cambre, maar de Tweede Wereldoorlog gooide roet in het eten. Toen de Sovjet-Unie het gebouw op het oog had om er haar ambassade in onder te brengen, greep Empain in. Hij werd net geen socialist genoemd, maar de bolsjewisten in zijn huis, dat ging hem te ver. Uiteindelijk viel de villa in handen van ondernemingen, onder meer van het mediabedrijf RTL, dat er zijn eerste Belgische hoofdzetel van maakte. De Boghossian Foundation herstelde de villa in zijn oorspronkelijke luister. De deuren zwaaiden open in 2010. Sindsdien waren er tentoonstellingen, die vaak focussen op interculturele dialoog, migratie, ballingschap, enzovoort. Ook jonge kunstenaars met uiteenlopende achtergronden krijgen er een plek. In de vroegere conciërgerie kunnen ze hun creativiteit de vrije loop laten en zich laten inspireren door de culturele dynamiek in het huis. Op de beneden- en de bovenverdieping van de villa herleven vandaag de jaren dertig. De tentoonstelling Flamboyant. Een levensstijl in de jaren dertig wekt de art-decobeweging tot leven, vertelt curator Louma Salamé. "Dit huis is een architecturaal icoon. De bezoeker gaat op tijdreis en maakt kennis met een tijdperk, zijn cultuur en esthetiek en ook de levensstijl van toen. Wat dat met de dialoog tussen Oost en West te maken heeft? Na de ontdekking van het graf van Toetanchamon in 1922 leefde de interesse voor de Egyptische en andere exotische culturen op. Dat vond zijn weerslag in de kunst en ook in decoratieve motieven." Vorige tentoonstellingen in de Villa Empain focusten vooral op hedendaagse kunst, aan strakke, witte muren. Voor de nieuwe tentoonstelling onderging het huis een transformatie. "De bezoeker kan binnenkijken in een huiselijk interieur. Hij krijgt een idee hoe het was hier te leven en bezoek te ontvangen in een interieur van een verzamelaar uit het interbellum." Wat meteen opvalt, is het behangpapier. Het West-Vlaamse bedrijf Masureel beschikt over een bijzondere collectie historische ontwerpen. In plaats van de egale, blanke muren kwamen diepe kleuren met decoratieve motieven. "In de jaren na de Eerste Wereldoorlog snakte de maatschappij naar verandering en bevrijding, ver weg van de vooroorlogse moraal. De mensen hadden zin in afleiding en plezier. Dat merk je bijvoorbeeld aan de rokken en de damescoiffures, die korter werden. De wals maakte plaats voor jazz, de tango en de charleston. In de tentoonstelling laten we meer zien dan kunstwerken uit die periode. In elke kamer staan contemporaine meubels en gebruiksvoorwerpen. In de kinderkamer staat bijvoorbeeld een verzameling speelgoed uit het interbellum. De tentoongestelde werken gaan over de kindertijd en over de verbeelding. Het tapijt Afrique du Nord van de surrealist Joan Miro bestaat uit poëtische, eenvoudige vormen. Aan de wand hangt De kleine annunciatie, een religieus geïnspireerd werk van Gustave Van de Woestijne." De huiselijke setting katapulteert de bezoeker terug in de tijd. De makers willen met de opstelling laten uitschijnen dat de bewoners gewoon even boodschappen zijn gaan doen. De tafel staat gedekt, het speelgoed slingert in de hall, de bustehouder van mevrouw hangt achteloos over een fauteuil in haar dressing. De bezoeker zou haast vergeten te kijken naar de vele kunstwerken van onder meer Gustave De Smet, Léon Spilliaert, René Magritte, Geo De Vlamynck, Wassily Kandinsky en Kees van Dongen. Of naar de verzameling exotische curiositeiten in de rookkamer. Curator Louma Salamé is sinds 2016 algemeen directeur van de Boghossian Foundation. De Parisienne is het nichtje van Jean en Albert Boghossian. Ze is amper 38, maar werkte al in het Guggenheim Museum in New York, het Mudam in Luxemburg, het Louvre en het Institut du Monde Arabe in Parijs. Flamboyant is haar derde tentoonstelling in de Villa Empain. "Ik ben hier om te blijven", zegt ze beslist. Het is haar expliciete bedoeling de villa bekender te maken bij een breder publiek. "Na de opening heeft de Brusselse bourgeoisie ons meteen in de armen gesloten, maar nu we bijna een tiener worden, mag het meer zijn." "Als kleine privéorganisatie zijn onze middelen niet onbeperkt. Idealiter steunen we voor de helft op de toelage van de stichting en kunnen we de andere helft halen uit eigen inkomsten. Om alles te kunnen bolwerken, beschik ik gelukkig over een enthousiast team van acht voltijdse krachten. Zij werken als een Zwitsers zakmes, iedereen springt bij waar nodig. We richten ons hard op de jeugd. Met overheidssubsidies kunnen elk jaar 2500 lagereschoolkinderen de villa gratis bezoeken, vooral Franstalige scholen maken daar gebruik van. In het algemeen bereiken we moeilijker een Vlaams publiek, al nemen de cijfers jaar na jaar toe." Salamé is ook erg trots op de samenwerking met Tero, dat een pop-uprestaurant uitbaat in de villa. "Ze bieden gezonde en natuurlijke deelgerechten aan op basis van biologische seizoensproducten. Daarbij laten ze zich inspireren door de lokale en exotische keukens, helemaal in de geest van het huis. De prijzen zijn democratisch, ook niet onbelangrijk."