Samen met het Amerikaanse Moderna is het Duitse bedrijf daarmee bij de eerste vaccinfabrikanten die zullen inzetten op lokale productie op het Afrikaanse continent. Het bedrijf ondertekende een memorandum van overeenstemming met de Rwandese regering en het Senegalese Institut Pasteur de Dakar, een kenniscentrum voor biomedische wetenschappen.

Samenwerking met lokale partners

Bij de aankondiging liet BioNTech weten dat tegen medio 2022 de spade in de grond gaat, maar specificeerde niet waar de productiefaciliteit exact zal worden neergepoot.

BioNTech, dat zijn mRNA-vaccin samen met het Amerikaanse Pfizer op de markt gebracht heeft, zegt dat het de Afrikaanse fabriek aanvankelijk zal beheren, maar dat het de bedoeling is dat 'de productiecapaciteit en de knowhow' op termijn overgedragen worden naar lokale partners. Rwanda en het Institut Pasteur de Dakar moeten daarvoor de weg bereiden, onder meer door mensen op te leiden.

'Ons doel is om vaccins te ontwikkelen in de Afrikaanse Unie en om duurzame productiecapaciteiten voor vaccins op te zetten, om zo gezamenlijk de medische zorg in Afrika te verbeteren', zegt Ugur Sahin, de ceo van BioNTech. Hij heeft het over vaccins geproduceerd 'in Afrika, voor Afrika'.

Vaccinongelijkheid

Momenteel is slechts iets meer dan 5 procent van de Afrikaanse bevolking volledig gevaccineerd tegen covid-19, tegenover 35 procent wereldwijd. Die ongelijkheid wordt onder meer toegeschreven aan het gebrek aan lokale productiefaciliteiten.

In juli kreeg Pfizer/BioNTech al kritiek op een overeenkomst die het sloot met een Zuid-Afrikaans bedrijf, zogezegd om vaccins te produceren. Het ging echter niet om het maken van het vaccin zelf: het Zuid-Afrikaanse bedrijf zou de entstof gewoon in flesjes stoppen en verdelen. Onder meer Artsen Zonder Grenzen veroordeelde de deal, omdat het weinig zou bijdragen aan de Afrikaanse vaccinonafhankelijkheid.

De plannen voor een echte productiefaciliteit zijn volgens BioNTech echter 'een cruciale voorwaarde voor succes in de ontwikkeling van duurzame vaccinproductie in de Afrikaanse Unie'.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) reageert opgetogen met het nieuws. 'Productiefaciliteiten zoals deze zullen levensreddend en levensveranderend zijn voor Afrika. Ze kunnen ertoe leiden dat miljoenen geavanceerde vaccins worden gemaakt voor Afrikanen, door Afrikanen in Afrika. Dat is cruciaal voor het overdragen van kennis en knowhow, het creëren van nieuwe banen en vaardigheden en uiteindelijk het versterken van de gezondheidszekerheid van Afrika', zegt regionaal WHO-directeur voor Afrika Matshidiso Moeti in een reactie.

Samen met het Amerikaanse Moderna is het Duitse bedrijf daarmee bij de eerste vaccinfabrikanten die zullen inzetten op lokale productie op het Afrikaanse continent. Het bedrijf ondertekende een memorandum van overeenstemming met de Rwandese regering en het Senegalese Institut Pasteur de Dakar, een kenniscentrum voor biomedische wetenschappen.Bij de aankondiging liet BioNTech weten dat tegen medio 2022 de spade in de grond gaat, maar specificeerde niet waar de productiefaciliteit exact zal worden neergepoot. BioNTech, dat zijn mRNA-vaccin samen met het Amerikaanse Pfizer op de markt gebracht heeft, zegt dat het de Afrikaanse fabriek aanvankelijk zal beheren, maar dat het de bedoeling is dat 'de productiecapaciteit en de knowhow' op termijn overgedragen worden naar lokale partners. Rwanda en het Institut Pasteur de Dakar moeten daarvoor de weg bereiden, onder meer door mensen op te leiden.'Ons doel is om vaccins te ontwikkelen in de Afrikaanse Unie en om duurzame productiecapaciteiten voor vaccins op te zetten, om zo gezamenlijk de medische zorg in Afrika te verbeteren', zegt Ugur Sahin, de ceo van BioNTech. Hij heeft het over vaccins geproduceerd 'in Afrika, voor Afrika'.Momenteel is slechts iets meer dan 5 procent van de Afrikaanse bevolking volledig gevaccineerd tegen covid-19, tegenover 35 procent wereldwijd. Die ongelijkheid wordt onder meer toegeschreven aan het gebrek aan lokale productiefaciliteiten.In juli kreeg Pfizer/BioNTech al kritiek op een overeenkomst die het sloot met een Zuid-Afrikaans bedrijf, zogezegd om vaccins te produceren. Het ging echter niet om het maken van het vaccin zelf: het Zuid-Afrikaanse bedrijf zou de entstof gewoon in flesjes stoppen en verdelen. Onder meer Artsen Zonder Grenzen veroordeelde de deal, omdat het weinig zou bijdragen aan de Afrikaanse vaccinonafhankelijkheid.De plannen voor een echte productiefaciliteit zijn volgens BioNTech echter 'een cruciale voorwaarde voor succes in de ontwikkeling van duurzame vaccinproductie in de Afrikaanse Unie'.De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) reageert opgetogen met het nieuws. 'Productiefaciliteiten zoals deze zullen levensreddend en levensveranderend zijn voor Afrika. Ze kunnen ertoe leiden dat miljoenen geavanceerde vaccins worden gemaakt voor Afrikanen, door Afrikanen in Afrika. Dat is cruciaal voor het overdragen van kennis en knowhow, het creëren van nieuwe banen en vaardigheden en uiteindelijk het versterken van de gezondheidszekerheid van Afrika', zegt regionaal WHO-directeur voor Afrika Matshidiso Moeti in een reactie.