Een grootschalige studie, gerapporteerd in The Proceedings of the National Academy of Sciences, heeft uitgewezen dat de 25 procent meest optimistische vrouwen tot 15 procent procent langer leven dan de 25 procent minst optimistische. Bij mannen was het verschil iets minder uitgesproken: 11 procent. Eén enkele studie bewijst weinig. Maar dit is het zoveelste onderzoek in een eindeloze rij dat telkens opnieuw aantoont dat optimisme heel goed is voor uw gezondheid. De ideale combinatie voor een lang en gezond leven is blijkbaar de feiten goed inschatten en daar dan optimistisch tegenover staan. Naïef optimisme is vaak een basis van valse hoop en bittere ontgoocheling, net zoals alleen kijken naar de harde werkelijkheid (pessimisten zijn inderdaad realisten) u al evenmin helpt om gezonder te zijn.

In zijn bestseller Good to Great wijst Jim Collins op de Stockdale-paradox. James Stockdale was een gevangene tijdens de Vietnamoorlog. Hij zag hoe zijn naïef optimistische medegevangenen letterlijk bezweken onder hun dwaze optimisme ('over enkele weken zijn we vrij en vieren we Kerstmis met ons gezin'). Als die dwaze hoop niet werd bewaarheid, verloren ze hun energie en zakten ze weg in diepe depressies. Stockdale verloor de moed niet, hij bleef erin geloven, maar wist dat het hard en lang kon zijn. Blijf hopen op het beste, maar bereid je voor op het ergste. Ik heb vaak aan de Stockdale-paradox gedacht toen de coronacrisis uitbrak. Je had de doemdenkers: 'Dit is het einde van onze beschaving, dit is een economische ramp, de veerkracht is gebroken.' Je had ook de dwaze optimisten: 'Dit zal zonder meer voorbijgaan, we krijgen snel een V-herstel.' Enkele virologen, Marc Van Ranst op kop, straalden een soort Stockdale-houding uit: 'Dit is ernstiger dan we aanvankelijk hadden gedacht, maar we kunnen een traject uitbouwen om ermee te leven.'

Wees optimist, blijf optimist, word optimist.

Nog beter zie je de Stockdale-paradox bij de speurtocht naar het vaccin. In veel landen - zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en India - 'beloven' politieke leiders dat het vaccin een wondermiddel zal zijn dat ons deze herfst al zal bevrijden uit de slavernij van het coronavirus. De meeste virologen wijzen op de complexiteit en de onafwendbare traagheid van de verschillende stappen naar een vaccin, maar bewaren het optimisme dat de mensheid met behulp van allerlei doorbraken, creativiteit én discipline de volgende twee à drie jaar behoorlijk zal kunnen samenleven met het virus.

De vraag blijft natuurlijk fascinerend: waarom leven optimisten langer? Twee verklaringen drijven boven. De ene verklaring luidt dat optimisten zich beter houden aan gezondheidsadviezen, omdat ze geloven dat de inspanningen zullen lonen. Ze hebben gewoonweg meer discipline. Optimisten weten waarom ze weerstaan aan ongezonde verleidingen, ze zetten zich beter in om hun doelen te bereiken, ze lossen de problemen beter op en als doelen niet haalbaar lijken, passen ze hun doelstellingen vlot aan. Dat doet opvallend sterk denken aan wat een goede manager doet. Werf dus maar optimisten aan als leidinggevenden.

De tweede verklaring kan heel moeilijk worden uitgesloten. Het bewijs dat optimisten langer leven is zo breed, zo gevarieerd en zo los van culturen dat je kunt aannemen dat er hormonen zijn die vlotter vrijkomen bij optimisten dan bij pessimisten. Dat heeft dan blijkbaar vooral te maken met de manier waarop optimisten omgaan met stress. Ze nemen de touwtjes wijzer of actiever in handen en verlagen zo het aantal negatieve stresshormonen.

Welke verklaring u ook verkiest, kies gerust diegenen het best in uw kraam past, zolang u er maar optimistischer van wordt.

Een grootschalige studie, gerapporteerd in The Proceedings of the National Academy of Sciences, heeft uitgewezen dat de 25 procent meest optimistische vrouwen tot 15 procent procent langer leven dan de 25 procent minst optimistische. Bij mannen was het verschil iets minder uitgesproken: 11 procent. Eén enkele studie bewijst weinig. Maar dit is het zoveelste onderzoek in een eindeloze rij dat telkens opnieuw aantoont dat optimisme heel goed is voor uw gezondheid. De ideale combinatie voor een lang en gezond leven is blijkbaar de feiten goed inschatten en daar dan optimistisch tegenover staan. Naïef optimisme is vaak een basis van valse hoop en bittere ontgoocheling, net zoals alleen kijken naar de harde werkelijkheid (pessimisten zijn inderdaad realisten) u al evenmin helpt om gezonder te zijn. In zijn bestseller Good to Great wijst Jim Collins op de Stockdale-paradox. James Stockdale was een gevangene tijdens de Vietnamoorlog. Hij zag hoe zijn naïef optimistische medegevangenen letterlijk bezweken onder hun dwaze optimisme ('over enkele weken zijn we vrij en vieren we Kerstmis met ons gezin'). Als die dwaze hoop niet werd bewaarheid, verloren ze hun energie en zakten ze weg in diepe depressies. Stockdale verloor de moed niet, hij bleef erin geloven, maar wist dat het hard en lang kon zijn. Blijf hopen op het beste, maar bereid je voor op het ergste. Ik heb vaak aan de Stockdale-paradox gedacht toen de coronacrisis uitbrak. Je had de doemdenkers: 'Dit is het einde van onze beschaving, dit is een economische ramp, de veerkracht is gebroken.' Je had ook de dwaze optimisten: 'Dit zal zonder meer voorbijgaan, we krijgen snel een V-herstel.' Enkele virologen, Marc Van Ranst op kop, straalden een soort Stockdale-houding uit: 'Dit is ernstiger dan we aanvankelijk hadden gedacht, maar we kunnen een traject uitbouwen om ermee te leven.' Nog beter zie je de Stockdale-paradox bij de speurtocht naar het vaccin. In veel landen - zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en India - 'beloven' politieke leiders dat het vaccin een wondermiddel zal zijn dat ons deze herfst al zal bevrijden uit de slavernij van het coronavirus. De meeste virologen wijzen op de complexiteit en de onafwendbare traagheid van de verschillende stappen naar een vaccin, maar bewaren het optimisme dat de mensheid met behulp van allerlei doorbraken, creativiteit én discipline de volgende twee à drie jaar behoorlijk zal kunnen samenleven met het virus. De vraag blijft natuurlijk fascinerend: waarom leven optimisten langer? Twee verklaringen drijven boven. De ene verklaring luidt dat optimisten zich beter houden aan gezondheidsadviezen, omdat ze geloven dat de inspanningen zullen lonen. Ze hebben gewoonweg meer discipline. Optimisten weten waarom ze weerstaan aan ongezonde verleidingen, ze zetten zich beter in om hun doelen te bereiken, ze lossen de problemen beter op en als doelen niet haalbaar lijken, passen ze hun doelstellingen vlot aan. Dat doet opvallend sterk denken aan wat een goede manager doet. Werf dus maar optimisten aan als leidinggevenden. De tweede verklaring kan heel moeilijk worden uitgesloten. Het bewijs dat optimisten langer leven is zo breed, zo gevarieerd en zo los van culturen dat je kunt aannemen dat er hormonen zijn die vlotter vrijkomen bij optimisten dan bij pessimisten. Dat heeft dan blijkbaar vooral te maken met de manier waarop optimisten omgaan met stress. Ze nemen de touwtjes wijzer of actiever in handen en verlagen zo het aantal negatieve stresshormonen. Welke verklaring u ook verkiest, kies gerust diegenen het best in uw kraam past, zolang u er maar optimistischer van wordt.