In een communistisch verleden kenden we de Gosplannen, waarmee Moskou de economie van de hele Sovjet-Unie wou dirigeren. In het heden kennen we de vijfjarenplannen van het nog steeds communistische China, die intussen al aan hun dertiende editie toe zijn. En in de toekomst is er Europa 2050, het megaplan waarmee de Europese Commissie de hele economie van de Europese Unie wil sturen en klimaatneutraal maken.

De 'Europese Groene Deal' is planning op een duizelingwekkende schaal. Energie, bouw, wind, circulaire industrie, textiel, plastic, staal, batterijen, afval, mobiliteit, brandstoffen, infrastructuur, transport, landbouw, chemie, pesticiden, antibiotica, biodiversiteit, bos, de financiële sector, water, lucht, bodem, industriële installaties: ziedaar de voorlopige actielijst. Het gaat nog maar om een eerste aanzet.

Ik vind het uitstekend dat Europa in klimaatduurzaamheid zichzelf wil vinden en de wereld wil inspireren. De Groene Deal ronkt van de grandioze statements en gonst van de ambitie. Het is natuurlijk te vroeg om een oordeel te vellen over een intentieverklaring. Maar intenties tellen en ze zijn sprekend.

Meer dan zeventig jaar Europese eenmaking is gebouwd op een fundament van een open Europese markt. Een diepe vrijhandelszone die het speelveld voor groot en klein gelijkmaakt door lidstaten uit de handel te weren. Gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke Europese waakhond moeten dat garanderen. Nu komt diezelfde waakhond met een megamasterplan om de staat aan het stuur van de economie te zetten.

Natuurlijk zal de Groene Deal klimaatregels aanscherpen, groene belastingen overwegen en investeringen in technologische innovatie stimuleren. Dat is de gereedschapskist van een Unie die vooral de vele, diverse lidstaten wil verbinden en de krachten van de markteconomie wil kanaliseren. Maar bovenal wil de Groene Deal de markteconomie inruilen voor een gestuurde economie. De Europese Groene Deal wil van de Europese Unie een groene planeconomie maken.

We moeten de economie ecologisch mobiliseren.

Fundamenteel kiest de Europese Commissie niet voor de markt, maar voor de overheid als dynamo om ecologische duurzaamheid te genereren. Als haar plannen doorgaan, zullen ze de ziel van de Unie veranderen. Europa en het groene ideaal worden een gevecht om subsidies, een strijd om politieke bedrijfssteun, een bonanza voor lobbyisten, een opbod van overheidsinvesteringen, een mêlee van prestigeprojecten, een wenslijst van Europese bedrijfskampioenen, allemaal voor de goede groene zaak. Allemaal met belastinggeld en allemaal vanuit Europa georkestreerd. Brussel wordt zowaar Peking.

De Groene Deal past in een geopolitieke visie, die Europa meer economische en technologische soevereiniteit wil geven. De wereld draait niet meer om handel, maar om macht. Maar de Unie zelf draait wel degelijk om handel. Hoeveel moet het kosten? Wie gaat het betalen? Wie zal het uitgeven? Hoe zullen we het uitgeven? Wie zal krijgen? Wie verdient eraan? Die fundamentele vragen worden amper gesteld.

Om ze te beantwoorden, moeten Europese instellingen, lidstaten, derde landen en zoveel andere politieke lagen samenwerken, niet alleen onderling maar ook met het grote en het kleine bedrijfsleven. Gedurende dertig jaar. De multinationals en de grote lidstaten wrijven zich al in de handen, de rest knarst met de tanden.

We hebben dat al eerder gezien. De Lissabonstrategie, Europa 2020, de euro. Allemaal grote Europese prestigeprojecten, forse ambities, op lange termijn. Allemaal afhankelijk van coördinatie uit Brussel en opvolging in de lidstaten. Allemaal daarop spaak gelopen. We gaan dat nu herhalen tot de zoveelste macht. Ik ben benieuwd.

Groen politiek activisme klinkt goed in theorie. In de praktijk eindigt het meestal in selectief industrieel favoritisme. De ambities van de Europese Commissie zijn nodig en nobel. Maar over de methodes moeten we nadenken. Het is onmogelijk de Europese economie te plannen. We moeten de economie ecologisch mobiliseren. Dan kan ook de ziel van de Unie overleven.

In een communistisch verleden kenden we de Gosplannen, waarmee Moskou de economie van de hele Sovjet-Unie wou dirigeren. In het heden kennen we de vijfjarenplannen van het nog steeds communistische China, die intussen al aan hun dertiende editie toe zijn. En in de toekomst is er Europa 2050, het megaplan waarmee de Europese Commissie de hele economie van de Europese Unie wil sturen en klimaatneutraal maken.De 'Europese Groene Deal' is planning op een duizelingwekkende schaal. Energie, bouw, wind, circulaire industrie, textiel, plastic, staal, batterijen, afval, mobiliteit, brandstoffen, infrastructuur, transport, landbouw, chemie, pesticiden, antibiotica, biodiversiteit, bos, de financiële sector, water, lucht, bodem, industriële installaties: ziedaar de voorlopige actielijst. Het gaat nog maar om een eerste aanzet.Ik vind het uitstekend dat Europa in klimaatduurzaamheid zichzelf wil vinden en de wereld wil inspireren. De Groene Deal ronkt van de grandioze statements en gonst van de ambitie. Het is natuurlijk te vroeg om een oordeel te vellen over een intentieverklaring. Maar intenties tellen en ze zijn sprekend.Meer dan zeventig jaar Europese eenmaking is gebouwd op een fundament van een open Europese markt. Een diepe vrijhandelszone die het speelveld voor groot en klein gelijkmaakt door lidstaten uit de handel te weren. Gemeenschappelijke regels en een gemeenschappelijke Europese waakhond moeten dat garanderen. Nu komt diezelfde waakhond met een megamasterplan om de staat aan het stuur van de economie te zetten. Natuurlijk zal de Groene Deal klimaatregels aanscherpen, groene belastingen overwegen en investeringen in technologische innovatie stimuleren. Dat is de gereedschapskist van een Unie die vooral de vele, diverse lidstaten wil verbinden en de krachten van de markteconomie wil kanaliseren. Maar bovenal wil de Groene Deal de markteconomie inruilen voor een gestuurde economie. De Europese Groene Deal wil van de Europese Unie een groene planeconomie maken.Fundamenteel kiest de Europese Commissie niet voor de markt, maar voor de overheid als dynamo om ecologische duurzaamheid te genereren. Als haar plannen doorgaan, zullen ze de ziel van de Unie veranderen. Europa en het groene ideaal worden een gevecht om subsidies, een strijd om politieke bedrijfssteun, een bonanza voor lobbyisten, een opbod van overheidsinvesteringen, een mêlee van prestigeprojecten, een wenslijst van Europese bedrijfskampioenen, allemaal voor de goede groene zaak. Allemaal met belastinggeld en allemaal vanuit Europa georkestreerd. Brussel wordt zowaar Peking.De Groene Deal past in een geopolitieke visie, die Europa meer economische en technologische soevereiniteit wil geven. De wereld draait niet meer om handel, maar om macht. Maar de Unie zelf draait wel degelijk om handel. Hoeveel moet het kosten? Wie gaat het betalen? Wie zal het uitgeven? Hoe zullen we het uitgeven? Wie zal krijgen? Wie verdient eraan? Die fundamentele vragen worden amper gesteld.Om ze te beantwoorden, moeten Europese instellingen, lidstaten, derde landen en zoveel andere politieke lagen samenwerken, niet alleen onderling maar ook met het grote en het kleine bedrijfsleven. Gedurende dertig jaar. De multinationals en de grote lidstaten wrijven zich al in de handen, de rest knarst met de tanden.We hebben dat al eerder gezien. De Lissabonstrategie, Europa 2020, de euro. Allemaal grote Europese prestigeprojecten, forse ambities, op lange termijn. Allemaal afhankelijk van coördinatie uit Brussel en opvolging in de lidstaten. Allemaal daarop spaak gelopen. We gaan dat nu herhalen tot de zoveelste macht. Ik ben benieuwd.Groen politiek activisme klinkt goed in theorie. In de praktijk eindigt het meestal in selectief industrieel favoritisme. De ambities van de Europese Commissie zijn nodig en nobel. Maar over de methodes moeten we nadenken. Het is onmogelijk de Europese economie te plannen. We moeten de economie ecologisch mobiliseren. Dan kan ook de ziel van de Unie overleven.