Hoe zullen we ons de zomer van 2022 herinneren? Voor de wereldwijde hitte, de opstoot van het massatoerisme na corona, de uitbraak van de apenpokken, de doorbraak van het vrouwenvoetbal, de patstelling in Oekraïne, of de voorproef van een oorlog tussen het Westen en China over Taiwan? U vult het lijstje maar aan. Ik ga voor dit: de terugkeer van de staat boven de markt als drijver van de economie.

Neem Taiwan en het gecontesteerde bezoek van de Amerikaanse Congres-voorzitter Nancy Pelosi. Heel veel show voor dat fragiele democratische eiland op een steenworp van die grote stoute Chinese draak. Maar diezelfde Pelosi is ook een van de grote pleitbezorgers van de Chips and Science Act die luttele dagen voor haar reis naar Taiwan in Washington werd gestemd. Met die wet legt de Amerikaanse staat meer dan 52 miljard dollar subsidies en belastingkredieten op tafel voor de productie van halfgeleiders in de Verenigde Staten, met daarbovenop 200 miljard voor onderzoek in domeinen zoals artificiële intelligentie, robotica en kwantumcomputers.

Nonkel Sam, zoals de Amerikanen hun federale overheid betitelen, wil via Amerikaanse bedrijven, met Amerikaanse werknemers, op Amerikaanse bodem, een wereldleiderschap uitbouwen in computertechnologie. Alsof Silicon Valley niet bestond. Grote multinationals staan alvast in de rij voor de kassa. Wie uit de belastingruif eet, zal in tandem met de Amerikaanse federale bureaucratie een technologisch-industrieel complex ontwikkelen met geopolitieke missie. Het wordt de gesteunde bedrijven verboden om ook in China te investeren, voor minstens tien jaar.

We leven in een tijdperk van staatsopbod.

Dat brengt ons terug naar Taiwan, waar de ontwikkeling en de productie van halfgeleiders de ruggengraat van welvaart en invloed uitmaken. De Taiwan Semiconductors Manufacturing Company alleen staat voor meer dan de helft van de hele wereldmarkt. TSMC produceert ook in de VS en ook in China. Het kersverse Amerikaanse industriële beleid duwt TSMC en Taiwan met de rug tegen de muur. Ze worden oneerlijk beconcurreerd met massale subsidies en gedwongen een keuze te maken tussen de VS en China. Pelosi is de grote vriendin van Taiwan, maar niet als het op economie aankomt.

Net zoals Amerika, koos de Europese Unie al eerder in halfgeleiders voor een georkestreerd offensief van industriële planning en Europese autonomie, gesmeerd met vele miljarden overheidsmiddelen. De vrije wereld heeft sympathie voor Taiwan, maar gunt het zijn technologische macht niet. Onze planeconomie ondermijnt het strategische belang van een vrij Taiwan voor het Westen. Als wij strategisch onafhankelijk worden, hebben we geopolitiek de handen vrij. Denk aan Rusland en onze energieafhankelijkheid.

Chinese vijfjarenplannen gingen Amerika en Europa vooraf in een grootschalige planning voor wereldleiderschap in economische sectoren van geordonneerd politiek belang, inclusief halfgeleiders. De vrije wereld ziet China als een autoritair gevaar, maar ze imiteert China in een economisch model dat de grote staat met het grootkapitaal verstrengelt. Wat met halfgeleiders gebeurt, gebeurt met energie, elektriciteit, grondstoffen, batterijen, satellieten, en zo meer: overal profileren zich grote landen die alleen of in een alliantie hele economische sectoren ambiëren. In Frankrijk draait president Macron zelfs zijn hand niet om voor nationaliseringen en directe staatseigendom, in de nucleaire energie en in een consortium met het Verenigd Koninkrijk voor satellieten. Jeff Bezos en Elon Musk zijn gewaarschuwd.

Wie dacht dat we in een open Europese markt en met een Wereldhandelsorganisatie leefden, moet dus zijn wereldbeeld wat bijstellen. We leven in een tijdperk van staatsopbod waarin de kleine landen worden fijngemalen tussen de protectionistische ambities van de grote. Vraag het maar in Taiwan.

Hoe zullen we ons de zomer van 2022 herinneren? Voor de wereldwijde hitte, de opstoot van het massatoerisme na corona, de uitbraak van de apenpokken, de doorbraak van het vrouwenvoetbal, de patstelling in Oekraïne, of de voorproef van een oorlog tussen het Westen en China over Taiwan? U vult het lijstje maar aan. Ik ga voor dit: de terugkeer van de staat boven de markt als drijver van de economie.Neem Taiwan en het gecontesteerde bezoek van de Amerikaanse Congres-voorzitter Nancy Pelosi. Heel veel show voor dat fragiele democratische eiland op een steenworp van die grote stoute Chinese draak. Maar diezelfde Pelosi is ook een van de grote pleitbezorgers van de Chips and Science Act die luttele dagen voor haar reis naar Taiwan in Washington werd gestemd. Met die wet legt de Amerikaanse staat meer dan 52 miljard dollar subsidies en belastingkredieten op tafel voor de productie van halfgeleiders in de Verenigde Staten, met daarbovenop 200 miljard voor onderzoek in domeinen zoals artificiële intelligentie, robotica en kwantumcomputers.Nonkel Sam, zoals de Amerikanen hun federale overheid betitelen, wil via Amerikaanse bedrijven, met Amerikaanse werknemers, op Amerikaanse bodem, een wereldleiderschap uitbouwen in computertechnologie. Alsof Silicon Valley niet bestond. Grote multinationals staan alvast in de rij voor de kassa. Wie uit de belastingruif eet, zal in tandem met de Amerikaanse federale bureaucratie een technologisch-industrieel complex ontwikkelen met geopolitieke missie. Het wordt de gesteunde bedrijven verboden om ook in China te investeren, voor minstens tien jaar.Dat brengt ons terug naar Taiwan, waar de ontwikkeling en de productie van halfgeleiders de ruggengraat van welvaart en invloed uitmaken. De Taiwan Semiconductors Manufacturing Company alleen staat voor meer dan de helft van de hele wereldmarkt. TSMC produceert ook in de VS en ook in China. Het kersverse Amerikaanse industriële beleid duwt TSMC en Taiwan met de rug tegen de muur. Ze worden oneerlijk beconcurreerd met massale subsidies en gedwongen een keuze te maken tussen de VS en China. Pelosi is de grote vriendin van Taiwan, maar niet als het op economie aankomt. Net zoals Amerika, koos de Europese Unie al eerder in halfgeleiders voor een georkestreerd offensief van industriële planning en Europese autonomie, gesmeerd met vele miljarden overheidsmiddelen. De vrije wereld heeft sympathie voor Taiwan, maar gunt het zijn technologische macht niet. Onze planeconomie ondermijnt het strategische belang van een vrij Taiwan voor het Westen. Als wij strategisch onafhankelijk worden, hebben we geopolitiek de handen vrij. Denk aan Rusland en onze energieafhankelijkheid.Chinese vijfjarenplannen gingen Amerika en Europa vooraf in een grootschalige planning voor wereldleiderschap in economische sectoren van geordonneerd politiek belang, inclusief halfgeleiders. De vrije wereld ziet China als een autoritair gevaar, maar ze imiteert China in een economisch model dat de grote staat met het grootkapitaal verstrengelt. Wat met halfgeleiders gebeurt, gebeurt met energie, elektriciteit, grondstoffen, batterijen, satellieten, en zo meer: overal profileren zich grote landen die alleen of in een alliantie hele economische sectoren ambiëren. In Frankrijk draait president Macron zelfs zijn hand niet om voor nationaliseringen en directe staatseigendom, in de nucleaire energie en in een consortium met het Verenigd Koninkrijk voor satellieten. Jeff Bezos en Elon Musk zijn gewaarschuwd.Wie dacht dat we in een open Europese markt en met een Wereldhandelsorganisatie leefden, moet dus zijn wereldbeeld wat bijstellen. We leven in een tijdperk van staatsopbod waarin de kleine landen worden fijngemalen tussen de protectionistische ambities van de grote. Vraag het maar in Taiwan.