Het is zo voorspelbaar. Elk federaal of Vlaams topoverleg verloopt steevast op dezelfde manier. Na de harde standpunten en de lange nachten eindigen we met een gevoel van: is het dat maar? Komt het door onze alombekende compromissen à la Belge? Niet eens. We verwachten gewoon te veel. Het is de hoogste tijd dat we daar iets aan doen. Al was het maar om de antipolitiek wat minder te voeden.
...

Het is zo voorspelbaar. Elk federaal of Vlaams topoverleg verloopt steevast op dezelfde manier. Na de harde standpunten en de lange nachten eindigen we met een gevoel van: is het dat maar? Komt het door onze alombekende compromissen à la Belge? Niet eens. We verwachten gewoon te veel. Het is de hoogste tijd dat we daar iets aan doen. Al was het maar om de antipolitiek wat minder te voeden. Waar zit de overheid, nu we ze nodig hebben? Als zowat iedereen - bevolking, bedrijfswereld, middenveld - zich die vraag stelt, klopt er iets niet. Dan heeft dat misschien minder te maken met het beleid dan met de manier waarop we naar onze overheden kijken. We leven nu eenmaal in een beschermende omgeving met een alomtegenwoordige overheid. We hebben brede sociale vangnetten, weliswaar met grote gaten erin. Want de armoede dringen ze nauwelijks terug. Veel regeltjes ook. Vlaamse, Belgische en Europese regeltjes die ons evengoed beschermen als beperken. En we pompen miljarden subsidies in de economie. De overheid is op alle mogelijke vlakken doorgedrongen in het economische weefsel. In Franstalig België, met zijn lage werkgelegenheidsgraad en gekrompen privésector, vertegenwoordigt ze 70 procent van de economie. Dat neigt naar communisme, zei Pierre Wunsch, de gouverneur van de Nationale Bank, ooit. In gewone tijden lijkt dat min of meer te functioneren, ook al betalen we er met onze hoge belastingdruk en schuldenberg een serieuze prijs voor. Maar in crisistijden staat de keizer daar pas écht zonder kleren. Als de overheid altijd alles probeert te regelen, is het logisch dat we naar diezelfde overheid kijken om de energiefactuur te verlagen, de lonen en vervangingsinkomens op peil te houden en de bedrijven te steunen. We hebben het nooit anders geleerd. We leven al decennia in de illusie dat de overheid alles kan oplossen. Helaas werkt het zo niet. Het is toch niet normaal dat zowat iedereen compensaties krijgt voor zijn energieverbruik? We zullen zien wie die steun ooit zal terugbetalen via de belastingbrief. Het is toch niet normaal dat we vasthouden aan een onbetaalbare loonindexering voor alle inkomens, goed wetend dat die onze concurrentiekracht onderuithaalt en de inflatie voedt? De energiecrisis leidt helaas tot een ernstige collectieve verarming. Collectief betekent: voor iedereen. Zelfs Duitsland zal zijn steunmaatregelen niet eindeloos kunnen volhouden, ook al hebben ze daar veel diepere zakken dan wij. De overheid kan het niet alleen. Maar dat hoeft ook niet. Laat ons beginnen met dat duidelijk te vertellen. Het verwachtingspatroon moet worden bijgesteld: zo zorgen we voor u, maar dit doet u beter zelf. En laat ons er vooral naar handelen. Het zachte deken van onze welvaartsstaat moet niet weg, maar opgeschud. Dat betekent: iedereen het heft in eigen handen te leren nemen. Voorbeelden? Duw mensen nu eens echt naar groene energie. Omdat het juist en verstandig is, en simpelweg omdat het moet. Bescherm zelfstandigen niet als een semi-werknemer, maar belast hen evenmin kapot. Bestraf geen mensen die wél zelfvoorzienend willen zijn en dus sparen voor later. Wie mee kan, maar niet mee wil, houd je niet eindeloos in het een of andere vangnet. Bestrijd daarom de werkloosheidsval nu eens echt. Bouw ten slotte de regulitis van de overheid, in haar breedste zin, enigszins af. Ooit hadden we een heel zichtbare staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging. Hij ploegt zich nu een weg door Justitie. Een Belgische Liz Truss hebben we geenszins nodig. Enige terughoudendheid en realiteitszin echter wel. Het zou onze zelfredzaamheid verhogen, voor veerkracht zorgen in tijden van crisis en voor minder teleurstelling als de overheid alsnog probeert bij te springen wanneer dat echt nodig is.