Normaal beslist de federale ministerraad vrijdag 30 april hoe ons energielandschap er de komende jaren zal uitzien. Er komt een investeringsmechanisme: het capacity remuneration mechanism (CRM). Daarin is ruimte voor nieuwe gascentrales, maar ook voor batterij-opslag en systemen van vraagsturing, zodat industriële en op termijn huishoudelijke installaties kunnen worden aan- en afgeschakeld.

De beslissing over de kerncentrales valt formeel pas in het najaar, maar als er voldoende alternatieve capaciteit is, sluit de laatste nucleaire stroomreactor in 2025. Die keuze heeft voor- en tegenstanders, maar in elk geval zou een Belgische regering, voor het eerst sinds de kernuitstap in 2003, nog eens een duidelijke koers uitstippelen. Dat verdient een pluim, zeker omdat het CRM-dossier in sneltreinvaart door de administratieve procedures wordt gestuurd.

We betalen de prijs voor het non-beleid in de energiesector.

Tegelijk is het wrang om vast te stellen dat de overheid überhaupt een ondersteuningsmechanisme moet opzetten. België heeft alle troeven om nieuwe investeerders aan te trekken: voldoende en goedkoop gas, een goed uitgebouwd hoogspanningsnet, ruime exportmogelijkheden. Bovendien zou een markt waarin in drie jaar de helft van de productiecapaciteit verdwijnt, investeerders moeten aantrekken als stroop vliegen.

Alleen willen die vliegen niet komen. Ze hebben geleerd de overheid niet meer op haar woord te geloven. De sluiting van de oudste kerncentrales is door de regering-Di Rupo (Tihange 1) en -Michel (Doel 1 en 2) herroepen. En zo komen er zonder ondersteuning geen nieuwe centrales. Het gevolg is dat de federale minister van Energie, Tinne Van der Straeten (Groen), slechts kan proberen de CRM-factuur zo veel mogelijk te beperken. Dat is de prijs die we betalen voor het non-beleid van de laatste decennia.

Normaal beslist de federale ministerraad vrijdag 30 april hoe ons energielandschap er de komende jaren zal uitzien. Er komt een investeringsmechanisme: het capacity remuneration mechanism (CRM). Daarin is ruimte voor nieuwe gascentrales, maar ook voor batterij-opslag en systemen van vraagsturing, zodat industriële en op termijn huishoudelijke installaties kunnen worden aan- en afgeschakeld. De beslissing over de kerncentrales valt formeel pas in het najaar, maar als er voldoende alternatieve capaciteit is, sluit de laatste nucleaire stroomreactor in 2025. Die keuze heeft voor- en tegenstanders, maar in elk geval zou een Belgische regering, voor het eerst sinds de kernuitstap in 2003, nog eens een duidelijke koers uitstippelen. Dat verdient een pluim, zeker omdat het CRM-dossier in sneltreinvaart door de administratieve procedures wordt gestuurd. Tegelijk is het wrang om vast te stellen dat de overheid überhaupt een ondersteuningsmechanisme moet opzetten. België heeft alle troeven om nieuwe investeerders aan te trekken: voldoende en goedkoop gas, een goed uitgebouwd hoogspanningsnet, ruime exportmogelijkheden. Bovendien zou een markt waarin in drie jaar de helft van de productiecapaciteit verdwijnt, investeerders moeten aantrekken als stroop vliegen. Alleen willen die vliegen niet komen. Ze hebben geleerd de overheid niet meer op haar woord te geloven. De sluiting van de oudste kerncentrales is door de regering-Di Rupo (Tihange 1) en -Michel (Doel 1 en 2) herroepen. En zo komen er zonder ondersteuning geen nieuwe centrales. Het gevolg is dat de federale minister van Energie, Tinne Van der Straeten (Groen), slechts kan proberen de CRM-factuur zo veel mogelijk te beperken. Dat is de prijs die we betalen voor het non-beleid van de laatste decennia.