Eind juni keurden de Europese ministers de Anti Tax Avoidance Directive (ATAD) goed. Vanaf 2019 sluit die richtlijn tegen belastingontwijking heel wat fiscale achterpoortjes die worden opgezet met internationale constructies. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) sprak van een "win-win". Belastingontwijking kan volgens hem worden aangescherpt "zonder economische schade".
...

Eind juni keurden de Europese ministers de Anti Tax Avoidance Directive (ATAD) goed. Vanaf 2019 sluit die richtlijn tegen belastingontwijking heel wat fiscale achterpoortjes die worden opgezet met internationale constructies. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) sprak van een "win-win". Belastingontwijking kan volgens hem worden aangescherpt "zonder economische schade". "ATAD is een spaghetti met veel optiemogelijkheden", zegt Patrick Boone, managing partner van het fiscaal-juridische departement van PwC. "De uitwerking is cruciaal. België heeft een hoog belastingtarief voor vennootschappen, maar laat via de nichefiscaliteit veel aftrekken toe. Het moet bij de uitwerking hard oppassen dat het zich niet uit de markt prijst en heiliger wordt dan de paus. Dan zullen minder scrupuleuze lidstaten hun deel van de internationale investeringskoek wel inpikken." De richtlijn beperkt de intrestaftrek tot 30 procent van de bedrijfscashflow of ebitda. "Heel wat internationale groepen brengen hun financiële tak onder in Brussel, omdat ons land een ruime intrestaftrek toelaat, zoals de notionele-intrestaftrek", weet Boone. "Ook andere kleine landen deden dat. Het was een doorn in het oog van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië, die daardoor minder bedrijfsbelasting konden heffen. Zij hebben die nieuwe maatregel erdoor gedrukt. Het zou goed zijn als België van de invoering van die regeling gebruikmaakt om alle beperkingen op intresten in zijn fiscale wetgeving af te schaffen. De ATAD voert ook op andere plaatsen antimisbruikbepalingen in. Dit is het moment om de Belgische fiscale koterijen op te doeken." "Het ene bedrijf zal in dezelfde situatie de bestaande beperking in de Belgische wetgeving hanteren en het andere de ATAD-bepaling", voorspelt advocaat Jan Tuerlinckx. "En de fiscus misschien beide. Dat zal tot verwarring leiden."De richtlijn voorziet in een rist uitzonderingen. Zo laat ze de lidstaten toe de intrest van leningen en de bedrijfscashflow te consolideren, waardoor de schuldgraad op groepsniveau mee in rekening wordt genomen. "Als dat niet gebeurt, worden kleine landen benadeeld, omdat voor lokale investeringen minder wordt geleend", stelt Boone. "ATAD laat ook de optie open om nog niet afgetrokken intresten of ongebruikte bedrijfscashflow uit het verleden over te dragen voor de toepassing van de 30 procentregel vanaf 2019. Het Zomerakkoord van de regering-Michel bevat een suggestie dat dat ook in België zal gebeuren." Van Overtveldt liet ook verstaan dat hij openstaat voor de optie van een vrijstelling tot 3 miljoen euro intrest. Dat bedrag zou mogen worden afgetrokken, hoe klein de ebitda ook is. "Vooral kmo's zullen daar een beroep op doen", meent Boone. "Zonder vrijstelling worden ze door hun lage ebitda extra gestraft." Een andere uitzondering op de 30 procentregel kan voor publiek-private samenwerkingsprojecten (pps). Die gaan vaak zware leningen aan, waarvan de betaling wordt uitgesmeerd in de exploitatieperiode van het project. Vooral de gewesten gieten grote bouwprojecten in een pps. ATAD voert ook de controlled foreigncompany-regel in. Die wetgeving belast de wereldwijde winst van een internationale groep als de controlerende aandeelhouder zich binnen haar grenzen bevindt. "Dat wordt een revolutie in onze fiscale wetgeving", voorspelt Boone. "In België zijn veel dochterondernemingen van buitenlandse bedrijven actief. Als de belastingdienst in het moederland van die buitenlandse groep meent dat dat uit louter fiscale motieven gebeurt, kan ze voortaan een deel van de Belgische winst belasten. Zo verliest België op termijn investeringen, en dus inkomsten. Vooral financiële coördinatiecentra van internationale groepen kunnen worden getroffen." "De regel dat een vrijstelling in het ene land een belasting is en een tweede belasting in het andere land dan niet kan, wordt opzijgeschoven", denkt Tuerlinckx. "Een bedrijf zal moeten bewijzen dat het in het ene land terdege wordt belast, om te vermijden dat het in het land van de controlerende aandeelhouder wordt belast op buitenlandse activiteiten. Ik heb daar geen moeite mee, maar het is moeilijk die structuren voor 2019 te regulariseren. Zo'n opkuis duurt lang en kost geld. Daar worden alleen advocaten rijker van." Boone vreest dat de Belgische fiscus voortaan de winst in exotische landen wil belasten op basis van de informatie uit de belastingaangifte over buitenlandse rekeningen. Dat kan een fiscale strop betekenen voor internationale Belgische groepen, zoals baggeraars en bouwbedrijven, die bijvoorbeeld een legitieme dochteronderneming hebben in Panama of Dubai. Boone: "Gelukkig biedt ATAD de mogelijkheid de belasting enkel in het buitenland te laten heffen als de groep daar een substantiële economische activiteit heeft. Ik denk dat de rulingcommissie na 2019 wordt overspoeld met nieuwe dossiers." Europa wil ook een einde maken aan de zogenoemde hybride mismatches, zoals profit participating loans. Dat zijn leningen die worden terugbetaald via een deelname aan de winst. Omdat het ene land een aspect van die constructie een fiscaal voordeel geeft (als dividend) en een ander dat doet voor hetzelfde onderdeel (als intrest), kan de belastingplichtige tweemaal belasting weggommen. ATAD wil dat soort gekruiste fiscale dubbelvoordelen bestraffen. "Dit is het archetype van een maatregel waarbij landen hun fiscale onenigheden bij een onderneming droppen", verwijt Boone. "België heeft al maatregelen genomen om te vermijden dat de lokale aftrek van een intrest aanleiding geeft tot een niet-belast dividend in het buitenland. Door ATAD wordt een Belgische dochteronderneming nu ook geacht inzicht te hebben in eventuele hybride structuren in de groep.De onderneming moet het negatieve bewijs leveren dat er geen hybride mismatch is. Een land verliest zo de autonomie eigen fiscale principes toe te passen op vennootschapsrechtelijke gegevenheden. Dat is twee bruggen te ver." "De Europese Unie wil de profit participating loans in multinationals aanpakken, maar gooit met een algemeen verbod op hybride mismatches met het badwater ook het kind weg", aldus Tuerlinckx. "Holdingvennootschappen boven familiebedrijven zijn vrijgesteld van roerende voorheffing en krijgen een DBI-aftrek. Dat is een legale constructie, maar als de fiscus de antimisbruikbepalingen van de hybride mismatches erop loslaat, kan de belastingplichtige een probleem hebben. Dat was toch de bedoeling niet. Als die Europese antimisbruikmaatregel radicaal wordt toegepast, heeft iedere houder van een passieve holdingstructuur een reden om 's nachts wakker te liggen." Alsof het vrije kapitaalverkeer niet bestaat, voert ATAD ook een exitbelasting in bij de verhuizing van economische activiteiten uit een land. Als de Belgische boekwaarde van een actief na de verhuizing in het buitenland hoger wordt gewaardeerd, bijvoorbeeld door een synergie-effect, kan de fiscus die meerwaarde taxeren. Boone voorspelt discussies over de waardering: "De rulingcommissie zal ook daarvoor veel extra werk krijgen." De exitheffing geldt enkel voor bedrijven. "De deur staat op een kier om de maatregel uit te breiden naar de verhuizing van privévermogens buiten het thuisland", meent Tuerlinckx. Het kabinet van Financiën moet op korte termijn dus heel wat nieuwe regels uitwerken. In Nederland waren de voorstellen over de ATAD al voorpaginanieuws. "Ik heb niet de indruk dat het leeft in de Wetstraat", zegt Boone. "Nochtans is de uitwerking essentieel voor bedrijven als je die koppelt aan de discussie over de verlaging van de vennootschapsbelasting. Wat de bedrijven daar winnen, kunnen ze door een gedicht achterpoortje verliezen."