De voorzitters van de drie grote vakbonden deelden maandagochtend de pensioenkrant uit in het station van Vilvoorde. Er zullen deze week een miljoen exemplaren worden verspreid van de krant.
...

De voorzitters van de drie grote vakbonden deelden maandagochtend de pensioenkrant uit in het station van Vilvoorde. Er zullen deze week een miljoen exemplaren worden verspreid van de krant. Daarin maken de vakbonden een analyse van de pensioeningrepen van de regering zoals de zware beroepen, het pensioen met punten, het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd richting 67 jaar in 2030.Op de eerste bladzijden van hun pensioenkrant maken de vakbonden de juiste analyse: de pensioenuitkeringen liggen in België relatief laag. Het gemiddeld wettelijk pensioen van een alleenstaande man bedraag hier 1.181 euro per maand. Bij een vrouw is dat 882 euro per maand. De pensioenuitgaven kunnen volgens de vakbonden hier gerust omhoog. Tenslotte geeft Nederland per inwoner 100 euro meer uit aan pensioenen dan België. In ons land bedragen de pensioenuitgaven 10,2 procent van het bbp. In Frankrijk is dat 13,8 procent van het bbp, in Oostenrijk 13,2 procent. Moet iedere Belg dan recht krijgen op een minimumpensioen van 1.500 euro zoals ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw bepleit? Het bedrag wordt niet vermeld in de pensioenkrant, maar de vakbonden pleiten wel voor 'een pensioen waar iedereen waardig van kan leven'. Dat zou 1,6 miljard euro kosten. Daarnaast moet de pensioenuitkering worden opgetrokken naar 75 procent van het gemiddelde loon in plaats van 60 procent vandaag. Kostprijs: 4,9 miljard euro. Hoe willen de vakbonden dat alles financieren? Door hogere belastingen, zo blijkt. Bijvoorbeeld via een meerwaardebelasting op aandelen in te voeren en de sociale werkgeversbijdragen opnieuw op te trekken. 1 procent hogere werkgeversbijdrage levert jaarlijks 1,3 miljard euro op.Dit is natuurlijk een totaal verkeerde keuze. België kampt al met een hoge fiscale druk. De recente belastingverlagingen opnieuw afbouwen zou een zeer slechte zaak zijn. Het zou de loonkosten opnieuw verhogen en de concurrentiekracht van de ondernemingen aantasten. Wat slecht nieuws is voor de werkgelegenheid.Neen, de fiscale weg inslaan is niet de manier om de pensioenen betaalbaar te houden. De enige oplossing is langer werken. De werkelijke Belgische uittredeleeftijd is met 60 jaar nog altijd te laag. De werkzaamheidsgraad van de 55-plussers is de voorbije jaren gelukkig gestegen: van 31,8 procent in 2005 tot 47,7 procent in 2017. Maar ze zit nog een stuk onder het EU-gemiddelde van 55,3 procent. In Zweden was vorig jaar 75,5 procentvan de 55-plussers nog aan het werk, in Duitsland 68 procent. Met de verstrenging van het brugpensioen, het optrekken van de leeftijdsgrens voor vervroegd pensioen naar 63 jaar en het aanpassen van de reglementering voor de landingsbanen zijn al stappen in de goede richting gezet. Hetzelfde geldt voor het optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd naar 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030. Maar eigenlijk moet die pensioenleeftijd nu al omhoog. De Gentse econoom Gert Peersman pleit er allang voor: niet in één ruk, maar zoals in andere landen ieder jaar met een aantal maanden. Dat moet voldoende zijn om de jaarlijkse stijging van de vergrijzingskosten op te vangen.