Economie en geneeskunde. Sinds kort beseffen we dat beide niet zomaar te scheiden zijn. De denkmodellen lijken erg verschillend. Economen denken vaak positief en risicobereid. Dokters denken conservatief en belichamen de eed van Hippocrates. Beide groepen experts stapelen de denkfouten op. Daniel Kahneman in 2002 en Richard Thaler in 2017 kregen voor hun onderzoek naar die fouten zelfs de Nobelprijs economie. In onze bewondering voor de 'helden van de zorg' past het niet om ons af te vragen welke denkfouten zij maken. Hetzelfde gedachtegoed dat de irrationaliteit van beleggers verklaart, is nochtans ook al uitvoerig aan bod gekomen in de geneeskunde. Onlangs nog is aangetoond dat nudging veel effectiever is om mensen aan te zetten zich te laten vaccineren dan bewustmakingscampagnes. Kort door de bocht: nudging is gedragsgericht. Zorg ervoor dat mensen zo gemakkelijk mogelijk het gewenste doen. Zet aan het buffet veel gezonde, mooi ogende desserts voor de zoete brol. Je kunt alleen maar hopen dat in die werkgroepen waar psychologen en niet de virologen de plak zwaaien, dat soort gedachtegoed domineert en niet de hang naar attitudebeïnvloeding, met zijn leuke videootjes-met-vedetten.

Wat artsen kunnen leren van gedragseconomen .

In de jaren tachtig deden dokter Don Redelmeier en onderzoeksgenie Amos Tversky een merkwaardige vaststelling. Artsen beslisten anders voor individuele patiënten dan voor het algemene gezondheidsbeleid. Voor hun patiënt kon het niet genoeg kosten, voor de maatschappij zochten ze systematisch goedkopere oplossingen. Voor dezelfde ziekte redeneerden die artsen verschillend naargelang het kader waarin ze moesten beslissen. Economen weten al langer dat framing doorslaggevend kan zijn. Artsen zijn door de aard van hun werk veel zelfverzekerder dan economen, hun traditie is paternalistisch. Weinig artsen beseffen dat ze totaal anders zouden kunnen denken als ze plots lid, of zelfs voorzitter, worden van een comité dat niets anders doet dan maatschappelijk verantwoorde beslissingen nemen. Sommigen onder hen weten al, met zowat veertig jaar vertraging, dat negatieve of positieve framing een wereld van verschil maakt. Toen men kankerpatiënten liet kiezen tussen chemotherapie en operatief ingrijpen, reageerden die erg verschillend naargelang wat hen werd verteld. "Bij operatief ingrijpen hebben we 80 procent kans op succes." Of "bij operatief ingrijpen hebben we 20 procent kans dat het fout afloopt". Dezelfde feiten, anders gekaderd.

Nu ja, artsen beslissen en communiceren met hun patiënten zoals hun vakgebied en ethiek het voorschrijven. Maar ik zou toch heel ontgoocheld zijn, mocht ik ooit vernemen dat in al die comités de namen Redelmeier en Tversky niet bekend zijn. Ik heb nochtans redenen om dat te denken. Voor de leken onder de lezers: dit is de volle referentie van het artikel dat haarfijn uitlegt dat artsen erg verschillend reageren naargelang ze jou advies geven of van comité naar comité hollen: Redelmeier & Tversky (1990): Discrepancy between medical decisions for individual patients and for groups. New England Journal of Medicine 322 (16): 1162-64

Soms vraag ik mij af hoe die artsen hun denken kaderen als ze in de tv-studio zitten. Misschien kunnen gezondsheidseconomen en experimenteel psychologen daar eens wat studies over maken. Dat we allemaal snakken naar perspectief, daar hebben we geen professoren voor nodig. Om baanbrekende studies vakkundig te begeleiden wel. Maar soms denk ik dat al dat comité- en interviewwerk die geleerde mensen weghoudt van waar ze echt goed in zijn: hoog academisch onderzoek dat in geen enkel café zal worden tegengesproken. Dank u, Don Redelmeier, Richard Thaler, Daniel Kahneman en wijlen Amos Tversky. Jullie toonden de weg die de echte experts bewandelen.

Economie en geneeskunde. Sinds kort beseffen we dat beide niet zomaar te scheiden zijn. De denkmodellen lijken erg verschillend. Economen denken vaak positief en risicobereid. Dokters denken conservatief en belichamen de eed van Hippocrates. Beide groepen experts stapelen de denkfouten op. Daniel Kahneman in 2002 en Richard Thaler in 2017 kregen voor hun onderzoek naar die fouten zelfs de Nobelprijs economie. In onze bewondering voor de 'helden van de zorg' past het niet om ons af te vragen welke denkfouten zij maken. Hetzelfde gedachtegoed dat de irrationaliteit van beleggers verklaart, is nochtans ook al uitvoerig aan bod gekomen in de geneeskunde. Onlangs nog is aangetoond dat nudging veel effectiever is om mensen aan te zetten zich te laten vaccineren dan bewustmakingscampagnes. Kort door de bocht: nudging is gedragsgericht. Zorg ervoor dat mensen zo gemakkelijk mogelijk het gewenste doen. Zet aan het buffet veel gezonde, mooi ogende desserts voor de zoete brol. Je kunt alleen maar hopen dat in die werkgroepen waar psychologen en niet de virologen de plak zwaaien, dat soort gedachtegoed domineert en niet de hang naar attitudebeïnvloeding, met zijn leuke videootjes-met-vedetten. In de jaren tachtig deden dokter Don Redelmeier en onderzoeksgenie Amos Tversky een merkwaardige vaststelling. Artsen beslisten anders voor individuele patiënten dan voor het algemene gezondheidsbeleid. Voor hun patiënt kon het niet genoeg kosten, voor de maatschappij zochten ze systematisch goedkopere oplossingen. Voor dezelfde ziekte redeneerden die artsen verschillend naargelang het kader waarin ze moesten beslissen. Economen weten al langer dat framing doorslaggevend kan zijn. Artsen zijn door de aard van hun werk veel zelfverzekerder dan economen, hun traditie is paternalistisch. Weinig artsen beseffen dat ze totaal anders zouden kunnen denken als ze plots lid, of zelfs voorzitter, worden van een comité dat niets anders doet dan maatschappelijk verantwoorde beslissingen nemen. Sommigen onder hen weten al, met zowat veertig jaar vertraging, dat negatieve of positieve framing een wereld van verschil maakt. Toen men kankerpatiënten liet kiezen tussen chemotherapie en operatief ingrijpen, reageerden die erg verschillend naargelang wat hen werd verteld. "Bij operatief ingrijpen hebben we 80 procent kans op succes." Of "bij operatief ingrijpen hebben we 20 procent kans dat het fout afloopt". Dezelfde feiten, anders gekaderd. Nu ja, artsen beslissen en communiceren met hun patiënten zoals hun vakgebied en ethiek het voorschrijven. Maar ik zou toch heel ontgoocheld zijn, mocht ik ooit vernemen dat in al die comités de namen Redelmeier en Tversky niet bekend zijn. Ik heb nochtans redenen om dat te denken. Voor de leken onder de lezers: dit is de volle referentie van het artikel dat haarfijn uitlegt dat artsen erg verschillend reageren naargelang ze jou advies geven of van comité naar comité hollen: Redelmeier & Tversky (1990): Discrepancy between medical decisions for individual patients and for groups. New England Journal of Medicine 322 (16): 1162-64 Soms vraag ik mij af hoe die artsen hun denken kaderen als ze in de tv-studio zitten. Misschien kunnen gezondsheidseconomen en experimenteel psychologen daar eens wat studies over maken. Dat we allemaal snakken naar perspectief, daar hebben we geen professoren voor nodig. Om baanbrekende studies vakkundig te begeleiden wel. Maar soms denk ik dat al dat comité- en interviewwerk die geleerde mensen weghoudt van waar ze echt goed in zijn: hoog academisch onderzoek dat in geen enkel café zal worden tegengesproken. Dank u, Don Redelmeier, Richard Thaler, Daniel Kahneman en wijlen Amos Tversky. Jullie toonden de weg die de echte experts bewandelen.