Voor de ogen van de natie hield een blanke politieman bijna 9 minuten lang zijn knie op de nek van de zwarte man George Floyd, die met handboeien om de polsen op straat lag in Minneapolis. De 46-jarige Floyd, die net zoals zovele andere Afro-Amerikanen werkloos was geworden door de coronacrisis, overleefde het ongemeen harde politieoptreden niet. Hij is lang niet de eerste zwarte Amerikaan die sterft in politiehanden, maar deze keer zette het incident een protestgolf in gang die niet meer gezien was sinds de moord op Martin Luther King in 1968.
...

Voor de ogen van de natie hield een blanke politieman bijna 9 minuten lang zijn knie op de nek van de zwarte man George Floyd, die met handboeien om de polsen op straat lag in Minneapolis. De 46-jarige Floyd, die net zoals zovele andere Afro-Amerikanen werkloos was geworden door de coronacrisis, overleefde het ongemeen harde politieoptreden niet. Hij is lang niet de eerste zwarte Amerikaan die sterft in politiehanden, maar deze keer zette het incident een protestgolf in gang die niet meer gezien was sinds de moord op Martin Luther King in 1968. Dat de protestgolf ontvlamde in Minneapolis, is allicht geen toeval, aldus de Amerikaanse denktank The Brookings Institution. Het aandeel van zwarte burgers in de politiecontroles in Minneapolis bleek de voorbije jaren 2,5 keer groter te zijn dan hun aandeel in de stadsbevolking. Bij de blanke en de latinobevolking was die verhouding onevenredig klein: hun aandeel in de politiecontroles was half zo groot als hun demografische aandeel in de stad. Hadden zwarte Amerikanen een groter economisch gewicht, dan had de politie van Minneapolis zich allicht veel minder veroorloofd, stelt Brookings. Sinds de financiële crisis van 2008 en 2009 kenden Minneapolis en het aanpalende Saint Paul een gezonde economische groei, met een stijging van 10 procent van het aantal banen. Maar de inwoners met Afrikaanse roots profiteerden slechts gedeeltelijk van die gestegen welvaart. In 2018 bedroeg het mediane inkomen van zwarte gezinnen in de twee steden 38.200 dollar. Dat is ruim minder dan de helft van het mediane inkomen van blanke gezinnen, of 85.400 dollar. Die kloof is dieper dan gemiddeld in de Verenigde Staten, waar de respectievelijke medianen op 41.500 en 68.000 dollar liggen. De welstandsladder opklimmen via de aankoop van een huis in Minneapolis of Saint Paul is ook al geen schitterend idee, aldus Brookings. Huizen in zwarte buurten zijn gemiddeld een vijfde minder waard dan soortgelijke huizen in wijken met weinig zwarte inwoners, ook al beschikken beide wijken over dezelfde voorzieningen. Ook in het huizenbezit is er een zwart-witkloof. Slechts 46 procent van de zwarte gezinnen in de agglomeratie woont in een eigen huis, tegenover 79 procent van de blanke gezinnen. En ook die kloof is dieper dan gemiddeld in de Verenigde Staten, waar het huizenbezit respectievelijk op 51 en 75 procent ligt. Het wijst er allemaal op dat zwarte Amerikanen het moeilijker hebben om vermogen op te bouwen dan blanke Amerikanen. Het resultaat is in de cijfers te zien. In 2016 bedroeg het mediane nettovermogen van een blank gezin - dus na aftrek van schulden - 171.000 dollar, bijna het tienvoudige van dat van een zwart gezin (zie grafiek De surplace van het zwarte vermogen). Het is te gemakkelijk die wanverhouding toe te wijzen aan verschillen in scholingsgraad of verschillen in schuldgraad, aldus Brookings. De zwarte vermogensachterstand is het geaccumuleerde resultaat van discriminatie door de Amerikaanse geschiedenis heen, aldus Brookings. Zwarten werden niet rijk omdat ze niet rijk mochten worden. Het begon al met de slavernij. Later, in 1921, maakte een slachtpartij door gewapende blanken een einde aan Black Wall Street, een district in de stad Tulsa, het toenmalige epicentrum van een welvarend zwart Amerikaans zakenleven. Vermogen werd de zwarten ontnomen nog voor het kon groeien, volgens Brookings. De daaropvolgende decennia brachten weinig verandering, door allerlei discriminerende wetten en maatregelen. De raciale vermogensongelijkheid overleefde de recessies van de voorbije dertig jaar en diepte uit na de financiële crisis van 2008 en 2009. Inkomensverschillen zijn daarvoor geen afdoende verklaring. Bij Amerikaanse gezinnen met hetzelfde inkomen is er nog altijd een raciale vermogenskloof, volgens Brookings. Die kloof is het grootst bij de 10 procent topverdieners. In die inkomenscategorie bedroeg het mediane nettovermogen van blanke gezinnen 1,8 miljoen dollar in 2016, tegenover 343.000 dollar voor zwarte gezinnen. Ook in de lagere inkomenscategorieën blijft de vermogensongelijkheid overeind, hoewel die kleiner wordt en helemaal verdwijnt bij de 20 procent minste verdieners, omdat het vermogen daar terugvalt tot nul dollar voor iedereen. Waarom zijn blanke gezinnen rijker dan zwarte gezinnen met hetzelfde inkomen? Vooral omdat blanke gezinnen grotere erfenissen ontvangen, aldus Brookings. En dankzij lage erfenisbelastingen kan de vermogensongelijkheid generaties lang blijven bestaan. Vermogen is een vangnet bij persoonlijke en professionele tegenslagen, en stimuleert mensen om risico's te nemen als ondernemer of innovator. Familiaal vermogen laat ook jongvolwassenen toe in veilige buurten met goede scholen te wonen, wat de vooruitzichten voor hun kinderen verbetert. Voeg daarbij het feit dat inkomen uit vermogen minder belast wordt dan inkomen uit arbeid, en de cirkel is rond: vermogen brengt nog meer vermogen voort.