Zowat elke beschaving maakt na een glorietijd waarin wetenschap, cultuur en economie bloeien, een fase van verval door. Zo zou ook het democratische Westen na de voorspoed van de afgelopen decennia wel eens onder druk kunnen komen. Sterker nog: het staat al onder druk, stelt de Zweedse docent en auteur Johan Norberg. Dat klinkt eerder pessimistisch, toch? En toch staat Norberg bekend als een notoire vooruitgangsoptimist. Is een pessimist dan toch gewoon een geïnformeerde optimist?
...

Zowat elke beschaving maakt na een glorietijd waarin wetenschap, cultuur en economie bloeien, een fase van verval door. Zo zou ook het democratische Westen na de voorspoed van de afgelopen decennia wel eens onder druk kunnen komen. Sterker nog: het staat al onder druk, stelt de Zweedse docent en auteur Johan Norberg. Dat klinkt eerder pessimistisch, toch? En toch staat Norberg bekend als een notoire vooruitgangsoptimist. Is een pessimist dan toch gewoon een geïnformeerde optimist? Norberg is een verdediger van het liberale denken, vrijhandel en een open samenleving. Dat bleek al uit zijn vorige boek Vooruitgang, dat in vijfentwintig talen is vertaald. In Norbergs visie hebben democratie en globalisering de mensheid vooral veel goeds gebracht. Maar dat neemt niet weg dat die geliefde wereld waarin vrijheid en vooruitgang hand in hand gaan, bedreigd is. Hij wijdde er zijn nieuwe boek aan. JOHAN NORBERG. "De belangrijke les van de menselijke evolutie is dat wij een dubbele natuur hebben. De mensheid evolueert via samenwerking, maar heeft vooral vertrouwen in de eigen groep. Honderdduizend jaar geleden werkten stammen al samen. Tegelijk was er argwaan of die andere stam zijn afspraken wel zou nakomen. Mensen maken snel het onderscheid of iemand al dan niet aan hun kant staat. Die tribale mentaliteit is er nog altijd. In goede tijden, als we ons veilig voelen en de economie floreert, zijn we sneller bereid nieuwe contacten aan te gaan. Als het slecht gaat, trekken we ons terug. "Een virus maakt ons bang van anderen, omdat zij het virus kunnen meebrengen. Een historisch voorbeeld is syfilis. De Fransen noemden dat de Italiaanse ziekte, de Italianen hadden het over een Franse kwaal, de Spanjaarden schreven de geslachtsziekte toe aan de Duitsers, en de Duitsers aan de Polen. De lessen van de geschiedenis klinken oorverdovend: een virus wakkert nationalisme en protectionisme aan. Met corona is dat niet anders."Bovendien werd de kwetsbaarheid van onze economie zichtbaar. We hangen nu eenmaal af van de wereldwijde bevoorradingsketens. Gesloten grenzen, vaccinnationalisme en het exportverbod op beschermingsmaterialen waren de gevolgen. In moeilijke omstandigheden is de verleiding van een protectionistische reflex groot." NORBERG. "Het is een eeuwige strijd. De Chinese Song-dynastie floreerde duizend jaar geleden. Het was economisch en wetenschappelijk een van de meest vooruitstrevende samenlevingen. Maar China verloor zijn zelfvertrouwen en trok zich terug achter culturele barrières en de bekende muur. Vijf eeuwen stagnatie waren het gevolg. Dat kan overal gebeuren, ook in het Westen. Voorlopig is dat nog niet het geval, maar er zijn signalen dat de pendel de andere richting uitgaat. "Maar ik denk dat de teerling nog niet geworpen is. Op een bepaalde manier is de hele coronapandemie een experiment. Er zullen altijd mensen zijn die vinden dat we beter af zijn met minder wereldhandel en minder mobiliteit. Het experiment van de jongste maanden heeft aangetoond dat de wereld daarvan niet beter wordt. Zo is de levensstandaard van de meest kwetsbare mensen fors gedaald en is de positieve impact op de CO2-uitstoot klein. Corona is volgens mij als een trailer voor een horrorfilm. Na het zien van die trailer kun je besluiten dat protectionisme en isolationisme niet zijn wat we willen. "Aanvankelijk leek het Europese samenwerkingsmodel te wankelen. Duitsland en Frankrijk verboden bijvoorbeeld bij de uitbraak van de epidemie de export van beschermingsmateriaal. Maar al snel groeide het besef dat die aanpak schadelijk was. Dus pasten de landen van de Europese Unie zich aan. Bij het exportverbod voor vaccins speelt dezelfde reflex. Alleen heeft de fabriek die in Europa een vaccin produceert, zowat 193 ingrediënten van overal ter wereld nodig. Als we de grenzen sluiten, zullen we onszelf kwetsen. Dat besef groeit, maar de strijd tussen een open en een gesloten maatschappij is nooit helemaal gestreden." NORBERG. "Als mensen meer vrijheid hebben om een eigen identiteit en gemeenschap te ontwikkelen, is een neveneffect van die prachtige ontwikkeling dat het moeilijker wordt een consensus te vinden. Populisten spelen met die gevoelens. De leiders zelf kunnen verdwijnen. Trump is bijvoorbeeld niet herverkozen, maar die sluimerende gevoelens van onvrede en angst vormen een eeuwige voedingsbodem voor populistische bewegingen. Zowel aan de ideologische linkerzijde als aan de rechterzijde groeien die sterk. Krachten die vinden dat andersdenkenden moeten zwijgen, zijn een bedreiging voor de moderne open maatschappij." NORBERG. "Dat hangt ervan af over welke versie van het feminisme we praten. Er is een strekking die een verlengstuk is van het individualistische ideaal in een open maatschappij, maar er is ook een geradicaliseerde versie van het feminisme. En die reageert fel op alles wat niet strookt met haar ideologie. Op een bepaalde manier kun je zeggen dat het potentieel voor zo'n gesloten denkpatroon in elke ideologische beweging aanwezig is." NORBERG. "Exact. Als iemand beweert een plan te hebben voor iedereen, wordt het gevaarlijk. Want maatschappijen die openstaan voor nieuwe ideeën en innovaties, en die businessmodellen maken voor vooruitgang, staan nu eenmaal open voor verrassingen. Die kunnen komen van mensen buiten je leefgemeenschap, maar ook van binnen je eigen leefwereld. Maar in elke ideologie heb je een utopische verleiding voor een ideaalbeeld van een maatschappij. Als je dat strikt toepast, loopt het fout. Neem het verhaal van de quota in de bestuursraden en de directiecomités. Of het voornemen om lonen aan banden leggen. In een groeiende, dynamische maatschappij zijn zulke maatregelen ongewenst, omdat ze neerkomen op verrassingen aan banden te proberen leggen." NORBERG. "In mijn visie draait het om openheid voor handel en werk. Een Zweed die een baan vindt in Brussel, kan daar gaan werken. De vrijheid van personen, goederen en werk is voor de klassieke liberale beweging altijd een strijdpunt geweest. In feodale tijden konden mensen zelfs de landerijen van hun heer niet verlaten. Het opheffen van de grenzen in Europa was een belangrijke mijlpaal in die strijd. "Ik vind niet dat we onze grenzen onvoorwaardelijk moeten openstellen en iedereen moeten binnenlaten. We doen er goed aan te zorgen dat die mensen werkaanbiedingen hebben en niet naar hier komen met het oog op onze publieke welvaartsvoorzieningen. Het is trouwens beter een muur rondom de welvaartsstaat te bouwen dan een muur rondom Europa. In die zin wordt de toegang tot socialezekerheidssystemen het best gekoppeld aan participatie aan de arbeidsmarkt. Eigenlijk is dat de logica van het verzekeringsprincipe waarop de sociale zekerheid oorspronkelijk steunde." NORBERG. "Er is een spanningsveld tussen het idee van een universeel basisinkomen en open grenzen. Als er in Zweden een universeel basisinkomen zou zijn, zou iedereen naar hier kunnen komen en dat krijgen. Daarom denk ik dat een universeel basisinkomen niet voor nieuwe immigranten kan gelden. "In theorie kan een basisinkomen wel helpen om mensen aan te zetten om meer risico te nemen bij het ontwikkelen van individuele ideeën. Ze kunnen die dan uittesten zonder bang te zijn dat ze hun inkomsten verliezen. Het probleem is dat een universeel basisinkomen zo duur is. Als we het aan iedereen geven, wordt het vooral een dure subsidie van de middenklasse. En als het niet hoog genoeg is, heeft het niet het beoogde effect. Daarom geloof ik meer in een negatieve inkomensbelasting. Wie onder een bepaalde inkomstendrempel valt, krijgt dan van de overheid extra middelen." NORBERG. "Als de middenklasse zich bedreigd voelt, is dat een slechte zaak voor de open maatschappij. Zij is de stabiliserende factor. Maar je moet dat verhaal van de verdwijnende middenklasse wel nuanceren. Als je bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten kijkt, dan zie je dat de meeste middenklassers verdwijnen omdat ze rijker worden. Ze stijgen dus een trapje op de sociale ladder. Hun plaats wordt ingenomen door migranten en mensen die daarvoor lagere inkomens hadden. Er is dus eigenlijk vooral een stagnatie. "De perceptie ligt wel anders. De middenklasse kreeg de jongste jaren dan ook wel wat tegenslagen te verwerken met de financiële crisis in 2008 en de pandemie. Die hebben het gevoel van kwetsbaarheid vergroot. Bovendien is de indruk ontstaan dat de overheid wel banken van de ondergang redt, maar de traditionele middenstandsberoepen in de steek laat." NORBERG. "Ik denk dat perceptie ertoe doet. Als je enkel naar de centen kijkt, levert die belasting niet zoveel op, maar de rijke Amerikanen krijgen wel het signaal dat ze moeten meebetalen. Het probleem met de belastingsystemen is in de meeste landen niet dat de tarieven te laag zijn, maar wel dat de mogelijkheden om eraan te ontsnappen eindeloos zijn. En die fiscale gunstregimes aanpakken, helpt om de perceptie bij te sturen." NORBERG. "Ik ben een bezorgde optimist. We moeten onze vrijheden en onze welvaart niet als vanzelfsprekend zien. De dingen komen niet per definitie goed. Dat gebeurt omdat mensen de ruimte krijgen om kennis te vergaren, te experimenteren met nieuwe businessmodellen en technologie over de grenzen heen uitwisselen. Zolang meer mensen dan ooit toegang hebben tot de kennis die nodig is voor de oplossing, vinden we oplossingen voor onze grootste sociale, economische en klimatologische problemen. In die zin ben ik optimistisch, maar ik twijfel soms of mensen die vrijheid wel zullen krijgen."