Eind vorig jaar werd het tekort in de sociale zekerheid nog geschat op 261 miljoen euro. Ondertussen is dat deficit gestegen tot 794 miljoen euro. De oorzaken zijn om te beginnen de lager dan voorziene inkomsten. Onder andere de inkomsten uit de btw en de roerende voorheffing vielen tegen. Een deel daarvan dient voor de financiering van de sociale zekerheid.
...

Eind vorig jaar werd het tekort in de sociale zekerheid nog geschat op 261 miljoen euro. Ondertussen is dat deficit gestegen tot 794 miljoen euro. De oorzaken zijn om te beginnen de lager dan voorziene inkomsten. Onder andere de inkomsten uit de btw en de roerende voorheffing vielen tegen. Een deel daarvan dient voor de financiering van de sociale zekerheid.Maar ook de uitgaven nemen sneller toe dan gedacht. De uitgaven voor de sociale zekerheid zijn al een hele tijd aan het stijgen. Van 46,2 naar 51,3 procent van het bbp. Die stijging verhult echter uiteenlopende tendensen in de sociale zekerheid. Niet in alle takken van de sociale zekerheid nemen de uitgaven even snel toe. Vooral in de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen is de stijging zorgwekkend, ook al was die in 2016 minder sterk dan de voorbije jaren. In 2010 bedroegen de uitgaven voor ziekte en invaliditeit 1,45 procent van het bbp. Sindsdien zijn de uitgaven in die tak jaarlijks in reële termen met 2,5 tot soms (in 2014) 6 procent gestegen. Momenteel bedragen de uitgaven voor ziekte- en invaliditeit zo'n 1,8 procent van bbp of 7,5 miljard euro.Die sterke stijging is deels te verklaren door de strengere stelsels van vervroegde uittreding zoals het brugpensioen (nu SWT) en de landingsbanen voor 50-plussers. Ook de strengere opvolging van werklozen duwt meer Belgen in de alternatieve vorm van inactiviteit die het ziekte- en invaliditeitsstelsel geworden is.Omgekeerd is het wel zo dat de werkloosheidsuitgaven voor het derde jaar op rij dalen. Dat is dus deels te danken aan de besparingsmaatregelen die het recht op uitkeringen inperken en deels een gevolg van de extra jobcreatie. De uitgaven voor werkloosheid (waar ook het brugpensioen onder valt) namen af van 1,8 procent van het bbp in 2010 tot minder dan 1,4 procent vandaag, of 5,8 miljard euro.In de gezondheidszorg hebben de uitgaven vorig jaar dan weer een nieuwe piek bereikt: 7 procent van het bbp of 29,4 miljard euro. In 2010 bedroegen de uitgaven voor de gezondheidszorg nog 6,6 procent van het bbp. Wel is het zo dat de uitgavenstijging vorig jaar minder hoog was dan in het verleden. De regering streeft naar een reële groeinorm van 1,5 procent, in het jaarverslag van de Nationale Bank is sprake van een stijging met 2 procent in 2016 en 1,7 procent in 2017. We zijn veraf van de periode dat de uitgaven in de gezondheidszorg op jaarbasis met 3 of zelfs 4,5 procent stegen boven op de inflatie.De uitgaven bleven recentelijk onder controle dankzij nieuwe besparingsmaatregelen zoals de niet-indexering van erelonen in de medische sector in 2016, en de invoering van het 'patent cliff'-mechanisme, dat inhoudt dat de tegemoetkoming voor geneesmiddelen waarvan het octrooi verstrijkt, aanzienlijk en onmiddellijk terugloopt.De Nationale Bank roept op om de uitgaven van de gezondheidszorg strikt onder controle te houden, ook al is de druk op die uitgaven groot door de toenemende vergrijzing. Volgens de Studiecommissie voor de Vergrijzing zou de gemiddelde reële groeivoet voor de gezondheidszorg in de periode 2017-2060 2,1 procent bedragen, terwijl de potentiële gemiddelde economische groei niet boven 1,6 procent zou uitkomen. Daardoor zouden de uitgaven met 1,9 procentpunt toenemen. Indien de uitgaven voor de gezondheidszorg opnieuw ontsporen, is zelfs een stijging met 7 procentpunt tegen 2060 niet uitgesloten.Naast stijgende uitgaven voor de gezondheidszorg doet de vergrijzing zich ook voelen in de pensioenuitgaven die nu al meer dan 10 procent van het bbp of 42 miljard euro bedragen. Elke maand komen er 10.000 gepensioneerden bij. Dat is 1,5 miljard euro uitgaven extra op jaarbasis. De federale regering heeft de voorbije twee jaar maatregelen genomen of aangekondigd om het pensioenstelsel aanvaardbaar te houden. Zoals het op termijn optrekken van de wettelijke pensioenleeftijd naar 67 jaar, het afbouwen van een aantal voordelen in de overheidspensioenen en het invoeren van een pensioen op punten. Maar de concrete uitvoering - en dus de budgettaire effecten - zullen pas over een aantal jaren merkbaar zijn.Wat wel een direct besparend effect heeft is een nieuw wetsontwerp over de financiering van de sociale zekerheid, dat voorwaarden koppelt aan de evenwichtsdotatie. Die evenwichtsdotatie is een bedrag uit de algemene begroting om het tekort in de sociale zekerheid weg te werken. Een eerste voorwaarde voorziet in de responsabilisering van partners als mutualiteiten en vakbonden. Ook is sprake van responsabilisering in de bestrijding sociale fraude. Die moet voldoende opleveren. Een andere voorwaarde is dat de dotatie slechts wordt doorgestort indien de economische groei groter is dan anderhalf procent.