In juli kondigde de Duitse bondskanselier Angela Merkel aan dat ze de volledige werkgelegenheid wil realiseren tegen 2025. Ze beschouwt een werkloosheidspercentage van 3 procent als volledige werkgelegenheid. Op dit moment heeft 4,2 procent van de Duitse beroepsbevolking van 20 tot en met 64 jaar geen werk. Die Angela zal die kloof wel dichten, reageerde menig commentator. Weliswaar in de veronderstelling dat het economisch blijft zomeren.
...

In juli kondigde de Duitse bondskanselier Angela Merkel aan dat ze de volledige werkgelegenheid wil realiseren tegen 2025. Ze beschouwt een werkloosheidspercentage van 3 procent als volledige werkgelegenheid. Op dit moment heeft 4,2 procent van de Duitse beroepsbevolking van 20 tot en met 64 jaar geen werk. Die Angela zal die kloof wel dichten, reageerde menig commentator. Weliswaar in de veronderstelling dat het economisch blijft zomeren. Janet Yellen, de voorzitster van de Federal Reserve, zei onlangs dat de Verenigde Staten dicht bij de volledige werkgelegenheid staan. De werkloosheid wordt er op 4,7 procent geschat. Maar Yellen liet belangrijke informatie achterwege. Ze vermeldde er niet bij dat slechts 69,2 procent van de Amerikanen van 20 tot en met 64 jaar aan de slag is. In Duitsland is dat 78,7 procent. Die vergelijking leert meteen dat de werkloosheidsgraad op zich geen afdoende indicator is van een toestand van volledige werkgelegenheid. Zelfs minister van Werk Kris Peeters (CD&V) verklaarde in juli dat hij wil streven naar de volledige werkgelegenheid in 2025. Hij sprak geen belofte uit, het ging om een wens en een ambitie. Ambitie moet er zijn, want berusting is het begin van de achteruitgang. Dat wil niemand, die achteruitgang. Macro-economen spreken van volledige werkgelegenheid als alle arbeidskrachten die zonder al te veel moeite voor nuttige banen kunnen worden aangeworven, een baan hebben. Bijkomende aanwervingen zijn dan alleen mogelijk door hogere lonen aan te bieden en mensen weg te lokken uit andere banen. Duw de werkloosheid onder dat natuurlijke niveau en ze zal door loon- en prijsstijgingen meteen weer klimmen. Waar dat niveau van volledige werkgelegenheid zich precies bevindt, kan variëren van periode tot periode, en is onder meer afhankelijk van hoe vlot medewerkers aangeworven kunnen worden. Omdat die omschrijving zo abstract is, hanteren economen voor het gemak weleens een richtgetal van 3 of 4 procent werkloosheid. Daar zijn we in België met een werkloosheidsgraad van 7,7 procent nog ver van verwijderd. Maar er zijn nog twee hinderpalen die maken dat de volledige werkgelegenheid in België niet binnen handbereik is. Ten eerste is er op de Belgische arbeidsmarkt behoorlijk wat ondertewerkstelling. Sommige mensen werken deeltijds, maar ze willen eigenlijk meer werken en ze zijn daar ook beschikbaar voor. Voor 2016 wordt het aantal ondertewerkgestelden in België op 240.820 geschat. Een tweede hinderpaal is de lage activiteitsgraad. Van de 6.660.400 burgers van 20 tot en met 64 jaar die er in 2016 in België waren, boden 1.776.600 mensen (26,7%) zich niet langer aan op de arbeidsmarkt. Ze werken niet, en ze zijn evenmin actief werkzoekend. Dat is veel in vergelijking met andere Europese landen. Van 250.000 van die niet-actieve burgers wordt geacht dat ze inzetbaar zijn. Zo is er de groep van de latente werklozen die willen werken en beschikbaar zijn, maar toch niet actief zoeken naar een baan omdat ze de hoop hebben opgegeven, niet over de juiste kwalificaties beschikken, geen werk in de nabije omgeving vinden, moeilijkheden hebben met de taal, of denken dat ze te jong of te oud zijn voor een baan. Die groep aan het werk krijgen, is een absolute voorwaarde om naar de volledige werkgelegenheid te streven. De lage activiteitsgraad verklaart mee waarom de Belgische werkzaamheidsgraad met 67,7 procent zo laag is. Daar komt bij dat de grootste potentiële winst te halen is bij de groepen die het verst staan van de arbeidsmarkt. Zo torent de werkzaamheid van hooggeschoolden met 85,2 procent hoog uit boven de lage en dalende werkzaamheid van 46,4 procent bij laaggeschoolden. Ook de lage werkzaamheid onder de burgers met een niet-Europese nationaliteit (41,8%) en de vijftigplussers (56,6%) verdient blijvende aandacht. Zolang we de activiteitsgraad niet boven 80 procent krikken, is een debat over de volledige werkgelegenheid zinloos. Zolang de werkzaamheidsgraad niet de 75 procent nadert, moeten we geen victorie kraaien. Zolang we de grote ongelijkheden in de werkzaamheid niet uitgevlakt krijgen, kunnen we ons niet in het wiel van die Angela zetten.