Het Brussels Gewest wil vanaf 1 oktober de coronapas verplichten. Vlaanderen aarzelt. Het is wenselijk om tijdelijk een coronapas in te voeren, maar dan wel in het hele land. Doe je dat wel in Brussel maar niet in de rand, dan is dat vragen om problemen. Sakkeren op de Walen, de Brusselaars of de Antwerpenaars omdat zij de vaccinatiegraad omlaag trekken, helpt helaas niet als we het virus hier en daar vrij laten circuleren.

Tegenstanders van een coronapaspoort schermen met het schrikbeeld van een pasjesmaatschappij, en argumenteren dat ook gevaccineerden de deltavariant kunnen verspreiden. Toch zijn er genoeg redenen om niet te talmen met de invoering. Een coronapaspoort remt de verspreiding van het virus af. Want wie gevaccineerd is, blijkt de helft minder besmettelijk dan wie niet ingeënt is. Het coronapaspoort vergroot met andere woorden onze individuele vrijheid, en perkt tegelijk de kans op een massale verspreiding van het virus in. Bovendien blijkt zo'n toegangsticket voor het hernemen van het normale leven twijfelaars over de streep te trekken om zich alsnog te laten inenten. Dat is goed nieuws, want een hogere vaccinatiegraad verkleint de broeihaard voor nieuwe virusvarianten.

Voer de coronapas snel in.

Nulrisico bestaat niet in de oorlog tegen dit virus. En individuele vrijheid is al langer niet meer absoluut. Principieel zijn de bezwaren te begrijpen, maar in de praktijk is de vrije keuze bij een coronapas weinig bedreigd. Wie dat niet wil, hoeft zich niet te laten vaccineren. Een negatieve PCR-test volstaat voor 48 uur vrijheid.

Het coronapaspoort gebruiken als een pragmatisch en tijdelijk wapen, is de remedie van het minste kwaad. Het alternatief van verplichte vaccinatie is problematischer. Een nieuwe, drastische verstrenging lijkt bovendien maatschappelijk onverteerbaar. Niet alleen in de zorg, maar ook in de horeca en de evenementensector. Zouden die getroffen sectoren wat extra werk voor het controleren van de coronapas niet verkiezen boven nog een herfst inkomstenverlies?

Het Brussels Gewest wil vanaf 1 oktober de coronapas verplichten. Vlaanderen aarzelt. Het is wenselijk om tijdelijk een coronapas in te voeren, maar dan wel in het hele land. Doe je dat wel in Brussel maar niet in de rand, dan is dat vragen om problemen. Sakkeren op de Walen, de Brusselaars of de Antwerpenaars omdat zij de vaccinatiegraad omlaag trekken, helpt helaas niet als we het virus hier en daar vrij laten circuleren.Tegenstanders van een coronapaspoort schermen met het schrikbeeld van een pasjesmaatschappij, en argumenteren dat ook gevaccineerden de deltavariant kunnen verspreiden. Toch zijn er genoeg redenen om niet te talmen met de invoering. Een coronapaspoort remt de verspreiding van het virus af. Want wie gevaccineerd is, blijkt de helft minder besmettelijk dan wie niet ingeënt is. Het coronapaspoort vergroot met andere woorden onze individuele vrijheid, en perkt tegelijk de kans op een massale verspreiding van het virus in. Bovendien blijkt zo'n toegangsticket voor het hernemen van het normale leven twijfelaars over de streep te trekken om zich alsnog te laten inenten. Dat is goed nieuws, want een hogere vaccinatiegraad verkleint de broeihaard voor nieuwe virusvarianten.Nulrisico bestaat niet in de oorlog tegen dit virus. En individuele vrijheid is al langer niet meer absoluut. Principieel zijn de bezwaren te begrijpen, maar in de praktijk is de vrije keuze bij een coronapas weinig bedreigd. Wie dat niet wil, hoeft zich niet te laten vaccineren. Een negatieve PCR-test volstaat voor 48 uur vrijheid.Het coronapaspoort gebruiken als een pragmatisch en tijdelijk wapen, is de remedie van het minste kwaad. Het alternatief van verplichte vaccinatie is problematischer. Een nieuwe, drastische verstrenging lijkt bovendien maatschappelijk onverteerbaar. Niet alleen in de zorg, maar ook in de horeca en de evenementensector. Zouden die getroffen sectoren wat extra werk voor het controleren van de coronapas niet verkiezen boven nog een herfst inkomstenverlies?