Toenmalig minister van Financiën en Begroting Bart Tommelein maakte eind 2017 een plan om de voorziene Vlaamse schuldtoename af te remmen. De overheid moet sinds mei vorig jaar eerst geld ophalen bij een 50-tal instellingen die voor minstens vijftig procent in handen zijn van de Vlaamse overheid. Deze instellingen - denk onder meer aan PMV of LRM - zijn verplicht hun tijdelijk vrij beschikbare middelen in Vlaamse obligaties te beleggen.

Tommelein liet weten op middellange termijn op een belegging tussen de 500 miljoen en 1 miljard euro te rekenen. Bij de begrotingsaanpassing werd 600 miljoen euro geraamd. Nu blijkt dat er al voor 1,1 miljard euro werd belegd, wat de verwachtingen dus overtreft. 'Deze 1,1 miljard geeft de Vlaamse overheid ademruimte op vlak van het invullen van haar financieringsbehoeften. Niet alleen voor 2019, maar ook op de lange termijn', zegt Lydia Peeters.

De Vlaamse overheid heeft het geld onder meer nodig voor de kredietverstrekking in het kader van sociaal wonen en de bouw van de Oosterweelverbinding. 'Door te beleggen in Vlaamse schuld bereiken we drie doelen: de Vlaamse instellingen kunnen marktconform en veilig beleggen, de Vlaamse overheid krijgt financiële ademruimte en houdt haar schuld onder controle én ten slotte wordt ook de Vlaamse belastingbetaler hier beter van', zegt Peeters.