Neen, u hebt de voorbije weken niet voor niets uw gazon zien verdorren. En de landbouwers hebben evenmin tevergeefs nachtelijke overuren gedraaid om hun akkers te besproeien.
...

Neen, u hebt de voorbije weken niet voor niets uw gazon zien verdorren. En de landbouwers hebben evenmin tevergeefs nachtelijke overuren gedraaid om hun akkers te besproeien. De drastische maatregelen waren meer dan nodig. De voorbije droogte was uitzonderlijk, en vooral de landbouwers hopen dat die ook officieel zo wordt erkend. Dan kunnen ze een beroep doen op het Rampenfonds. Ook andere sectoren hebben geleden. De kano- en kayakverhuurders op de Ardense waterlopen waren de facto werkloos wegens onvoldoende debiet. Op sommige waterwegen verhinderde de beperkte diepgang dat schepen werden volgeladen. Ook de waterkwaliteit ging achteruit, wat zich vertaalde in botulisme, vissensterfte en blauwalgen. Toch kan eigenlijk niemand precies zeggen hoe erg het was. Was de afgelopen droogte er een met kracht 9, 10 of 12? Niemand die het weet, want een graadmeter zoals voor orkanen bestaat er niet. Dat de zomer van 2018 stevig zou hebben gescoord op een droogteschaal, staat wél vast. In verschillende rivieren waren de debieten de laagste sinds de metingen. Het neerslagtekort liep, in vergelijking met een gemiddeld jaar, op tot 300 millimeter. "Dat is vergelijkbaar met de beruchte zomer van 1976, en zit dicht bij het meest extreme wat we de jongste honderd jaar hebben gezien", schetst Patrick Willems, hoogleraar stedelijke hydrologie en rivierkunde aan de KU Leuven. "Door de droogte werd liefst 20 procent meer leidingwater verbruikt", stipt Jan Dhaene van de dienst communicatie van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) aan. Dat piekverbruik leverde kortstondige aanvoerproblemen op, al kwam de waterbevoorrading in Vlaanderen nooit echt in het gedrang. "Het waterbeheer in Vlaanderen heeft vooral aandacht voor het overstromingsgevaar. Dat is begrijpelijk, en ik wens niemand waterschade toe, maar hét grote probleem is de droogte", stelt Patrick Meire, professor biologie en specialist in watersystemen aan de Universiteit Antwerpen. "Overstromingen hebben impact op een relatief klein gebied, terwijl de droogte iedereen treft. Als overal de oogsten mislukken, zijn de effecten nog vele malen veel groter." Dat de schade uiteindelijk nog meeviel, hebben we te danken aan de afgelopen winter. Die was een pak natter dan normaal. Daardoor was er een zekere buffer in de waterreserves. Voor de drinkwatervoorziening plukte Vlaanderen ook de vruchten van het Aquaduct-project, dat in 2015 werd gelanceerd. Dat omvatte onder andere 70 miljoen euro investeringen in verbeterde transportmogelijkheden tussen de netten van de waterbedrijven water-link (34 gemeenten, vooral rond Antwerpen), Farys (85 gemeenten in Oost-en West-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Henegouwen) en De Watergroep (180 gemeenten). Daardoor kan bij tekorten bijvoorbeeld grondwater uit de Kempen worden opgepompt en gemakkelijk worden getransporteerd. Toch ziet de toekomst er niet al te rooskleurig uit. De klimaatopwarming belooft weinig goeds voor de Vlaamse waterhuishouding. Het Klimaatrapport van MIRA (Milieurapport Vlaanderen) concludeerde in 2015 al dat er sinds 1968 elke zeventien jaar één dag met tropische temperaturen (meer dan 30 graden) bij is gekomen. Dat tempo zou de komende jaren nog fors stijgen. Het Cordex-project (Coordinated Regional Climate Downscaling Experiment) verwacht dat er de komende eeuw, afhankelijk van het scenario, 0 tot 39 tropische dagen bij komen, en 2 tot 77 zomerdagen (meer dan 25 graden). We staan niet alleen voor langere drogere periodes. Vlaanderen mag zich ook voorbereiden op buien waarbij op korte tijd veel meer regen uit de lucht valt. Die trends zien we nu al, stelde Willems vast in een studie voor het Waterbouwkundig Laboratorium en de Vlaamse Milieumaatschappij. "De toename in temperatuur en verdamping, en de toename in winterneerslag zijn effectief merkbaar. Dat verhoogt de risico's op zowel droogte als wateroverlast. Die tendens zien we al tien jaar: sinds 2008 kwamen er uitzonderlijk veel intense zomeronweders voor in Vlaanderen." Indien de klimaatvoorspellingen kloppen, gaan we naar een situatie waarin een zomer als die van 2018 niet eens om de veertig tot vijftig jaar voorkomt, maar eens om de vijf jaar. Willems: "Tenzij het klimaatakkoord van Parijs succesvol is. Onze overheden moeten inzetten op het beheersen van overstromingsgevaar in de steden en droogtebeheersing. Er is nog tijd, maar die moet dan ook worden benut." De droogte maakte in elk geval de kwetsbaarheid van Vlaanderen duidelijk. Met een waterbeschikbaarheid van 1657 m3 per inwoner per jaar is onze regio volgens de OESO de derde droogste van Europa, na Tsjechië en Italië. Zelfs zuiderse landen als Spanje, Portugal en Griekenland hebben meer water per inwoner. De schatting is zelfs nog aan de hoge kant, want volgens de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is er, afhankelijk van de berekeningsmethode, gemiddeld in Vlaanderen en Brussel jaarlijks tussen 1100 en 1700 m3 water per persoon beschikbaar. Onder de 1000 m3 is er sprake van een ernstig watertekort. Die lage score is niet zozeer te wijten aan een gebrek aan regen - voor het bewijs moet u dit stuk binnen enkele maanden nog eens lezen - maar vooral aan onze geografie en onze bevolkingsdichtheid. Kleine grondwatervoorraden op onze beperkte oppervlakte, en op de Schelde en een stukje Maas na geen grote rivieren die zoet water binnenbrengen. En dan moet het beschikbare water ook nog eens over een groot aantal inwoners worden verdeeld. Al wijst Meire erop dat er soms veel zaken op één hoop worden gegooid. Er gaat veel aandacht naar de drinkwaterproductie, maar dat is gedeeltelijk een andere problematiek dan die van het grondwater, dat vooral in de landbouw wordt gebruikt. Dat blijkt ook uit de cijfers van het Vlaamse waterverbruik. De allergrootste slokop van de 2,76 biljoen liter water die elk jaar in Vlaanderen en Brussel wordt gebruikt, zijn de energiebedrijven, die het als koelwater gebruiken. Dat kan in periodes van droogte de waterkwaliteit beïnvloeden, omdat warm water in een kleiner volume rivierwater terechtkomt, maar grotendeels is die cyclus gesloten. Van het overige waterverbruik - 740,7 miljard m3 water - zijn huishoudens goed voor één derde. Die nemen ook 64 procent van het leidingwater af. De industrie is dan weer de grootste verbruiker van oppervlaktewater (rivieren, beken, enzovoort). De bedrijven gebruikten in 2016 10 procent minder water dan in 2000, maar sinds 2014 is het eerder een verschuiving. Door de aantrekkende economie werd de dalende trend in het verbruik van oppervlakte- en leidingwater niet voortgezet, maar de groei werd opgevangen door meer regenwater en ander water (bijvoorbeeld voorbehandeld proceswater) te benutten. De landbouw ten slotte is met zowat 80 procent de grootste slokop van grondwater. Al blijft dat een stuk giswerk, bij gebrek aan exacte metingen. De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) raamt het grondwaterverbruik op 55 miljoen m3, het Landbouwmonitoringsnetwerk van het departement Landbouw en Visserij komt uit op 31 miljoen m3. Bovendien is er nog een verschil in grondwater. Er is het diepe 'artesische' grondwater. Daarvan is het peil op sommige plaatsen de jongste 50 jaar met 80 meter gedaald, en soms zelfs met 140 meter. Meire: "Gelukkig is de overheid nu veel strenger op de vergunningen. Nieuwe vergunningen verminderen de toegelaten ophaalhoeveelheden tot een kwart. Dat beleid moet rigoureus worden voortgezet om een herstel mogelijk te maken, want dat is een proces van jaren." De problematiek van de bovenste lagen 'freatisch' grondwater is iets totaal anders. Meire: "Heel ons waterbeleid van de afgelopen decennia was erop gericht overstromingen te vermijden, en het water zo snel mogelijk naar zee te leiden. De jongste vijftig jaar hebben we 75 procent van de moerassen, de natuurlijke waterbuffers, drooggelegd. Terwijl we het grondwaterpeil zo hoog mogelijk zouden moeten houden, en alle mogelijkheden aanwenden om het water vast te houden." Er is niet één oplossing om onze waterhuishouding klimaatbestendig te maken. Daar is een hele serie maatregelen nodig. "Samengevat: meer stockeren, meer hergebruiken en minder verspilling", legt Patrick Willems uit. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Minder verspilling wil zeggen dat de landbouwers efficiënter moeten irrigeren, de bedrijven zuiniger met water moeten omspringen, en huishoudens geen drinkwater meer gebruiken om hun gazon te besproeien, maar ook het douche- of afwaswater hergebruiken om de toiletten te spoelen. "Dat vergt sensibilisering, van de burger, maar ook van de burgemeesters, projectontwikkelaars, enz... Sommigen opperen zelfs het idee van een waterscan bij bouwprojecten, zoals je nu ook hebt voor archeologie. Maar dat moet het beleid beslissen." Wie meer water wil opslaan, kan kiezen voor grote spaarbekkens. Die zijn echter duur, en nemen ook veel ruimte in beslag. Huishoudens moeten worden aangepord om grotere regenwaterputten te zetten, want veel exemplaren van 5000 en 10.000 liter raakten uitgeput tijdens de droogteperiode. Bij nieuwe verkavelingen of ingrijpende renovaties moeten bouwpromotoren en gemeentebesturen ook werk maken van collectieve hemelwaterputten, onder pleinen die bij voorkeur grasgroen, en niet steengrijs, aangelegd worden. Zo koesteren de stad Antwerpen, water-link en de waterzuiveraar Aquafin plannen om de ruien, het oude rioolleidingennetwerk onder de stad, opnieuw te laten onderlopen. In grote bassins kan zo in theorie 30 miljoen liter water worden opgeslagen. Een essentieel element is de betonstop, die de Vlaamse regering wil realiseren tegen 2040, ook al raakte ze het ook in haar zomerakkoord niet eens over de exacte modaliteiten. In Vlaanderen is meer dan 14 procent van de bodem bedekt met ondoordringbare materialen. In steden loopt dat op tot meer dan 30 procent. Nederland houdt het op 8 procent, en het Europese gemiddelde is 2 procent. "Minder verharding maakt dat de grondwaterreserves zich makkelijker kunnen aanvullen." Ten slotte is er het hergebruik. Tijdens de droogte vorig jaar sloot de waterzuiveraar Aquafin een 35-tal tijdelijke contracten af met West-Vlaamse landbouwers, die gezuiverd afvalwater gebruikten als alternatief voor de klassieke waterlopen, weet adviseur communicatie Joke Vriens. "Dit jaar zitten we aan meer dan 120 contracten over heel Vlaanderen. Niet alleen landbouwers, maar ook gemeenten, bijvoorbeeld voor groenvoorzieningen of sportvelden." Steeds meer bedrijven zetten daar ook op in. Citrique Belge in Tienen gebruikt het Aquafin-water continu als koelwater in de productie. EcoWerf, het Intergemeentelijk Milieubedrijf Oost-Brabant, gebruikt het dan weer om biofilters te bevochtigen, en zowat 25 ruimfirma's gebruiken het om tankwagens te reinigen. De Watergroep heeft al een tiental jaar een afdeling die water-op-maatprojecten uitwerkt voor industriële klanten, stipt woordvoerster Kathleen De Schepper aan. Bedrijven als Farm Frites, Bravi, PepsiCo, Colruyt en Euro Pool Systems hebben hun waterkringloop zelfs al gesloten, wat wil zeggen dat het afvalwater zo wordt behandeld dat het opnieuw als proceswater kan worden ingezet. Het voedingsbedrijf Ardo verdeelt zijn gezuiverde afvalwater over 500 hectare landbouwgrond in de omgeving. Water-link lanceerde samen met Colruyt en het Luxemburgse Nereus dan weer een technologie waarmee bedrijven hun eigen water kunnen recycleren. "Je merkt dat de interesse er is, " weet woordvoerder Bruno Pessendorfer. "Bedrijven waar water een kostenpost is, hebben uiteraard interesse. Wat nog meer zou moeten worden gestimuleerd, is het hergebruik van het water van bedrijf A door bedrijf B en C. Maar dat vergt overleg, en dan is het altijd de vraag wie de eerste stap doet." Een pijnpunt bij al die maatregelen blijft dat water relatief goedkoop is. EurEau, de Europese vereniging van 29 federaties van de watersector, becijferde dat de gemiddelde prijs voor een kubieke meter water in België iets meer dan 4 euro bedraagt. Daarmee zitten we in het koppeloton, weliswaar op respectabele afstand van koploper Denemarken (8 euro) en Noorwegen (5,8 euro). Toch blijft het voor veel bedrijven en landbouwers goedkoper leidingwater te gebruiken dan te investeren in hergebruik. "Het beleid zou in stimuli moeten voorzien, om meer regenwater op te vangen en meer te recycleren. Eigenlijk zouden we tot een soort burgerbeweging moeten komen om duurzamer met water om te springen. Daar kan iedereen bij winnen", vindt Carl Heyrman, algemeen directeur van AquaFlanders, de koepel van de Vlaamse drinkwaterbedrijven en rioolbeheerders. "We kunnen niet zeggen dat er niets gebeurt, maar we moeten het beleid afstemmen op lange periodes van droogte." Het is misschien veelzeggend dat pas vorig jaar een droogtecommissie in het leven werd geroepen, die dit jaar voor de eerste keer een aantal maatregelen coördineerde. In de media viel echter ook te lezen dat er pas in 2021 een 'droogtebeheersplan' zou komen. "Toch wil dat niet zeggen dat niet aan droogterisicobeheer wordt gedaan", stipt Jan Dhaene van de VMM aan. "Het plan maakt deel uit van de nieuwe stroomgebiedbeheersplannen, die een Europese kaderrichtlijn in de praktijk omzetten. Maar intussen wordt ook kort op de bal gespeeld." "Ik hoop vooral dat een aantal zaken nu in een stroomversnelling komen", vervolgt Patrick Willems. "Drinkwaterbedrijven zouden nog meer moeten stockeren; onze rivieren zouden we intelligent moeten sturen. Het internet der dingen kan een geïntegreerde aanpak ondersteunen, maar daar moet dan wel werk van worden gemaakt." Het kan zelfs de aanzet worden van een nieuw succesverhaal, meent Patrick Meire. "Vlaanderen investeert veel in ICT, biotech en logistiek. Onze bedrijven, overheden en kennisinstellingen hebben echter meer dan genoeg kennis rond watertechnologie en -beheer in huis om ook daarvan een exportproduct te maken, én tegelijk onze waterhuishouding klimaatbestendig te maken. Op dat gebied moeten we echt niet onderdoen voor Nederland."