'Mag je nog op een bankje zitten?' Terwijl het alle hens aan dek was in de ziekenhuizen en bedrijven stil dreigden te vallen omdat duizenden grensarbeiders voor gesloten grenzen stonden, moesten de federale ministers dit voorjaar met duizenden triviale en minder triviale kwesties bezig zijn. Het is illustratief voor deze surreële tijden en de vaak al even surreële regels. Al negen maanden moeten onze vele regeringen, ambtenaren en medische experts zich op een nooit gezien manier bemoeien met hoe we mogen leven, werken, ondernemen en zelfs op een bankje zitten. De reden is eenvoudig: met het coronavirus valt niet te onderhandelen. Dat leidde tot het trieste hoogtepunt van de bijna-overrompeling van de ziekenhuizen en een tweede lockdown. Twee zaken waarvan we nochtans hadden gezworen: dit nooit meer.
...

'Mag je nog op een bankje zitten?' Terwijl het alle hens aan dek was in de ziekenhuizen en bedrijven stil dreigden te vallen omdat duizenden grensarbeiders voor gesloten grenzen stonden, moesten de federale ministers dit voorjaar met duizenden triviale en minder triviale kwesties bezig zijn. Het is illustratief voor deze surreële tijden en de vaak al even surreële regels. Al negen maanden moeten onze vele regeringen, ambtenaren en medische experts zich op een nooit gezien manier bemoeien met hoe we mogen leven, werken, ondernemen en zelfs op een bankje zitten. De reden is eenvoudig: met het coronavirus valt niet te onderhandelen. Dat leidde tot het trieste hoogtepunt van de bijna-overrompeling van de ziekenhuizen en een tweede lockdown. Twee zaken waarvan we nochtans hadden gezworen: dit nooit meer. Trends sprak de voorbije maanden met tientallen sleutelfiguren van ons coronabeleid. Sommigen zijn kwaad, anderen zijn gelaten, nog anderen zijn hoopvol. Over hoe en waarom het toch weer fout is gelopen, zullen ongetwijfeld hele boeken worden gevuld. Maar de essentie is dit: onze politici en andere eindverantwoordelijken moeten op een fundamenteel andere manier beslissingen nemen, om niet meer te verdwalen in honderden of zelfs duizenden prioriteiten. Trends distilleerde vijf lessen uit die getuigenissen, waardoor we ons niet voor de derde keer aan dezelfde steen zullen stoten. De ministers, de ambtenarij en het middenveld zijn de voorbije maanden overstelpt met vragen. In een crisis zijn tijd en aandacht een schaars goed. Toch sprongen zeker de politici er ¬ vaak noodgedwongen ¬ kwistig mee om. "Er was geen centraal aanspreekpunt dat de vragen van het bedrijfsleven en de verenigingen kon beantwoorden. Een groot deel kwam bij ons terecht. Ik ga nooit vergeten dat mijn kabinet begin juni bezig moest zijn met de regels voor een kampioenschap tafelvoetbal. Dat wordt normaal georganiseerd in een café. Daarom kwam dat bij ons terecht. Zo zijn er honderden vragen geweest", vertelt Nathalie Muylle (CD&V). Als federaal minister van Economie maakte zij onder Sophie Wilmès deel uit van de Nationale Veiligheidsraad. Op het kabinet van Muylle waren vijf mensen voltijds bezig om alle vragen van de meest uiteenlopende federaties te beantwoorden. Ze waren niet alleen. Zowel bij Voka als bij Unizo vertienvoudigden de vragen van leden. Daarnaast was er het aloude gelobby om bij de eerste versoepelingen te zijn of extra steun te krijgen. Zowat iedereen klampte de kabinetten aan. Zo kreeg het kabinet van Vlaams minister van Economie Hilde Crevits (CD&V) op een zondagmiddag meer dan duizend mails van schoonheidssalons met een eis om volledig dicht te kunnen gaan. Door die kakofonie stelden de politici op cruciale momenten in overlegcomités en tijdens de veiligheidsraden verkeerde prioriteiten. Bij de eerste vragen die de experts voorgeschoteld kregen, waren de organisatie van paardenrennen en de heropening van de carwashes. Ook het openblijven van het formule 1-parcours van Francorchamps stond hoog op de agenda van sommige politici. Experts en belangengroepen hebben de beleidsmakers meermaals aangespoord om hun prioriteiten scherper te stellen en alleen het brede kader te schetsen. Dat is bijvoorbeeld wel gelukt met de 'generieke gids', de richtlijnen voor bedrijven om in mei weer veilig op te starten. De federale regering zorgde voor het wettelijke kader en delegeerde de uitwerking aan de sociale partners, de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk en de federale overheidsdienst Werk. Die overlegmethode, ver weg van alle media-aandacht, zorgde voor een heropstart zonder sociale onrust en grote uitbraken. Zelfs in een crisis kan een leider dus cruciale taken delegeren. Het succes van die generieke gids is niet toevallig. Het zit mooi ingekapseld in een bestaand officieel overlegorgaan, maar ook in een groot informeel netwerk van ambtenaren, vakbonden en beroepsfederaties. Dat wordt wel eens geringschattend de technocratische elite of de deep state genoemd. Feit is: die mensen staan met de voeten in de modder en hebben de voorbije maanden op cruciale momenten aan de alarmbel getrokken en oplossingen gezocht. Zo is de vereenvoudigde procedure voor tijdelijke werkloosheid er gekomen na aandringen van de werkgevers. De bevoegde federale ministers en de overheidsdiensten hebben daarover snel beslist, waardoor de meer dan 1 miljoen aanvragen voor tijdelijke werkloosheid in recordtempo konden worden verwerkt. Een ander voorbeeld was de aanpak om de voedselbevoorrading draaiend te houden. In de Economic Risk Management Group (ERMG) leidde Piet Vanthemsche de werkgroep die de continuïteit van het bedrijfsleven moest vrijwaren. De eerste weken sprak hij zijn brede netwerk in de Belgische agrovoedingssector aan, op zoek naar knelpunten in de bevoorradingsketen. Daaruit bleek dat het machinepark dreigde te stokken, doordat het niet meer gekeurd of geattesteerd werd. Inspecties en zelfs herstellingen werden uitgesteld, uit vrees voor een boete voor een 'niet-essentiële' verplaatsing. Vanthemsche zou toen onder meer met minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V) hebben gebeld om dat recht te trekken. De taskforce rond minister Philippe De Backer (Open Vld) draaide ook grotendeels op informele contacten en afspraken. Die moest snel voldoende mondmaskers, handgels en ander beschermend materiaal zien te vinden. Het tekort aan ontsmettende handgels is dankzij een een-tweetje tussen De Backer en Vanthemsche opgelost. Ook de nieuwe minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (sp.a) is onmiddellijk na zijn aanstelling informeel met gezondheidsexperts en belangengroepen beginnen te praten om de crisis te beheren. Al krijgt hij de kritiek dat hij te veel op zijn inner circle leunt.Toen Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) op 25 oktober voor de camera's van De Zevende Dag zei dat het huis nog niet in brand stond, begonnen de virologen, biostatistici en psychologen zich in hun gezamenlijke Whatsapp-groep hevig te roeren. Ze stuurden een vlammende e-mail aan de regeringen van ons land om de ernst van de situatie duidelijk te maken. De experts en ambtenaren hebben een bepalende rol gespeeld in het crisisbeheer, de meesten zonder daar ooit voor bedankt te zijn. De politici spanden hen te pas en te onpas voor hun kar. Zo was de GEES, de groep experts verantwoordelijk voor de exit, op een bepaald moment 'het lievelingetje' van de politiek, terwijl de ambtenarenexperts in Celeval 1, de evaluatiecel van het federale crisiscentrum, onder de radar de ziel uit hun lijf werkten om de honderden vragen van burgemeesters, provinciegouverneurs en ministeries te beantwoorden. Dat ging onder meer over de organisatie van fietslessen voor volwassenen, de heropstart van het sekswerk, een manifestatie van Black Lives Matter of asverstrooiingen op zee. In het begin van de crisis ging dat goed en volgde de politiek meestal de lijn van de virologen en de epidemiologen in de GEES en Celeval. Het liep mis aan begin van de zomer. Toen begonnen die adviesorganen de politiek op de zenuwen te werken, omdat de epidemiologische logica te veel greep kreeg op het beleid. In de loop van de zomer daalde de motivatie bij de bevolking zienderogen en konden de politici niet meer aan de versoepelingsdruk weerstaan. Ze lieten de GEES doodbloeden en herschikten de samenstelling van Celeval tot Celeval 2.0, waarin de virologen en de epidemiologen niet langer de eerste viool mochten spelen.Celeval 2.0 vergleed al snel van een adviesorgaan tot een praatbarak. Iedereen mocht over alles meepraten, ook als het buiten zijn expertise lag. De epidemiologen en de economen mochten hun zegje doen over psychosociaal welzijn, en de psychologen en de gezondheidseconomen over epidemiologische maatregelen. De politici lieten daarmee het buikgevoel van de brede samenleving de bovenhand nemen op de relevante deskundigheid. Een cruciale fout.Ondanks de vele advies- en overlegorganen werd het debat over het coronabeleid te vaak in de media gevoerd. Zij die het hardst riepen, hadden het oor van de politici. Dat verliep als volgt: de experts gaven hun advies aan de Wetstraat, daar lekten al gauw de eerste voorstellen uit, waardoor er druk vanuit belangengroepen en de bevolking kwam. De lobbygroepen hadden al snel door dat ze voor elke veiligheidsraad hun bedenkingen en hun wensen zo veel mogelijk in de kranten en de televisie- en radiostudio's moesten verkondigen, waardoor de regering soms de adviezen naast zich neerlegde of er een soepele draai aan gaf. Soms was de uitkomst relatief onschuldig, zoals de beslissing om de winkels al op 10 mei te openen in plaats van op 17 mei, zoals de GEES adviseerde. Soms waren de gevolgen desastreus, zoals de versoepelingen eind september of de bubbel van vijftien in het begin van de zomer. Toen werd het de experts duidelijk dat de politiek en de samenleving nog altijd niet doorhadden hoe een pandemie werkt. De werkelijkheidszin was grotendeels zoek. Als reactie gaven de virologen tegengas in diezelfde kranten en televisiestudio's, in het begin tot verrassing van de politiek, die zich mispakte aan hun compromisloze oordeel. "Een wetenschapper vraagt geen 10 om 5 binnen te halen. Een wetenschapper vraagt 10 omdat hij die nodig acht", legt een van hen uit. De politiek verwachtte dat de experts het politieke compromis van elke veiligheidsraad zouden uitdragen, terwijl de wetenschappers op hun academische vrijheid stonden om het daar virulent mee oneens te zijn. Die onenigheid versnelde vanaf de zomer samen met de afbrokkeling van de motivatie bij de bevolking. Een strakkere mediaregie en een betere bemiddeling met experts zouden dat hebben voorkomen.Ook op andere beleidsfronten werden er praatbarakken opgericht. Na de eerste lockdown werd duidelijk dat de gezondheidscrisis ontaardde in een economische crisis. Al gauw klonk de roep om een expertengroep die zich over de economische gevolgen van de crisis zou buigen. Dat werd de ERMG, die op 19 maart voor het eerst samenkwam in het auditorium van de Nationale Bank. Ze had twee taken. Ten eerste de economische impact van de crisis zo goed mogelijk volgen. Dat gebeurde onder leiding van Nationale Bank-gouverneur Pierre Wunsch. Ten tweede zat oud-Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche de werkgroep voor die de continuïteit van essentiële sectoren, zoals voeding, moest vrijwaren. Voorts zaten er vertegenwoordigers van de belangrijkste werkgevers- en werknemersorganisaties in de ERMG. Er was van meet af aan onduidelijkheid over de specifieke rol van de ERMG. Sommigen dachten of hoopten dat de groep even sterk op het economische beleid zou kunnen wegen als de virologen dat op de volksgezondheid deden. Maar de politici lieten dat veel minder gemakkelijk toe. Zij wilden het economische beleid zelf in handen houden, waardoor de belangengroepen in de ERMG snel terugvielen op hun traditionele kanalen om het beleid te beïnvloeden, zonder dat ze ooit bepalend zijn geweest in cruciale verstrengingen of versoepelingen. Bovendien dijde de ERMG uit tot meer dan veertig mensen, waardoor een consensus over adviezen zo goed als onmogelijk werd. De grote verdienste van de ERMG is dat ze de ontwikkeling van de economische crisis bijzonder nauwkeurige manier opvolgt.