Verlaag de vennootschapsbelasting naar 20 procent. Dat tarief is billijk, efficiënt en competitief met het buitenland. Dat is een all-intarief, zonder notionele-intrestaftrek, uitzonderingsregimes of keuzemogelijkheden. Hou het eenvoudig. Zeg dat in de Wetstraat. In september worden de contouren van een nieuwe vennootschapsbelasting besproken, maar de kans bestaat dat de regering met een weinig fraai compromis op de proppen komt. Een burgeroorlog tussen de grote en de kleine bedrijven, en het feit dat de hele operatie geen geld mag kosten, staan een doeltreffende hervorming van de vennootschapsbelasting in de weg.
...

Verlaag de vennootschapsbelasting naar 20 procent. Dat tarief is billijk, efficiënt en competitief met het buitenland. Dat is een all-intarief, zonder notionele-intrestaftrek, uitzonderingsregimes of keuzemogelijkheden. Hou het eenvoudig. Zeg dat in de Wetstraat. In september worden de contouren van een nieuwe vennootschapsbelasting besproken, maar de kans bestaat dat de regering met een weinig fraai compromis op de proppen komt. Een burgeroorlog tussen de grote en de kleine bedrijven, en het feit dat de hele operatie geen geld mag kosten, staan een doeltreffende hervorming van de vennootschapsbelasting in de weg. Vriend en vijand zijn het er nochtans over eens dat iets moet veranderen aan de vennootschapsbelasting. België koos de voorbije jaren voor een relatief hoog tarief dat de bedrijven konden aftoppen via allerhande nichemaatregelen, waarvan de notionele-intrestaftrek de belangrijkste is. Het nominale tarief van 33,99 procent wordt op die manier verzacht tot een effectief tarief van gemiddeld dik 25 procent. Die strategie staat echter op almaar lossere schroeven. De Europese Commissie, de OESO en de G20 maken er een einde aan, vooral om belastingontwijking van de multinationals tegen te gaan. Het nominale tarief wordt dus belangrijker om bedrijven aan te trekken. Met een Belgisch tarief van 33,99 procent trek je slecht bewapend die oorlog in, zeker omdat de race naar de bodem in andere landen volop bezig is. Het gemiddelde tarief in Europa bedroeg vorig jaar 22 procent. Wie wil opvallen, moet daaronder duiken.Wie zal de verlaging van de vennootschapsbelasting betalen? Dat is een heikele kwestie. Begin met alle niches te schrappen, ook de notionele-intrestaftrek. Die heeft grote verdiensten. De aftrek prikkelt bedrijven om het eigen vermogen te versterken, maar dat effect dooft uit. De omvang van het voordeel van de notionele-intrestaftrek is gekoppeld aan de langetermijnrente, maar door de aanhoudende daling van die rente is het belastingvoordeel verschrompeld. Bovendien genieten vooral de financieringsvennootschappen van grote bedrijven van de notionele-intrestaftrek, zonder grote return voor de samenleving.Omdat de rente nog lange tijd laag zal blijven, is het afschaffen van de notionele-intrestaftrek geen zware aderlating voor de bedrijven, zeker omdat ze in ruil een vennootschapsbelasting van 20 procent krijgen. Een nominaal tarief biedt op termijn meer duidelijkheid. De meeste bedrijven zullen graag hun handtekening zetten onder een tarief van 20 procent zonder franjes. De grote jongens, die het meeste gebruikmaken van de uitzonderingsregimes, zullen de grote tegenstanders zijn. De werkgeversorganisaties VBO, Voka en Unizo wacht stevig overleg als ze in dat dossier de violen willen stemmen.Daarmee zijn we er nog niet. De afschaffing van alle speciale aftrekmogelijkheden kan een tariefdaling naar 25 procent betalen, maar niet naar 20 procent. Extra geld kan worden gevonden door de belastbare basis te verbreden, door bijvoorbeeld de aftrek van verliezen uit het verleden te beperken. Maar waarom moet de hervorming budgettair neutraal zijn, zoals dat nu het uitgangspunt is? Een deel van de verlaging van het tarief kan ook gefinancierd worden door elders te besparen. Het blijft in dit land echter een politiek bijzonder moeilijke opgave groeivriendelijke investeringen, zoals investeringen in infrastructuur of een lagere vennootschapsbelasting, te financieren met besparingen in de sociale uitgaven. Terwijl niks zo sociaal is als een portie extra economische groei. Om CD&V die hervormingspil te laten slikken, zal een stevige lepel suiker nodig zijn, in de vorm van een vermogenswinstbelasting of een verhoging van de roerende voorheffing. Vicepremier Kris Peeters (CD&V) verwijst naar het risico dat een lagere vennootschapsbelasting de zelfstandigen zal inspireren hun activiteit om fiscale redenen via een vennootschap te organiseren. Om dat te vermijden moet de som van de vennootschapsbelasting en de roerende voorheffing in lijn liggen met het marginale tarief in de personenbelasting. Daar is wat voor te zeggen, maar let op met die rekensom, zeggen experts. De 50 procent in de personenbelasting is een marginaal tarief, de vennootschapsbelasting en de roerende voorheffing zijn vaste tarieven. Ze zijn moeilijk vergelijkbaar. En waarom moet de belastingdruk naar boven in plaats van naar beneden worden aangepast om het ontwijkingsgedrag af te remmen? Dat blijft de eeuwige achilleshiel van de Belgische fiscaliteit. In het keurslijf van een budgettaire nuloperatie, is het risico groot dat de regering, net zoals bij de taxshift, ook bij deze hervorming in rondjes blijft draaien zonder grote vooruitgang te boeken.