Als ik terugblik op het premierschap van Boris Johnson, dan blijft de vraag me intrigeren: waarom verkoos het Britse volk zo'n clown? Democratie is hoe langer hoe meer een circus, en wie houdt er in het circus niet van de clown?

In de jaren tachtig verschenen de eerste studies over 'sterren'. Toen al begreep men dat in een gemediatiseerde wereld een absolute ster twee dingen moet combineren: uitzonderlijke kwaliteiten en toch gewoon zijn. Vedetten moeten uniek zijn, en tegelijk voldoende lijken op wie geen uitzonderlijke talenten bezit. Toots Tielemans was een geniale muzikant, maar ook een ketje. Wout van Aert lijkt van Mars te komen als wielrenner, maar is voor de rest een gewone jongen. Hij heeft geleerd van Raymond Poulidor, die veel populairder was dan Jacques Anquetil, de afstandelijke 'maître'. Wees gewoon! Ik ben altijd een superfan geweest van Kim Clijsters, en nu pas begrijp ik waarom. Zo gewoon, dat meisje, en later zo'n lieve mama. Je wil gewoon niet weten door welke professionele staf zo'n braaf meisje is omringd, en je wil zelfs niet denken dat die gewone vrouw ooit wel eens een verboden substantie heeft genomen, of belastingen ontdoken. Dat doen brave jongens en meisjes niet.

Vedetten moeten voldoende lijken op wie geen uitzonderlijke talenten bezit.

Dat dilemma kennen onze politieke leiders maar al te goed. Ze moeten over een uitzonderlijke dossierkennis beschikken, zowel de politieke strijd winnen als beleid kunnen voeren, welbespraakt zijn voor alle micro's, en debatten winnen bij verkiezingen. En toch... moeten ze gewoon zijn. In Vlaanderen was Steve Stevaert een van de eersten die dat ten volle had begrepen. Hij maakte er zelfs zijn handelskenmerk van. Als cafébaas was hij - in tegenstelling tot bijvoorbeeld professoren - zelfs gedoemd om een gewone jongen te zijn. Dat hij over een breed netwerk van informanten beschikte, zorgvuldig zijn oneliners wikte en woog, zich professioneel voorbereidde op het tv-debat, dat was niet belangrijk. Hij was 'gewoon'. Extreem rechts en links in Vlaanderen hebben het ook begrepen: wees vooral gewoon, spreek de taal van de gele hesjes. De hoek waar de klappen vallen, cd&v en Groen, wordt vooral bevolkt door mensen die behoren tot de wereldvreemde politici. Deelnemen aan populaire tv-programma's hielp zelfs Bart De Wever, door vriend en vijand geroemd om zijn uitzonderlijk analytisch vernuft.

De grote paradox is natuurlijk dat politieke leiders die helemaal niet uit het volk komen en niets met het volk gemeenschappelijk hebben - type Donald Trump, Pim Fortuyn, Dries Van Langenhove, Boris Johnson - toch doorgroeien tot populaire leiders. Het geval-Boris is heel leerzaam, want je kan echt niet zeggen dat de Britten niet wisten welk vlees ze in de kuip hadden. Zijn geval is zo extreem dat het een licht werpt op een fundamenteel probleem. Al in 2016 verscheen er een wetenschappelijke analyse in The British Journal of Politics and International Relations over het fenomeen Johnson. Toen al werd getoond hoe hij reageerde als hij weer eens op een leugen werd betrapt ("laten we het over iets anders hebben"). Hoe hij een eliteopleiding en een hoge status combineerde met de indruk net uit een vuilbak te zijn gekropen, hoe hij zijn gebrek aan dossierkennis verhief tot een statussymbool. Zijn grootste pluspunt? Hij klopte al zijn tegenstanders op de vraag: met wie zou je liefst een biertje drinken? Boris combineerde een zelden geziene vlotheid met een gecultiveerd imago van stoute jongen.

Sommige academici beseffen dit blijkbaar ook. Hun wetenschappelijke papers worden door het volk niet gelezen. Maar hun eetgewoontes, lichaamsverzorging en entertainmentgehalte vinden wel gretig de weg naar de weekendbijlages van de krant. Ze zijn zo gewoon, die topacademici. De enige die permanent ontsnapt aan de dwang 'gewoon' te zijn is Elisabeth II, maar in het wereldkampioenschap 'gewoon zijn' klopte Diana haar gewezen schoonmoeder met lengtes.

Als ik terugblik op het premierschap van Boris Johnson, dan blijft de vraag me intrigeren: waarom verkoos het Britse volk zo'n clown? Democratie is hoe langer hoe meer een circus, en wie houdt er in het circus niet van de clown? In de jaren tachtig verschenen de eerste studies over 'sterren'. Toen al begreep men dat in een gemediatiseerde wereld een absolute ster twee dingen moet combineren: uitzonderlijke kwaliteiten en toch gewoon zijn. Vedetten moeten uniek zijn, en tegelijk voldoende lijken op wie geen uitzonderlijke talenten bezit. Toots Tielemans was een geniale muzikant, maar ook een ketje. Wout van Aert lijkt van Mars te komen als wielrenner, maar is voor de rest een gewone jongen. Hij heeft geleerd van Raymond Poulidor, die veel populairder was dan Jacques Anquetil, de afstandelijke 'maître'. Wees gewoon! Ik ben altijd een superfan geweest van Kim Clijsters, en nu pas begrijp ik waarom. Zo gewoon, dat meisje, en later zo'n lieve mama. Je wil gewoon niet weten door welke professionele staf zo'n braaf meisje is omringd, en je wil zelfs niet denken dat die gewone vrouw ooit wel eens een verboden substantie heeft genomen, of belastingen ontdoken. Dat doen brave jongens en meisjes niet. Dat dilemma kennen onze politieke leiders maar al te goed. Ze moeten over een uitzonderlijke dossierkennis beschikken, zowel de politieke strijd winnen als beleid kunnen voeren, welbespraakt zijn voor alle micro's, en debatten winnen bij verkiezingen. En toch... moeten ze gewoon zijn. In Vlaanderen was Steve Stevaert een van de eersten die dat ten volle had begrepen. Hij maakte er zelfs zijn handelskenmerk van. Als cafébaas was hij - in tegenstelling tot bijvoorbeeld professoren - zelfs gedoemd om een gewone jongen te zijn. Dat hij over een breed netwerk van informanten beschikte, zorgvuldig zijn oneliners wikte en woog, zich professioneel voorbereidde op het tv-debat, dat was niet belangrijk. Hij was 'gewoon'. Extreem rechts en links in Vlaanderen hebben het ook begrepen: wees vooral gewoon, spreek de taal van de gele hesjes. De hoek waar de klappen vallen, cd&v en Groen, wordt vooral bevolkt door mensen die behoren tot de wereldvreemde politici. Deelnemen aan populaire tv-programma's hielp zelfs Bart De Wever, door vriend en vijand geroemd om zijn uitzonderlijk analytisch vernuft. De grote paradox is natuurlijk dat politieke leiders die helemaal niet uit het volk komen en niets met het volk gemeenschappelijk hebben - type Donald Trump, Pim Fortuyn, Dries Van Langenhove, Boris Johnson - toch doorgroeien tot populaire leiders. Het geval-Boris is heel leerzaam, want je kan echt niet zeggen dat de Britten niet wisten welk vlees ze in de kuip hadden. Zijn geval is zo extreem dat het een licht werpt op een fundamenteel probleem. Al in 2016 verscheen er een wetenschappelijke analyse in The British Journal of Politics and International Relations over het fenomeen Johnson. Toen al werd getoond hoe hij reageerde als hij weer eens op een leugen werd betrapt ("laten we het over iets anders hebben"). Hoe hij een eliteopleiding en een hoge status combineerde met de indruk net uit een vuilbak te zijn gekropen, hoe hij zijn gebrek aan dossierkennis verhief tot een statussymbool. Zijn grootste pluspunt? Hij klopte al zijn tegenstanders op de vraag: met wie zou je liefst een biertje drinken? Boris combineerde een zelden geziene vlotheid met een gecultiveerd imago van stoute jongen. Sommige academici beseffen dit blijkbaar ook. Hun wetenschappelijke papers worden door het volk niet gelezen. Maar hun eetgewoontes, lichaamsverzorging en entertainmentgehalte vinden wel gretig de weg naar de weekendbijlages van de krant. Ze zijn zo gewoon, die topacademici. De enige die permanent ontsnapt aan de dwang 'gewoon' te zijn is Elisabeth II, maar in het wereldkampioenschap 'gewoon zijn' klopte Diana haar gewezen schoonmoeder met lengtes.