Op de ministerraad van donderdag 20 juli besliste de federale regering een aantal hervormingen in het pensioenstelsel door te voeren. Het gaat over de mate waarin periodes van inactiviteit worden gelijkgesteld met gewerkte periodes in de berekening van het pensioen. Concreet zullen werkloosheidsdagen na één jaar werkloosheid bij de berekening van het pensioen worden meegeteld op basis van het minimumloon en niet meer op basis van het laatst verdiende loon. Hetzelfde geldt voor werknemers in conventioneel brugpensioen (dus niet bij herstructurering, zware beroepen...)...

Op de ministerraad van donderdag 20 juli besliste de federale regering een aantal hervormingen in het pensioenstelsel door te voeren. Het gaat over de mate waarin periodes van inactiviteit worden gelijkgesteld met gewerkte periodes in de berekening van het pensioen. Concreet zullen werkloosheidsdagen na één jaar werkloosheid bij de berekening van het pensioen worden meegeteld op basis van het minimumloon en niet meer op basis van het laatst verdiende loon. Hetzelfde geldt voor werknemers in conventioneel brugpensioen (dus niet bij herstructurering, zware beroepen...) vanaf 60 of 62 jaar. Die nieuwe regels zouden gelden voor pensioenen die ingaan vanaf 1 januari 2019. De vakbonden schreeuwen moord en brand en hebben het over contractbreuk. Ze vrezen dat de lage pensioenuitkeringen nog lager zullen worden. De vakbonden zijn er altijd voorstander van geweest periodes van inactiviteit of werkloosheid volledig gelijk te stellen met gewerkte jaren bij de pensioenberekeningen. Die gelijkgestelde periodes zijn voor de syndicale organisaties een van de pijlers van het solidariteitssysteem in het pensioenstelsel.Het probleem is echter dat het solidariteitsprincipe in het Belgische pensioensysteem te zwaar doorweegt. Het Belgische stelsel is een repartitiesysteem waarbij de bijdragen van de werknemers worden aangewend om de pensioenen van de 65-plussers te betalen. Wie werkt, bouwt tegelijk pensioenrechten op op basis van de gewerkte jaren en het verdiende loon. Dat is het verzekeringsprincipe van ons pensioenstelsel. Daarnaast is er een soort van solidariteit met wie in de loop van zijn loopbaan werkloos is geweest, op brugpensioen ging of periodes van ziekte- of invaliditeit kende. Ook al waren ze in die periodes niet actief op de arbeidsmarkt (en betaalden ze geen bijdragen), toch tellen die jaren mee in de berekening van de pensioenuitkering. Maar door alle vormen van inactiviteit mee te tellen in de pensioenberekening is de slinger te veel in de richting van de solidariteit doorgeslagen. Ook al omdat het wettelijk pensioen van de werknemers geplafonneerd is. Wie meer verdient dan 53.528,27 euro per jaar, betaalt daar wel sociale bijdragen op maar het loon boven dat maximum wordt niet meegeteld in de berekening van het pensioen.Door de gelijkgestelde periode gedeeltelijk af te bouwen herstelt de regering voor een deel het verzekeringsprincipe in ons pensioenstelsel en versterkt ze de band tussen werk en pensioen. Het zijn ook maatregelen die de pensioenen betaalbaar moeten houden. De gelijkgestelde periodes wegen echt te zwaar door. Van de gemiddelde loopbaan bij een man van 42 jaar is 30 procent gelijkgesteld. Bij vrouwen, met gemiddeld een loopbaan van 36,6 jaar is 37 procent gelijkgesteld. De recente maatregel van de federale regering was dus noodzakelijk en wenselijk.