Opvallend is dat bij de kansengroepen de 50-plussers beter scoren dan allochtonen, kortgeschoolden en arbeidsgehandicapten.

Dat blijkt uit een studie van de VDAB, waarbij de situatie werd nagegaan van een groep van 32.000 werkzoekenden 6 maanden en 1 jaar na het beëindigen van een uitzendcontract.

Van de werkzoekenden die tot geen enkele kansengroep behoren, had 55,3 procent in het eerste halfjaar na de uitzendopdracht minstens de helft van de tijd gewerkt. Voor 50-plussers was dat 44,7 procent, kortgeschoolden 38,2 procent, allochtonen 38,1 procent en arbeidsgehandicapten 29,9 procent. Na 1 jaar lag het percentage dat 75 pct van de tijd gewerkt had hoger dan na 6 maanden, hetgeen erop wijst dat de tewerkstelling na verloop van tijd duurzamer wordt.

Ook het percentage dat na 6 maanden minstens de helft van de tijd gewerkt had met een vast contract, lag het hoogst bij de werkzoekenden die niet tot een kansengroep horen (16,8 pct), gevolgd door 50-plussers (14,4 pct), kortgeschoolden (11,6 pct), allochtonen (9,5 pct) en arbeidsgehandicapten (9,5 pct).

Dat voor de hele referentiegroep na een jaar het aantal vaste betrekkingen gestegen is, bestempelt de VDAB als een nieuwe aanduiding voor de toenemende duurzaamheid van de tewerkstelling.

Opvallend is dat bij de kansengroepen de 50-plussers beter scoren dan allochtonen, kortgeschoolden en arbeidsgehandicapten. Dat blijkt uit een studie van de VDAB, waarbij de situatie werd nagegaan van een groep van 32.000 werkzoekenden 6 maanden en 1 jaar na het beëindigen van een uitzendcontract. Van de werkzoekenden die tot geen enkele kansengroep behoren, had 55,3 procent in het eerste halfjaar na de uitzendopdracht minstens de helft van de tijd gewerkt. Voor 50-plussers was dat 44,7 procent, kortgeschoolden 38,2 procent, allochtonen 38,1 procent en arbeidsgehandicapten 29,9 procent. Na 1 jaar lag het percentage dat 75 pct van de tijd gewerkt had hoger dan na 6 maanden, hetgeen erop wijst dat de tewerkstelling na verloop van tijd duurzamer wordt. Ook het percentage dat na 6 maanden minstens de helft van de tijd gewerkt had met een vast contract, lag het hoogst bij de werkzoekenden die niet tot een kansengroep horen (16,8 pct), gevolgd door 50-plussers (14,4 pct), kortgeschoolden (11,6 pct), allochtonen (9,5 pct) en arbeidsgehandicapten (9,5 pct). Dat voor de hele referentiegroep na een jaar het aantal vaste betrekkingen gestegen is, bestempelt de VDAB als een nieuwe aanduiding voor de toenemende duurzaamheid van de tewerkstelling.