Neen, een nieuwe kerncentrale komt er niet meer in België. Het was nochtans een van de opties die het Federaal Planbureau en de Gentse professor Johan Albrecht zouden bekijken. Zij becijferen in opdracht van minister van Energie Marie-Christine Marghem (MR) de impact van de geplande sluiting van de kerncentrales in 2025 en de omslag naar hernieuwbare energie. Maar de hele regeringstop benadrukte dat een nieuwe kernreactor louter een theoretische oefening zou zijn.
...

Neen, een nieuwe kerncentrale komt er niet meer in België. Het was nochtans een van de opties die het Federaal Planbureau en de Gentse professor Johan Albrecht zouden bekijken. Zij becijferen in opdracht van minister van Energie Marie-Christine Marghem (MR) de impact van de geplande sluiting van de kerncentrales in 2025 en de omslag naar hernieuwbare energie. Maar de hele regeringstop benadrukte dat een nieuwe kernreactor louter een theoretische oefening zou zijn. Het rapport, dat tegen eind januari wordt verwacht, moet uitsluitsel geven over de kostprijs van verschillende scenario's. Wat wanneer in 2015 alle kerncentrales sluiten? Of wanneer 2, 3, 4 en 6 gigawatt aan nucleair vermogen openblijft? Voorts liggen er nog scenario's op tafel voor een (gedeeltelijke) kernuitstap in 2035, het openhouden van de jongste twee centrales (Doel 4 en Tihange 3) tot 2040, en een scenario zonder kernenergie in 2050. Ondanks dat uitgebreide keuzemenu spitst de politieke discussie zich vooral toe op twee tot drie scenario's. Wellicht wordt geopteerd voor een volledige kernuitstap, maar met de mogelijkheid dat een volgende regering, indien de elektriciteitsbevoorrading in het gedrang zou komen, alsnog kan beslissen er twee tot vier langer open te houden. Zodra die knoop is doorgehakt, kan schot komen in de discussies over het langverwachte Energiepact. Elk van die scenario's heeft één ding gemeen: ze zullen geld kosten. Dat kan raar lijken, omdat in elk scenario het aandeel groene energie fors stijgt en zon en wind gratis brandstoffen zijn. Alleen zijn die energiebronnen nog niet in staat onze volledige stroombevoorrading te verzekeren. Tegelijk jagen ze wel de gemiddelde marktprijs van elektriciteit naar beneden, waardoor ook klassieke centrales almaar meer een beroep moeten doen op ondersteuning door de overheid. Het kenniscentrum Energyville publiceerde begin vorig jaar in opdracht van Febeliec, de organisatie van grote industriële verbruikers, een uitgebreide studie naar de Belgische elektriciteitsvoorziening in 2020-2030. Voor verschillende toekomstscenario's was de meest kostenefficiënte oplossing berekend. In het basisscenario, inclusief kernuitstap en met de helft hernieuwbare stroom in 2030, kost het totale elektriciteitssysteem jaarlijks 6,18 miljard euro. Dat is 4,49 miljard euro meer dan in 2016. Daarin zitten de kosten voor investeringen in nieuwe en de vervanging van bestaande centrales, operaties, onderhoud, brandstof, en voor de invoer van stroom en andere bronnen. Niet inbegrepen zijn de historische kapitaalsuitgaven voor het nucleaire park en de kosten voor de afbraak van kerncentrales en de ontmanteling van de kernreactoren. Het uitgangspunt is dat die kosten voor rekening van de uitbaters van het kerncentralepark komen. 4,5 miljard euro extra per jaar is een smak geld. Hoe dat zal worden gefinancierd, is onduidelijk. De studiedienst van de SERV, het overlegorgaan van de sociale partners, concludeerde vorige week in zijn analyse van de Vlaamse begroting dat het Energiefonds in het meest pessimistische scenario tegen 2020 afstevent op een tekort van 700 miljoen euro. Dat fonds levert de middelen om de doelstellingen voor hernieuwbare energie te halen. Het wordt voor een groot stuk gefinancierd met de energieheffing. Die kwam in de plaats van de turteltaks, maar is veel lager. De Vlaamse regering gaat uit van te optimistische scenario's, zegt de SERV. Toch duwt niet alleen hernieuwbare energie het kostenplaatje omhoog. Tal van bedrijven hebben 24 uur per dag behoefte aan elektriciteit. Tot de grootschalige opslag van hernieuwbare energie mogelijk is, wil dat zeggen dat moet worden geïnvesteerd in een alternatief voor de kerncentrales. Want, berekende Elia in haar recente studie over de Belgische energiebevoorrading in 2050, als er 1 tot 1,5 gigawatt productiecapaciteit te weinig is, dan kost dat de samenleving 1 tot 1,5 miljard euro. Is de kernuitstap technisch mogelijk? Absoluut, vinden zowel de hoogspanningsnetbeheerder Elia als Johan Albrecht. Alleen moeten nú beslissingen worden genomen, om voor voldoende alternatieven te kunnen zorgen. Volgens Elia zijn minstens negen gascentrales nodig, die voor 3,6 gigawatt productiecapaciteit moeten zorgen. In die berekening is rekening gehouden met de verwachte bijdrage van een efficiënter stroomnet, vraagsturing, opslag, de groei van groene energie en alle investeringen in het net tot 2025. Vrij vertaald: negen is een minimum. Want de meeste toekomstscenario's gaan ervan uit dat België meer stroom invoert. Alleen zullen de Duitse kerncentrales tegen 2025 al dicht zijn, Frankrijk wil zijn nucleair park inkrimpen en in Duitsland en Nederland gaan almaar meer stemmen op om de kolencentrales te sluiten. Als onze buurlanden geen overcapaciteit hebben, is er behoefte aan een tot twee gigawatt extra productiecapaciteit. Mogelijk kan die komen van het in dienst houden van verouderde centrales, maar in het slechtste geval komt het neer op nog eens vijf extra gascentrales, dus veertien in totaal. Dat is dé achilleshiel van de kernuitstap. In de wetenschap dat de kernuitstap oorspronkelijk in 2003 werd beslist en er sinds 2010 geen grote gascentrale meer bij gekomen is, lijkt de kans erg klein dat over zeven jaar voldoende gascentrales in werking zijn. Ze zijn nu amper tot niet rendabel. Daardoor zijn subsidies nodig, maar tenzij een bestaand model wordt gekopieerd uit het buitenland, duurt het een tot twee jaar vooraleer Europa dat goedkeurt. Dan blijft nog minder tijd over voor het vergunnings- en bouwtraject. Daarom pleiten sommige experts ervoor dat de overheid al terreinen bouwrijp maakt en het vergunningstraject opstart, met de bedoeling de sites vervolgens te gunnen aan de laagste privébieder. In extremis zou de overheid de centrales ook zelf kunnen bouwen, om ook het bouwrisico weg te nemen voor de investeerder. In het scenario van een kernuitstap zal de gasprijs zwaar wegen op de prijs voor elektriciteit, en dus op de factuur voor de consument. Toch kan investeren in bijkomende aardgascentrales best voordelig zijn, becijferde het Federaal Planbureau. Die stelling kon eerder op instemming rekenen van Elia-topman Chris Peeters. In een stroomnet dat steeds meer Europees wordt, is geld te verdienen voor een centraal gelegen land dat kan instaan voor het broodnodige evenwicht. Daardoor kunnen de groothandelsprijzen voor elektriciteit relatief laag blijven, daalt het tekort op de handelsbalans (omdat er geen energie moet worden ingevoerd), en komen er banen bij. De keerzijde is dat extra centrales grotere investeringen vergen, nefast kunnen zijn voor de ontwikkeling van vraagsturing en de Belgische CO2-emissies de hoogte in jagen. Als twee kerncentrales langer openblijven, levert dat een besparing van 610 miljoen euro op voor het totale elektriciteitssysteem, becijferde Energyville. Volgens Elia, dat de maatschappelijke winst op 240 tot 550 miljoen euro per jaar schat, komt dat scenario neer op vijf nieuwe gascentrales minder. Voorstanders van een levensduurverlenging van een deel van het nucleaire park wijzen op de voordelen: een lagere factuur, meer tijd om alternatieven te bouwen en om het Synatom-dossier (zie kader Het nucleaire passief) te regelen. Uiteraard is het uitstel alleen maar zinnig indien dit keer wél werk wordt gemaakt van alternatieven. Voormalig staatssecretaris Melchior Wathelet (cdH) kwam daar nog het dichtste bij met zijn Uitrustingsplan van 2012, maar de regering-Michel veegde dat plan bij haar aantreden van tafel. Bovendien zijn ook daar kanttekeningen bij te plaatsen. Niet iedereen profiteert van de kostendaling. Het Federaal Planbureau bestudeerde in oktober 2016 de heringebruikname van drie kerncentrales (de twee 'scheurtjesreactoren' Doel 3 en Tihange 2, en Doel 1, dat stillag voor onderhoud) in 2015. Die zorgde voor een gemiddelde daling van de marktprijs van elektriciteit met 10 euro per MWh en voor een verhoging van de welvaart met 722 miljoen euro. De grote winnaars in dit scenario zijn het milieu (door de lagere CO2-uitstoot) en vooral de nucleaire producenten (476 miljoen euro). Voor de consumenten is er een surplus van 311 miljoen euro, al verwatert die winst doordat de elektriciteit nog geen derde uitmaakt van het tarief dat particulieren en bedrijven op hun factuur zien. Voor de uitbaters van andere productietechnologieën, zoals zon, wind en gas, is het effect zelfs negatief. "Bij de beslissing over een herziening van de kernuitstap moet niet alleen worden rekening gehouden met het effect op de groothandelsprijs voor elektriciteit, maar ook met het mogelijk vertragende effect op de energietransitie", schrijft het Planbureau. De hoogspanningsnetbeheerder Elia waarschuwde er in november voor dat zonder maatregelen geen twee, maar wellicht vier kerncentrales open zullen moeten bijven: niet alleen de jongste twee (Doel 4 en Tihange 3), maar ook de 'scheurtjescentrales' Doel 3 en Tihange 2. Op korte termijn zou dat scenario zeker voordelen bieden. Johan Albrecht hanteert in zijn boek Energietrilemma, dat hij schreef voor de denktank Itinera, vier scenario's. In het referentiescenario stijgt de totale kostprijs (productie-activa, import en additionele distributie- en transmissiecapaciteit) van 4,7 miljard euro in 2016 naar 9,1 miljard euro. Het nucleaire scenario, waarbij in 2030 nog 4000 MW kernenergie wordt geproduceerd, levert een kostprijs van 6,9 miljard op, ruim 2,2 miljard euro minder. Dat vertaalt zich ook in een lagere elektriciteitsprijs: 76,1 euro per megawattuur (MWh) in plaats van 100,10 euro in het referentiescenario. Maar Albrecht wijst ook op een ander effect. De kerncentrales langer openhouden, betekent niet alleen dat moet worden geïnvesteerd om de reactoren veilig te laten produceren. Het vermindert ook de businesscase voor nieuwe gascentrales. Europa streeft naar een volledig hernieuwbaar productiesysteem. "Als dat lukt tegen 2050, dan kan de centrale die in 2025 wordt gebouwd, 25 jaar draaien. Bouw je ze later, dan vermindert de terugverdientijd. Bovendien zou het best kunnen dat diezelfde centrale ook duurder is, omdat er voor een uitdovende technologie steeds minder aanbieders zullen zijn. Dus mogelijk raak je alsnog een deel kwijt van de 2,2 miljard euro die je met een levensduurverlenging van de kerncentrales kan uitsparen." Volgens de Gentse professor kunnen nieuwe centrales na 2025 wellicht met minder subsidies draaien. Hij gaat ervan uit dat het gemiddelde aantal uren dat een gascentrale draait, aanzienlijk stijgt. Gascentrales die na 2025 operationeel worden, zouden 70 tot 87 procent van de tijd kunnen draaien, vooral omdat ze oude gascentrales wegduwen. Zelfs indien 4000 MW kernenergieproductie openblijft, blijft de bezettingsgraad met ongeveer 50 procent dubbel zo groot als nu. Maar om die nieuwe gascentrales te bouwen, zijn sowieso subsidies nodig. Bovendien lost dat het probleem van de oudere gascentrales niet op. Die draaien nu in het slechtste geval 2 procent van de tijd, en dat percentage blijft steken op 14 tot 24 procent, ver van het break-evenpunt. Ook Elia komt tot die conclusie: de minst efficiënte gascentrales zullen in 2030 amper 1000 draaiuren hebben, de meest efficiënte 4000 tot 7500. Om die beschikbaar te houden voor periodes met weinig wind en zon, zal eens te meer de subsidieportefeuille open moeten gaan.