Amerikaanse bedrijven moeten meer slagkracht krijgen op buitenlandse markten, en de import van buitenlandse goederen moet ontmoedigd worden. Het zijn de twee ideeën achter een reeks maatregelen waar toplui van de regering-Trump aan werken. Als China en Europa dat voorbeeld volgen, dreigt een handelsoorlog.

Meer export, minder import

De kern van het plan is een verregaande hervorming van de Amerikaanse fiscaliteit. De vennootschapsbelasting zou fors dalen. Die is nu met 35 procent een van de hoogste in de OESO, al wordt het officiële tarief gemilderd door belastingaftrekken. Trump wil naar 20 procent gaan, met minder aftrekmogelijkheden.

De minderinkomsten voor de schatkist kunnen gecompenseerd worden door een nieuwe belasting: de 'border adjustment tax' (BAT) op geïmporteerde goederen. Omgekeerd worden de winsten die Amerikaanse ondernemingen in het buitenland maken, fiscaal vrijgesteld. Trump hoopt ook op extra inkomsten uit een belasting bij de repatriëring van eerder gemaakte buitenlandse winst van Amerikaanse bedrijven, die nu als een reserve op buitenlandse rekeningen staat geboekt (zie kader Trump lonkt naar 2600 miljard dollar).

De BAT is van de hand van de Republikein Paul Ryan en vindt steun bij Trumps vertrouwelingen Stephen Bannon en Peter Navarro, de auteur van het boek Death by China, dat de boycot van Chinese goederen verdedigde, en de voorzitter van de National Trade Council.

"Nu heft de Amerikaanse fiscus een belasting op de winst van Amerikaanse bedrijven, ook als die een gevolg is van export", stelt Isabel Verlinden, vennoot bij PwC die advies geeft over de internationale financiële stromen binnen multinationals. "Als zij die goederen elders produceren en naar de VS importeren, is er geen importheffing. Donald Trump wil die situatie omdraaien, door een heffing te vestigen bij de import en de export fiscaal te subsidiëren. Dat moet Amerikaanse multinationals stimuleren hun buitenlandse productie weer naar de VS te brengen."

Hunger Games

Volgens de eerste plannen zou 20 procent geheven worden op import, wat de Amerikaanse schatkist 1100 miljard dollar zou opbrengen. Maar de heffing dreigt de prijs te verhogen van producten die Amerikaanse bedrijven nu goedkoop laten produceren in China. Dat kan hun omzet en winst sterk afromen. Stephen Sadove, de gewezen CEO van de luxeketen Sax Fifth Avenue, sprak in een televisie-interview van een "bedreiging voor de bestaansreden van de winkelketens". Walmart, Nike, Gap en tientallen andere bedrijven startten een lobbycampagne onder de naam Americans for Affordable Products. "De importheffing betekent een belastingvermindering van 1000 miljard dollar voor enkele bedrijven, en een verhoging van het gezinsbudget met 1700 dollar van elke hardwerkende Amerikaanse familie", klinkt het. Ook de energiesector weert zich als een duivel in een wijwatervat en hoopt op een uitzondering van een heffing op de import van 8 miljoen vaten olie per dag.

Maar andere bedrijven wrijven zich in de handen. De lobby American Made steunt het voorstel van de fiscale exportsubsidie. Leden zijn onder meer Boeing, Caterpillar, General Electric, Dow Chemical en andere exportbedrijven.

Dan Clifton van de bedrijfsconsultant Strategas noemt de strijd tussen de lobby's de "Hunger Games voor fiscaal lobbyisten". Ze heeft in ieder geval als gevolg dat het voorstel nog niet is goedgekeurd, ook al wegens een gebrek aan consensus in de ploeg-Trump. Verwacht wordt dat de president weldra duidelijk maakt welke richting zijn hervorming uitgaat.

Inbreuk op handelsrecht

Kunnen de VS eenzijdig zulke maatregelen invoeren? Kevin Brady, het parlementslid dat het voorstel mee ontwierp, ziet geen probleem. Hij wijst erop dat meer dan honderd landen wel btw heffen op import, maar niet op export. De Amerikaanse federale staat doet dat nog niet. Wij leggen de lat gelijk, zei hij in Financial Times. "Als het product geconsumeerd wordt in de VS, geldt één en hetzelfde tarief, los van de vraag waar het geproduceerd is en wie de producent is. Het voorstel ontneemt Amerikaanse bedrijven elke fiscale stimulans om jobs, productie of hun hoofdzetel naar het buitenland te verhuizen."

"Deze belasting komt in de praktijk overeen met onze btw", redeneert ook Verlinden. "Ze is een uitvloeisel van de fiscale soevereiniteit."

"Maar die soevereiniteit moet stroken met de internationale verdragsregels", antwoordt Jan Wouters, professor internationaal recht en directeur van het Leuvense Centre for Global Governance Studies. "Een belasting bij import en een fiscale vrijstelling bij export lijken wel maatregelen uit de tijd van Jean-Baptiste Colbert (de 'minister van Financiën' van de Franse koning Lodewijk XIV, nvdr). Dat staat haaks op de regels die de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en haar voorganger GATT de voorbije zestig jaar hebben uitgewerkt. De invoertarieven daalden in die periode van zo'n 45 procent naar gemiddeld geen 3 procent. De VS kunnen de klok niet eenzijdig terugdraaien."

Ook Jim Bachus, lid van het beroepscollege van de WTO, noemt de geplande maatregelen een inbreuk op de internationale handelsregels. De importheffing is in de eerste plaats gericht tegen de invoer van producten die Amerikaanse winkelketens goedkoop in Mexico en China laten produceren. Volgens Wouters kan China de zaak perfect aanvechten. "China is sedert 2001 lid van de WTO", klinkt het. "Indien deze maatregel enkel tegenover China wordt genomen, is hij in strijd met het beginsel van de 'meestbegunstigde natie'. China heeft het recht behandeld te worden als de landen met de laagste invoerrechten."

Actie en reactie

Het aangevallen land kan geen eenzijdige vergeldingsmaatregelen nemen tegen protectionistische maatregelen. Het moet eerst een geschil aanspannen voor de Wereldhandelsorganisatie. Die kan zich dan buigen over vergeldingsmaatregelen. Wouters, ook vennoot bij het advocatenkantoor Linklaters: "De Europese Unie kan ook een geschil voor de WTO brengen als de VS eenzijdig maatregelen treffen tegen de import uit Europa."

WHO-expert Chad Brown berekende al dat een Amerikaanse invoerheffing op Europese producten de Europese Unie het recht kan geven voor 385 miljoen euro vergeldingsmaatregelen te treffen op de import van Amerikaanse producten. President Trump liet al verstaan dat hij in dat geval zou reageren.

"Als we tegen elkaar beginnen op te bieden, zitten we voor we het weten in een handelsoorlog", vreest Wouters. "Van minder handel worden consumenten aan beide zijden van de oceaan slechter."

Trump lonkt naar 2600 miljard dollar

"Heel wat Amerikaanse multinationals potten de winst van hun Europese verkopen op in bijvoorbeeld Ierse, Luxemburgse of Nederlandse vennootschappen", zegt Isabel Verlinden van PwC. "Want als ze die winsten naar hun Amerikaanse hoofdzetel laten vloeien, heft de Amerikaanse fiscus er een vennootschapsbelasting van maximaal 35 procent op." President Trump broedt op een plan om dat geld - volgens The Economist 2600 miljard dollar - tegen een gunstig tarief van 10 procent alsnog naar de VS te halen. "Als dat geld terugkeert, kan Trump met de opbrengst heel wat muren aan de grens met Mexico bouwen", lacht Verlinden.

De Amerikaanse multinationals hebben nog redenen om na te denken over een repatriëring van die winsten. Sinds 2015 probeert de OESO met het Base Erosion and Profit Shifting-programma (BEPS) een einde maken aan de verschuiving van winsten naar belastingparadijzen. En de multinationals kregen nog eens de wind van voren toen Europees commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager de fiscale behandeling van Apple door Ierland als "verboden staatssteun" bestempelde. De Commissie eist dat Ierland 13 miljard euro belasting vordert van de ICT-reus.