" Het zijn niet onze vierhonderd onderzoekers die de energietransitie realiseren", zegt Gerrit Jan Schaeffer, algemeen directeur van de onderzoeksinstelling EnergyVille, het energie-expertisecentrum van de KU Leuven, VITO, imec en de UHasselt. "Wij leveren kennis, maar om onze maatschappelijke rol te vervullen, moeten we samenwerken met bedrijven die de transitie in praktijk brengen."
...

" Het zijn niet onze vierhonderd onderzoekers die de energietransitie realiseren", zegt Gerrit Jan Schaeffer, algemeen directeur van de onderzoeksinstelling EnergyVille, het energie-expertisecentrum van de KU Leuven, VITO, imec en de UHasselt. "Wij leveren kennis, maar om onze maatschappelijke rol te vervullen, moeten we samenwerken met bedrijven die de transitie in praktijk brengen." EnergyVille ondertekende vorige maand een nieuw driejarig samenwerkingsakkoord met de Franse energiereus Engie, die de voorbije jaren zijn strategie bijstuurde richting een versnelde energietransitie. "Wij leveren in deze samenwerking de boots on the ground", zegt Thierry Saegeman, de countrymanager van Engie in België. "Die kruisbestuiving helpt de energietransitie, want we kunnen niet te lang in labo's nadenken. België stoot nog altijd 100 miljoen ton CO2 per jaar uit. Volgens de klimaatdoelstellingen moeten we naar een halvering tegen 2030. De energietransitie moet dus versnellen, maar er bestaan geen mirakeloplossingen." GERRIT JAN SCHAEFFER. "We zijn een onafhankelijk instituut en worden voornamelijk gefinancierd door overheden en Vlaamse, Belgische en Europese fondsen. We moeten meer samenwerken met de industrie en zullen dus nog akkoorden sluiten met andere ondernemingen. Maakt u zich geen zorgen, we gaan geen dingen zeggen omdat Engie ze zegt." SCHAEFFER. "We hebben de voorbije jaren al samengewerkt rond zonnepanelen en batterijen. Nu richten we ons onder meer ook op de elektrificatie van het wagenpark. Dat laat een grote vermindering van het olieverbruik toe voor een kleine stijging van het elektriciteitsverbruik, omdat een elektrische motor veel efficiënter is om energie om te zetten in beweging. Maar als je doordenkt, kun je een elektrische auto ook beschouwen als een grote batterij, die een doorsneegezin een week van elektriciteit kan voorzien. Als er straks miljoenen elektrische auto's zijn, heb je eigenlijk een supergrote batterij, want gemiddeld staat een auto 97 procent van de tijd stil. Hoe je dat batterijpark optimaal beheert, is iets wat Engie kan uitrollen. "Tussen nu en 2030 wordt het enorm belangrijk om batterijcapaciteit te hebben. Heel wat centrales op de Europese elektriciteitsmarkt zijn best oud. In Frankrijk bijvoorbeeld is een groot deel van de kerncentrales in onderhoud. In het Verenigd Koninkrijk zijn twee kerncentrales gesloten omdat ze aan het eind van hun levensduur waren. Er worden geen nieuwe kolencentrales meer gebouwd. In de plaats komt heel veel wind- en zonne-energie. Het karakter van het energiesysteem zal dus razendsnel veranderen. We hebben veel meer flexibiliteit nodig om de variabele stroomproductie via hernieuwbare energie te beheren, onder meer via de opslagcapaciteit van het autopark." THIERRY SAEGEMAN. "Onze klanten willen groene energie, maar die energie moet competitief zijn, want veel van onze klanten opereren op internationale markten en staan bloot aan internationale concurrentie. Het gaat trouwens niet alleen over de kostprijs. Bedrijven bouwen een competitief voordeel op als ze een koolstofvrij product kunnen aanbieden. Zo is er vandaag bij onze klanten een rush aan de gang op langetermijncontracten van groene stroom. We helpen onze klanten koolstoofvrij te worden. Bij het logistieke bedrijf Luik Natie bijvoorbeeld hebben we 3.800 zonnepanelen, een windturbine en de eerste Tesla-megapackbatterij verbonden met een intelligent beheerssysteem. Op die manier kan de klant ongeveer evenveel hernieuwbare energie produceren en opslaan als hij verbruikt." SCHAEFFER. "De transitie zal niet altijd vlot verlopen. We moeten accepteren dat chaos en prijspieken erbij horen, maar aan het einde van de rit kom je wel bij een duurzamer en stabieler systeem uit. En als er zo'n oorlog bij komt, dan wordt alles nog uitvergroot. Maar al voor de oorlog zat er spanning op de energiemarkten. In een stabiele sector wordt geïnvesteerd als de prijzen hoog zijn. In de energiesector zitten we echter in een transitie. Het oude systeem op basis van fossiele brandstoffen reageert amper nog op hoge energieprijzen via stijgende investeringen. Maar in het nieuwe systeem op basis van hernieuwbare energie wordt er nog te weinig geïnvesteerd. In de tussentijd, waarin we ons nu al bevinden, krijg je een periode van schaarste, die enkele jaren kan aanslepen. Ideaal versnel je de investeringen in het nieuwe systeem, al is het op korte termijn gemakkelijker om wat extra kolen in de nog bestaande kolencentrales te verbranden." SAEGEMAN. "We mogen fundamenteel positief zijn over de slaagkansen van de transitie. De technologie maakt grote sprongen voorwaarts en de kostprijs daalt gevoelig. In elke transitie duurt het twintig tot dertig jaar voor een nieuwe energiebron instaat voor minstens 50 procent van de energiebehoefte van de economie. Dat is nu ook zo. Het is niet onmogelijk, maar het moet zo snel mogelijk. "We moeten ook doordenken over het gebruik van grondstoffen. We moeten naar een circulaire economie. Zonnepanelen kunnen al gerecycleerd worden. Windturbines kun je vandaag voor 90 procent recycleren. Enkel voor de wieken moeten we nog oplossingen vinden, maar die zijn momenteel volop in ontwikkeling. Een ander voorbeeld is een tweede leven geven aan een autobatterij. Samen met Umicore hebben we zo'n gebruikte autobatterijen omgetoverd in een grote stationaire batterij, die zelfs diensten levert aan het net. Zo verleng je de nuttige levensduur van die autobatterijen met tien jaar. En als je circulair redeneert, dan moet je veel breder samenwerken met alle partners in de productieketting. Vroeger bouwden we een energiecentrale en trokken we lijnen naar het stopcontact. De transitie trekt definitief een streep onder dat oude model." SCHAEFFER. "Als hernieuwbare energie dominant wordt in je energiesysteem, ga je 80 tot 90 procent van de tijd voldoende capaciteit hebben om aan de elektriciteitsvraag te voldoen. 10 tot 20 procent van de tijd moet je dus een beroep kunnen doen op reservecentrales. Die centrales hebben een waarde omdat ze er staan en omdat ze elektriciteit kunnen produceren als dat nodig is. De meest geschikte centrales daarvoor zijn centrales die goedkoop zijn om te bouwen, maar die eventueel dure brandstof mogen gebruiken, omdat ze toch maar enkele honderden uren per jaar draaien. In dat systeem zie ik dus geen rol weggelegd voor centrales met hoge investeringskosten, zoals kerncentrales. Een aardgascentrale is beter geschikt als reservecentrale, zeker als die centrale later uitgerust wordt met een systeem van koolstofopslag of draait op basis van groene moleculen. In een toekomstig energiesysteem, waarin elektriciteit straks 50 procent in plaats van 20 procent van de eindvraag naar energie zal opvangen, hebben we dus geen grote centrales meer nodig die continu draaien. Je hebt hernieuwbare energie nodig, aangevuld met flexibiliteit en goedkope reservecentrales. Kernenergie is grotendeels klimaatneutraal, maar nieuwe kerncentrales zijn te duur in dat nieuwe systeem, tenzij die energievorm via technologische ontwikkelingen veel goedkoper wordt." SAEGEMAN. "We zijn het eens met die visie. Het subsidiemechanisme voor reservecapaciteit (het zogenoemde capaciteitsremuneratiemechanisme of CRM, nvdr) is binnen die visie ontworpen en uitgerold in België. Het CRM is technologieneutraal in een energiemix die door de politiek wordt gekozen - ik probeer de woorden 'gas' en 'nucleair' niet uit te spreken ( lacht). In het begin zal de reservecapaciteit heel veel gebruikt worden. Maar naarmate de capaciteit van hernieuwbare energie toeneemt, de flexibiliteit van het systeem verbetert en de interconnectie op de Europese elektriciteitsmarkt toeneemt, heb je die grote centrales die continu draaien steeds minder nodig. Het blijft wel een uitdaging om een kostenefficiënte reservecapaciteit achter de hand te houden. "Op korte termijn zitten we nog in een systeem dat draait op grotere centrales die continu draaien, zoals de kerncentrales. Als je die afschakelt, heb je vervanging nodig. Wij hebben deelgenomen aan het CRM voor gascentrales, goed wetende dat die centrales geleidelijk aan steeds minder uren zullen draaien. Ze zullen dus ook steeds minder CO2 uitstoten. En op het einde heb je ook een oplossing nodig voor die resterende uitstoot, door groene moleculen te verbranden of door de broeikasgassen af te vangen en op te slaan. De reservecentrales zullen ook kleiner en flexibeler worden. En wie weet zijn kleine, moduleerbare nucleaire reactoren een deel van de oplossing. Ik durf daar nu geen uitspraak over te doen. Die kernenergie zal in elk geval competitief moeten zijn. We zijn daar technologieneutraal in. Je moet weten dat de helft van de technologie die we nodig hebben om de transitie te realiseren, vandaag nog in een proef- of demonstratiefase zit. We weten dus nog niet goed wat de beste technologie wordt." SAEGEMAN. "Ieder zijn geloof natuurlijk, maar de markten functioneren het efficiëntst als er een duidelijk prijssignaal is. Wij zijn grote voorstanders van marktwerking, zelfs als de prijzen heel hoog of laag zijn. Dan komt er reactie op de hoge prijzen, via investeringen in het aanbod of via beperkingen van de vraag. De vraag rijst wel of de energiemarkten vandaag nog functioneren, gezien de onzekerheid en de volatiliteit die gepaard gaan met de oorlog in Oekraïne. Het is echter heel moeilijk om het breekpunt van de markten in te schatten." SCHAEFFER. "Als je de nodige elektriciteit opwekt met een beperkt aantal centrales, kun je het systeem centraal en gecontroleerd aansturen. Maar als je naar miljoenen punten gaat die stroom afnemen of plaatsen op het net, is dat alleen te beheren via een prijssignaal. De aard van het nieuwe energiesysteem vraagt eerder om meer marktwerking dan om minder. Hoge elektriciteitsprijzen maken zonnepanelen en thuisbatterijen extra rendabel. Kijk bijvoorbeeld naar zonne-energie. Als je met deze elektriciteitsprijzen geen zonnepanelen op je dak legt, ben je een dief van je eigen portemonnee. Die prijzen zullen wellicht weer dalen, maar nu heb je in twee tot drie jaar je installatie terugverdiend. De kosten zijn enorm gedaald en de rendementen zijn gestegen. Laat de markt maar even haar gang gaan en kap dat proces niet gelijk af. Laat de mensen maar slimme oplossingen verzinnen." SAEGEMAN. "Tijdens het eerste partnerschap met EnergyVille hebben we onderzoek gedaan naar verschillende batterijtechnologieën. Intussen heeft Engie de combinatie van zonnepanelen met een thuisbatterij ontwikkeld en op de markt gebracht. Dat is nu met succes uitgerold in Vlaanderen, ook dankzij de overheid die de juiste signalen geeft om slim te verbruiken. Dat maakt de combinatie van zonnepanelen met een thuisbatterij rendabel. Belangrijk is dat de consument het prijssignaal duidelijk hoort. Als iedereen de thermostaat 1 graad lager zet, dan besparen we 6 procent op het huishoudelijke aardgasverbruik. Als de energiekosten maar een derde tot de helft bedragen van de totale factuur, en de rest zijn belastingen en andere kosten, dan vlak je dat prijssignaal uit." SCHAEFFER. "Spijtig genoeg heeft een deel van de mensen het geld niet om te reageren op hogere prijzen, bij gebrek aan middelen om bijvoorbeeld hun huis te isoleren. Een algemene accijnsverlaging op fossiele brandstoffen is een subsidie voor de Russische president Vladimir Poetin. Gebruik die miljarden liever om de mensen te helpen die een koude dag proberen door te komen met drie dekens om zich heen en de kachel op 13 graden."