Sigrid De Buck en Oliver Frick verwelkomen me in hun bescheiden bedrijfje Olisi Mediterranean Products in Koropi, te midden van de groene heuvels, wijngaarden en olijfbomen, op een tiental kilometer van de luchthaven van Athene. Een ronduit idyllische setting, die meteen ook duidelijk maakt waarom dit Vlaams-Duitse ondernemerskoppel zeven jaar geleden voor het Griekse avontuur koos. "We waren op zoek naar een ander leven, maar achteraf beschouwd had onze timing eigenlijk niet slechter kunnen zijn", blikt Sigrid De Buck terug. "In die periode werd voor het eerst duidelijk hoe slecht Griekenland er voorstond. Zowel ik als mijn man Oliver - die Griekse roots heeft - had in België een goede baan, maar de zuiderse levensstijl sprak ons al langer aan. We hebben in België alles opgegeven en de sprong gewaagd. Het oorspronkelijke plan was iets te beginnen in de toeristische sector, maar het begin van de crisis wierp al meteen roet in het eten. Via via zijn we dan in de olijfsector beland. We begonnen olijven te marineren - dat bleek een interessante nichemarkt - en leverden onze producten aan winkels over de hele wereld. Stilaan zijn we ook andere typisch Griekse producten gaan uitvoeren, van honing over tapenades tot olijfolie met allerlei specifieke smaken."
...

Sigrid De Buck en Oliver Frick verwelkomen me in hun bescheiden bedrijfje Olisi Mediterranean Products in Koropi, te midden van de groene heuvels, wijngaarden en olijfbomen, op een tiental kilometer van de luchthaven van Athene. Een ronduit idyllische setting, die meteen ook duidelijk maakt waarom dit Vlaams-Duitse ondernemerskoppel zeven jaar geleden voor het Griekse avontuur koos. "We waren op zoek naar een ander leven, maar achteraf beschouwd had onze timing eigenlijk niet slechter kunnen zijn", blikt Sigrid De Buck terug. "In die periode werd voor het eerst duidelijk hoe slecht Griekenland er voorstond. Zowel ik als mijn man Oliver - die Griekse roots heeft - had in België een goede baan, maar de zuiderse levensstijl sprak ons al langer aan. We hebben in België alles opgegeven en de sprong gewaagd. Het oorspronkelijke plan was iets te beginnen in de toeristische sector, maar het begin van de crisis wierp al meteen roet in het eten. Via via zijn we dan in de olijfsector beland. We begonnen olijven te marineren - dat bleek een interessante nichemarkt - en leverden onze producten aan winkels over de hele wereld. Stilaan zijn we ook andere typisch Griekse producten gaan uitvoeren, van honing over tapenades tot olijfolie met allerlei specifieke smaken." Griekenland zit al jaren in de hoek waar de klappen vallen, maar vorig jaar leek het eindelijk opnieuw de goede kant uit te gaan met het land. De economie groeide toen drie kwartalen op rij. De vreugde bleek evenwel van korte duur: het laatste kwartaal van 2016 belandde het land opnieuw in een recessie. En hoewel de Grieken enkele weken terug zekerheid kregen over een nieuwe schijf van 8,5 miljard euro uit het Europese reddingsplan, valt bij de lokale ondernemers bitter weinig optimisme te bespeuren. "Ik herinner me het nog heel goed", zegt Oliver. "Toen we hier in 2010 aankwamen, kregen we om de twee maanden een elektriciteitsrekening van zowat 25 euro in de bus. Intussen is dat opgelopen tot 220 euro. Iemand moet natuurlijk het gelag betalen, maar de regering-Tsipras lijkt niet te beseffen dat ze dit land langzaam doodknijpt door vooral de kmo's almaar zwaarder te belasten." De jongste twee jaar lijkt het op dat gebied van kwaad naar erger te gaan. "Griekenland is en blijft een land van kmo's, maar er wordt almaar minder geëxporteerd en meer geïmporteerd. Dat mag niet verbazen: Griekse producten zijn gewoon heel duur geworden, ook voor de Grieken zelf overigens. In een doorsneesupermarkt betaal je voor de meeste producten minstens evenveel als in België, terwijl Iannis met de pet het gemiddeld met zowat 700 euro per maand moet stellen." Griekenland is veruit het duurste mediterrane land van Europa, veel duurder dan pakweg Spanje of Italië, weet Oliver Frick. "Toen we ons bedrijfje opstartten, bedroeg het btw-tarief 13 procent. Nu is dat 24 procent. Je recupereert die btw in principe wel, maar ook dat is in Griekenland een totale ramp. Op de eerste btw-terugbetaling hebben we vier jaar moeten wachten. Begin er dan maar aan, als kleine kmo. Veel startende bedrijfjes overleven dat niet. Voor een klein bedrijf is het ook zo goed als onmogelijk geworden een lening te krijgen, tenzij je connecties hebt bij de bank (glimlacht). Ook op andere gebieden loop je hier als ondernemer constant met je hoofd tegen de muur: de vennootschapsbelasting bedraagt 34 procent, de benzineprijs rijst de pan uit en op onze stroomfactuur betalen we sinds kort ook nog een extra heffing voor alle Grieken die hun stroom niet meer kunnen betalen. Ik heb niets tegen wat solidariteit, maar het huidige beleid dwingt duizenden kmo's in dit land de deuren te sluiten of op zoek te gaan naar creatieve oplossingen." Creatief zijn, dat betekent in Griekenland meedraaien in het zwarte circuit of uitwijken naar goedkopere oorden. Vooral buurland Bulgarije is uitgegroeid tot een populair toevluchtsoord voor Griekse ondernemers. De vennootschapsbelasting bedraagt er amper 10 procent, de rekening is dus vlug gemaakt. Eind vorig jaar stond de teller van het aantal Griekse bedrijven dat hun maatschappelijke zetel naar Bulgarije had verplaatst al op ruim 17.000. "Het is doodsimpel", bevestigt Sigrid De Buck. "Een dagje heen en weer, alles wordt daar voor jou geregeld door bedrijfjes die zich daarin gespecialiseerd hebben. Papieren tekenen, bankrekening openen, een kort gesprekje met een boekhouder, en klaar is Kees. Geloof me, in landen als Bulgarije of Albanië werkt de administratie oneindig veel efficiënter dan hier." De Griekse overheid probeert daar nu enigszins paal en perk aan te stellen, bijvoorbeeld door Griekse bedrijven die naar die landen uitvlaggen, te verplichten ter plaatse ook een minimumaantal werknemers aan te werven, maar sinds de invoering van de kapitaalcontroles twee jaar geleden lijkt het hek helemaal van de dam. "Ik zou liegen, mocht ik beweren dat de regering-Tsipras de voorbije twee jaar niets gedaan heeft", klinkt het later die avond bij VRT-correspondent Bruno Tersago. "Maar het gaat allemaal bijzonder traag en moeizaam, structureel is er nog te weinig veranderd." We ontmoeten hem in Plaka, een van de populairste buurten van Athene, waar toeristen als vanouds in dichte drommen neerstrijken en er geen vuiltje aan de lucht lijkt. Maar een lange wandeling door de stad vertelt een heel ander verhaal: de massale leegstand en de verloedering van de publieke infrastructuur doen pijn aan de ogen, en zowat overal krioelt het van de bedelaars en daklozen. "Officieel is de werkloosheid heel lichtjes gedaald", zegt Tersago. "Maar je moet die daling natuurlijk in het juiste perspectief plaatsen. Massaal veel Grieken werken hooguit enkele uurtjes per week. Ze houden dan per maand misschien 150 euro over, maar officieel zijn ze niet langer werkloos. Bovendien zijn er de voorbije jaren ook al ruim 450.000 Grieken verkast naar het buitenland, en die leegloop gaat gewoon door. Ook die mensen komen uiteraard niet meer voor in de werkloosheidsstatistieken." "De populariteit van premier Tsipras zit op een dieptepunt, niet het minst omdat hij na het referendum van twee jaar geleden een groot deel van het programma waarmee hij aan de macht gekomen was, moest verloochenen", vervolgt Tersago. "Tegelijk blijven de steenrijke oligarchen nog altijd grotendeels buiten schot, ook met deze linkse regering. Het lijkt onvoorstelbaar, maar tot vandaag betalen de grote Griekse rederijen nog altijd geen halve euro belasting. Dat staat ook zo ingeschreven in de grondwet, een gunstmaatregel die nog dateert uit de tijd van de militaire junta. Om die grondwet te wijzigen, heeft Tsipras een tweederdemeerderheid nodig, maar de rechtse oppositie weigert daaraan mee te werken. Achter de schermen blijven die steenrijke reders dus een enorme invloed uitoefenen, in de politiek, in de media, bij de oliebedrijven en de banken, noem maar op." Makis Papataxiarchis, de managing director van Janssen-Cilag in Griekenland, ontvangt ons in zijn kantoor in Pefki, een rustige voorstad van Athene. Hij is "gematigd optimistisch" over de toekomst. Al slaat dat optimisme al snel om in ergernis, zo blijkt. "De regering heeft ons in de Europese Unie gehouden, jawel. Het belang daarvan kan amper overschat worden. Maar we hebben ook twee kostbare jaren verloren. Tsipras heeft eerst enkele jaren aangemodderd, om vervolgens na het veelbesproken referendum van medio 2015 een gigantische bocht te nemen en dan finaal de juiste diagnose te stellen. Intussen hebben we op papier stevig wat vooruitgang geboekt. Er is een arsenaal aan nieuwe wetgeving en regelgeving goedgekeurd, maar het blijft wachten op de daadwerkelijke implementatie daarvan op het terrein." Er zijn wellicht maar weinig sectoren waarin dat zo pijnlijk tot uiting komt als in de gezondheidssector, gaat Papataxiarchis verder. "Terwijl het globale budget voor de ziekenhuis- en gezondheidssector in dit land in 2009 nog ruim 6 miljard bedroeg, is dat nu nog amper 2,5 miljard per jaar. Ik moet je niet vertellen hoe zwaar de impact daarvan was op de omzet en het personeelsbestand van alle betrokken bedrijven. Er zijn de voorbije acht jaar in onze sector ruim 13.000 banen voor hoogopgeleide werknemers verloren gegaan. En in diezelfde periode is het Griekse bbp met 25 procent afgenomen." De economie mag dan heel lichtjes opveren, Papataxiarchis ziet nog weinig reden tot optimisme in Griekenland. "Het laatste kwartaal van 2016 zaten we opnieuw in een recessie, de eerste maanden van dit jaar zou er sprake zijn van een heel lichte economische groei. Nu, als je zo dramatisch diep bent gezakt, moet het tij ooit weleens keren, niet? Toch denk ik dat we hoogstens van een soort stabilisering van de situatie kunnen spreken. De binnenlandse markt ligt nog altijd op apegapen, het overgrote deel van de bevolking is enkel nog bezig met overleven. De salarissen en de pensioenen zijn met gemiddeld 40 procent gedaald, terwijl de belastingen ook de voorbije twee jaar nog fors gestegen zijn. Tot overmaat van ramp ligt onze productiegraad nog altijd veel te laag, waardoor we heel veel producten moeten invoeren. Het grote probleem is en blijft dat dit land met een groot aantal structurele problemen kampt, gaande van de mentaliteit bij de bevolking (zie kader Werken aan een mentaliteitsprobleem) over de loodzware bureaucratie tot een gebrek aan echt diepgaande hervormingen." Papataxiarchis illustreert zijn stelling met een voorbeeld uit eigen huis. "De lokale farma-industrie zou erg gebaat zijn bij meer clinical trials van nieuwe medicijnen. Zulke proeven zorgen voor flink wat extra tewerkstelling en ze staan garant voor meer inspanningen en investeringen in innovatie. Voor heel Europa spreken we dan over een markt van zowat 35 miljard euro, voor een land als België gaat het om 2,5 miljard. Weet je over welk bedrag we praten in Griekenland, met zowat evenveel inwoners als België? Nog geen 200 miljoen. En zal ik je ook vertellen hoe dat komt? In België duurt het maximaal een maand eer je alle noodzakelijke papieren en vergunningen voor een nieuwe medical trial op zak hebt. In Griekenland moeten we in het allerbeste scenario uitgaan van minstens zes maanden. Dat zegt voldoende, niet?" Is de situatie dan niets verbeterd de voorbije twee jaar? "Toch wel, maar het gaat veel te traag. Hervormingen door het parlement jagen is één ding, ze op het terrein ook effectief afdwingen en doorvoeren is nog een heel ander paar mouwen." Tot vandaag blijven er in Griekenland ook zogenaamde capital controls van kracht. Particulieren én bedrijven mogen wekelijks niet meer dan 400 euro cash afhalen. Dat zet een gigantische rem op de innovatiekracht van de kmo's, vindt Papataxiarchis. "Voor multinationals zoals wij, die hun hoofdkwartier in het buitenland hebben en voor hun kapitaalstromen dus niet afhankelijk zijn van de lokale banken, vormt dat natuurlijk geen probleem. Maar voor een kleiner Grieks bedrijf, dat de concurrentie moet aangaan met niet-Griekse bedrijven is die situatie totaal onhoudbaar. Onze kmo's worden zo stelselmatig uit de markt geconcurreerd door buitenlandse spelers. Ook als ik met buitenlandse ondernemers en bedrijfsleiders praat, voel ik nog steeds de nodige reserves over deze regering en het zakenklimaat in Griekenland: investeerders willen voorspelbaarheid en zekerheid, voldoende flexibiliteit en zo min mogelijk bureaucratie. Als je weet dat je hier nog altijd 50 tot 60 vergunningen nodig hebt om een nieuw bedrijf op te starten, en dat dit traject nog altijd enkele maanden tot zelfs een jaar kan aanslepen, dan hebben we nog altijd een huizenhoog probleem. De braindrain van jong talent gaat intussen onverminderd voort, en dat kan je die jongeren ook amper kwalijk nemen. Het gemiddelde netto-inkomen zit hier nu tussen 600 en 700 euro. Het is onmogelijk daarmee te overleven in een land waar de prijzen van de meeste consumptiegoederen haast even hoog zijn als in West-Europa. En dus blijft de zwarte economie welig tieren, met alle daaraan verbonden negatieve neveneffecten." Onzekerheid en pessimisme troef, zo lijkt het dus, maar de econoom Panos Tsakoglou ziet toch een aantal lichtpuntjes. "Ik denk dat we het ergste van de crisis nu wel gehad hebben, al zou het te kort door de bocht zijn om te stellen dat we onze schaapjes nu al volledig op het droge hebben. Dat heeft vooral te maken met de grote onzekerheid over onze schuldenlast. Premier Tsipras zit in een behoorlijk lastige positie: hij heeft maar een heel krappe parlementaire meerderheid en heeft de jongste jaren effectief ook heel wat beslissingen moeten nemen die radicaal ingingen tegen het programma waarmee hij aan de macht gekomen is. Hij heeft nieuwe besparingen moeten afkondigen, de pensioenen gingen nog maar eens omlaag, er volgden tal van privatiseringen. Hij moet nu vooral hopen dat er op termijn een duurzame oplossing zal komen voor de Griekse schulden (zie kader Hopen op een schuldherschikking), waarna de economie dan stilaan opnieuw kan beginnen aan te trekken. Dat is zijn politieke overlevingsstrategie. Zelf geloof ik niet dat nog verdere besparingen nodig zijn: heel wat van de besparingsmaatregelen die de voorbije maanden werden goedgekeurd, gaan overigens pas in in 2019 of 2020. De discussie tussen het IMF en voornamelijk Duitsland draaide ook vooral om die torenhoge schuldenlast. Duitsland wil niet weten van een schuldverlichting tot het huidige Europese hulpprogramma afloopt, en al zeker niet voor de Duitse verkiezingen. We kunnen dus enkel maar hopen dat er na die verkiezingen wél werk wordt gemaakt van zo'n schuldverlichting, zodat we onze economie ook echt wat nieuwe zuurstof kunnen geven."