Tom Eisenhauer weet nog dat hij meer dan tien jaar geleden door Manitoba reed, een provincie in het midden van Canada. Rondom hem lagen toen velden met koudweergewassen, zoals tarwe, erwten en koolzaad. De winstgevender dichte basisgewassen, zoals maïs en soja, waren er schaars. Nu ziet het landschap er heel anders uit. Meer dan 5300 vierkante kilometer zijn ingezaaid met soja en ongeveer 1500 met maïs.

Eisenhauers bedrijf, BonnefieldFinancial, hoopt te profiteren van de manier waarop de klimaatverandering de Canadese landbouw verandert. Het bedrijf koopt velden en verhuurt die aan landbouwers. Het vertrouwt erop dat een warmer klimaat de waarde van zijn activa gestaag zal doen toenemen, omdat de boeren er waardevollere gewassen kunnen verbouwen dan vroeger. Het staat lang niet alleen met die verwachting. De klimaatverandering kan van land dat ooit koud en onproductief was, een maïs-walhalla maken. Maar ze kan net zo goed grote schade berokkenen aan een streek die miljoenen mensen voedt.

Naar het noorden

De hoeveelheid ruimte die wordt gebruikt voor de productie van voedsel neemt al eeuwenlang toe. Sinds 1700 is het areaal akkerland en weiland vervijfvoudigd. Het grootste deel van die groei vond plaats vóór het midden van de twintigste eeuw. Vanaf de jaren zestig konden de landbouwers hun akkers veel beter benutten, dankzij kunstmest, betere graan- en rijstvariëteiten, irrigatie, bestrijdingsmiddelen en machines. Later kwamen daar genetische manipulatie en een betere gegevensverwerking bovenop.

De stijging van de temperatuur op aarde, die aan het einde van de twintigste eeuw begon, heeft de stijging van de productiviteit afgeremd, maar niet tot stilstand gebracht. Een recente studie van Cornell University stelt dat de door menselijke activiteit veroorzaakte klimaatverandering sinds 1971 de groei van de landbouwproductiviteit met ongeveer een vijfde heeft vertraagd.

Dat fenomeen zal sterker worden. Uit het onderzoek blijkt dat de gevoeligheid van de landbouwproductiviteit toeneemt naarmate de temperatuur stijgt. Dat is vooral slecht nieuws voor voedselproducenten op plaatsen die nu al warm zijn, zoals de tropen. Een andere studie voorspelt dat voor elke graad dat de temperatuur wereldwijd stijgt, de gemiddelde maïsopbrengst met 7,4 procent zal dalen, de tarweopbrengst met 6 procent en de rijstopbrengst met 3,2 procent. Die gewassen leveren ongeveer twee derde van alle calorieën die mensen consumeren. In de komende decennia zullen er bovendien meer monden te voeden zijn.

De veranderingen in de landbouwgebieden zijn dus van groot belang. Door de uitbreiding van de tropen zullen de regenvalpatronen in de subtropen veranderen. Door de bijzonder snelle opwarming van de Noordpool komt land vrij op hoge breedtegraden. De regio's ten noorden van Amerika en China warmen ten minste tweemaal zo snel op als het wereldgemiddelde. Voedingsgewassen gedijen dus almaar beter in de nabijheid van de Noordpool.

Weerstand

Uit een studie van Colorado State University blijkt dat tussen 1973 en 2012 opmerkelijke veranderingen zijn opgetreden in de verdeling van de regengewassen, omdat de landbouwers andere beslissingen begonnen te nemen over welke gewassen waar het beste konden worden geplant. De maïsproductie heeft zich bijvoorbeeld verspreid van het zuidoosten naar het middenwesten van Amerika. Tarwe is door nieuwe irrigatiemethoden zo sterk naar het noorden verschoven dat het de opwarmingstrend heeft ingehaald: de warmste plaatsen waar het nu wordt verbouwd, zijn koeler dan de warmste plaatsen waar het in 1975 groeide.

De moedigste investeerders zien kansen in gebieden waar nu nog helemaal geen landbouw is. Momenteel heeft slechts ongeveer een derde van de taiga's in de wereld - uitgestrekte gebieden ten zuiden van de poolcirkel waar alleen naaldbossen staan - temperaturen die warm genoeg zijn om de meest winterharde granen, zoals haver en gerst, te verbouwen. Dat kan tegen 2099 drie kwart zijn, volgens een studie die in 2018 is verschenen in Scientific Reports. Het aandeel van de taiga waarop geteeld kan worden, zou in Zweden kunnen stijgen van 8 tot 41 procent, en in Finland van 51 tot 83 procent.

Pogingen om die gebieden te exploiteren zullen weerstand oproepen bij natuurverenigingen, die vrezen voor de gevolgen voor de biodiversiteit, de ecosystemen en de inheemse bevolking. Bij het kappen van zulke bossen en het omploegen van de grond komt ook koolstof vrij.

Investeringen

Sommige landen zien echter brood in die gevolgen van de klimaatverandering. Rusland stelde vorig jaar een nationaal actieplan op voor de klimaatverandering, met onder meer manieren om de voordelen ervan te benutten, onder meer door de landbouw uit te breiden. Sinds 2015 is Rusland de grootste producent van tarwe ter wereld, deels dankzij de hogere temperaturen. De Russische regering is begonnen met het verpachten van duizenden vierkante kilometers land in het uiterste oosten aan Chinese, Zuid-Koreaanse en Japanse investeerders.

Op veel gronden die vroeger niet productief waren, worden nu sojabonen geteeld. De meeste opbrengst wordt door China geïmporteerd, waardoor het land minder afhankelijk wordt van de invoer uit Amerika. De regering van Newfoundland & Labrador, een provincie in het noordoosten van Canada, probeert ook landbouw te bevorderen in gebieden die nu nog bebost zijn.

Kooldioxide is bovendien niet alleen een broeikasgas, het is ook de grondstof voor de fotosynthese waardoor planten groeien en zichzelf voeden. Voor de meeste planten betekent meer kooldioxide ook meer groei. Dat effect kan de gewasopbrengst verhogen, maar grotere planten zijn niet noodzakelijk voedzamere planten.

Rijken worden rijker

Sommige streken staan op het punt nieuwe landbouwgebieden te worden, maar op veel plaatsen zal dat een traag en duur proces zijn ¬ in Siberië bijvoorbeeld. De nieuwe landbouwbedrijven zullen ook veel werknemers moeten aantrekken en huisvesten. Zij zullen massaal een beroep moeten doen op immigranten, iets waar de autochtonen wellicht niet blij mee zullen zijn.

Al met al zullen vooral de nu al rijke landen profiteren van dat aspect van de klimaatverandering. Arme landen, die nu afhankelijk zijn van inkomsten uit de export van landbouwproducten, zullen zich nog meer aanpassen. Zij zullen moeten zoeken naar manieren om hun gewassen bestand te maken tegen de hogere temperaturen, bijvoorbeeld door de veredeling van gewassen, een betere irrigatie en de bescherming tegen zwaar weer.

Zowel rijke als arme landen zouden prioriteit moeten geven aan het verminderen van de hoeveelheid voedsel die wordt verspild. Het alternatief zal een wereld zijn met meer honger en ongelijkheid, terwijl het ook anders had gekund.

Tom Eisenhauer weet nog dat hij meer dan tien jaar geleden door Manitoba reed, een provincie in het midden van Canada. Rondom hem lagen toen velden met koudweergewassen, zoals tarwe, erwten en koolzaad. De winstgevender dichte basisgewassen, zoals maïs en soja, waren er schaars. Nu ziet het landschap er heel anders uit. Meer dan 5300 vierkante kilometer zijn ingezaaid met soja en ongeveer 1500 met maïs. Eisenhauers bedrijf, BonnefieldFinancial, hoopt te profiteren van de manier waarop de klimaatverandering de Canadese landbouw verandert. Het bedrijf koopt velden en verhuurt die aan landbouwers. Het vertrouwt erop dat een warmer klimaat de waarde van zijn activa gestaag zal doen toenemen, omdat de boeren er waardevollere gewassen kunnen verbouwen dan vroeger. Het staat lang niet alleen met die verwachting. De klimaatverandering kan van land dat ooit koud en onproductief was, een maïs-walhalla maken. Maar ze kan net zo goed grote schade berokkenen aan een streek die miljoenen mensen voedt. De hoeveelheid ruimte die wordt gebruikt voor de productie van voedsel neemt al eeuwenlang toe. Sinds 1700 is het areaal akkerland en weiland vervijfvoudigd. Het grootste deel van die groei vond plaats vóór het midden van de twintigste eeuw. Vanaf de jaren zestig konden de landbouwers hun akkers veel beter benutten, dankzij kunstmest, betere graan- en rijstvariëteiten, irrigatie, bestrijdingsmiddelen en machines. Later kwamen daar genetische manipulatie en een betere gegevensverwerking bovenop. De stijging van de temperatuur op aarde, die aan het einde van de twintigste eeuw begon, heeft de stijging van de productiviteit afgeremd, maar niet tot stilstand gebracht. Een recente studie van Cornell University stelt dat de door menselijke activiteit veroorzaakte klimaatverandering sinds 1971 de groei van de landbouwproductiviteit met ongeveer een vijfde heeft vertraagd. Dat fenomeen zal sterker worden. Uit het onderzoek blijkt dat de gevoeligheid van de landbouwproductiviteit toeneemt naarmate de temperatuur stijgt. Dat is vooral slecht nieuws voor voedselproducenten op plaatsen die nu al warm zijn, zoals de tropen. Een andere studie voorspelt dat voor elke graad dat de temperatuur wereldwijd stijgt, de gemiddelde maïsopbrengst met 7,4 procent zal dalen, de tarweopbrengst met 6 procent en de rijstopbrengst met 3,2 procent. Die gewassen leveren ongeveer twee derde van alle calorieën die mensen consumeren. In de komende decennia zullen er bovendien meer monden te voeden zijn. De veranderingen in de landbouwgebieden zijn dus van groot belang. Door de uitbreiding van de tropen zullen de regenvalpatronen in de subtropen veranderen. Door de bijzonder snelle opwarming van de Noordpool komt land vrij op hoge breedtegraden. De regio's ten noorden van Amerika en China warmen ten minste tweemaal zo snel op als het wereldgemiddelde. Voedingsgewassen gedijen dus almaar beter in de nabijheid van de Noordpool. Uit een studie van Colorado State University blijkt dat tussen 1973 en 2012 opmerkelijke veranderingen zijn opgetreden in de verdeling van de regengewassen, omdat de landbouwers andere beslissingen begonnen te nemen over welke gewassen waar het beste konden worden geplant. De maïsproductie heeft zich bijvoorbeeld verspreid van het zuidoosten naar het middenwesten van Amerika. Tarwe is door nieuwe irrigatiemethoden zo sterk naar het noorden verschoven dat het de opwarmingstrend heeft ingehaald: de warmste plaatsen waar het nu wordt verbouwd, zijn koeler dan de warmste plaatsen waar het in 1975 groeide. De moedigste investeerders zien kansen in gebieden waar nu nog helemaal geen landbouw is. Momenteel heeft slechts ongeveer een derde van de taiga's in de wereld - uitgestrekte gebieden ten zuiden van de poolcirkel waar alleen naaldbossen staan - temperaturen die warm genoeg zijn om de meest winterharde granen, zoals haver en gerst, te verbouwen. Dat kan tegen 2099 drie kwart zijn, volgens een studie die in 2018 is verschenen in Scientific Reports. Het aandeel van de taiga waarop geteeld kan worden, zou in Zweden kunnen stijgen van 8 tot 41 procent, en in Finland van 51 tot 83 procent. Pogingen om die gebieden te exploiteren zullen weerstand oproepen bij natuurverenigingen, die vrezen voor de gevolgen voor de biodiversiteit, de ecosystemen en de inheemse bevolking. Bij het kappen van zulke bossen en het omploegen van de grond komt ook koolstof vrij. Sommige landen zien echter brood in die gevolgen van de klimaatverandering. Rusland stelde vorig jaar een nationaal actieplan op voor de klimaatverandering, met onder meer manieren om de voordelen ervan te benutten, onder meer door de landbouw uit te breiden. Sinds 2015 is Rusland de grootste producent van tarwe ter wereld, deels dankzij de hogere temperaturen. De Russische regering is begonnen met het verpachten van duizenden vierkante kilometers land in het uiterste oosten aan Chinese, Zuid-Koreaanse en Japanse investeerders.Op veel gronden die vroeger niet productief waren, worden nu sojabonen geteeld. De meeste opbrengst wordt door China geïmporteerd, waardoor het land minder afhankelijk wordt van de invoer uit Amerika. De regering van Newfoundland & Labrador, een provincie in het noordoosten van Canada, probeert ook landbouw te bevorderen in gebieden die nu nog bebost zijn. Kooldioxide is bovendien niet alleen een broeikasgas, het is ook de grondstof voor de fotosynthese waardoor planten groeien en zichzelf voeden. Voor de meeste planten betekent meer kooldioxide ook meer groei. Dat effect kan de gewasopbrengst verhogen, maar grotere planten zijn niet noodzakelijk voedzamere planten. Sommige streken staan op het punt nieuwe landbouwgebieden te worden, maar op veel plaatsen zal dat een traag en duur proces zijn ¬ in Siberië bijvoorbeeld. De nieuwe landbouwbedrijven zullen ook veel werknemers moeten aantrekken en huisvesten. Zij zullen massaal een beroep moeten doen op immigranten, iets waar de autochtonen wellicht niet blij mee zullen zijn. Al met al zullen vooral de nu al rijke landen profiteren van dat aspect van de klimaatverandering. Arme landen, die nu afhankelijk zijn van inkomsten uit de export van landbouwproducten, zullen zich nog meer aanpassen. Zij zullen moeten zoeken naar manieren om hun gewassen bestand te maken tegen de hogere temperaturen, bijvoorbeeld door de veredeling van gewassen, een betere irrigatie en de bescherming tegen zwaar weer.Zowel rijke als arme landen zouden prioriteit moeten geven aan het verminderen van de hoeveelheid voedsel die wordt verspild. Het alternatief zal een wereld zijn met meer honger en ongelijkheid, terwijl het ook anders had gekund.