De koning heeft een veldslag verloren, maar iedereen moet de rust bewaren: " Ruhe ist die erste Bürgerpflicht." Met die woorden kondigde de gouverneur van Berlijn, Graaf Friedrich Wilhelm von der Schulenburg op 18 oktober 1806 de nederlaag aan van het Pruisische leger tegen Napoleon in de slag bij Jena en Auerstedt. Berlijn werd bezet door het Franse leger en de koning van Pruisen sloeg op de vlucht naar Koningsbergen, vandaag het Russische Kaliningrad.

Een staat appelleert slechts aan de burgerplicht in tijden van hoge nood, zoals bij oorlogen, natuurrampen of epidemieën. De corona-epidemie confronteert ons met de vraag hoe het met onze zin voor verantwoordelijkheid en burgerplicht staat in onze postmoderne, hoogontwikkelde en doodverwende consumptie- en welvaartsmaatschappij.

Het beeld oogt niet fraai. Het lijkt erop dat de eeuwige strijd tussen het goede en het kwade in de mens gekristalliseerd wordt in de verplichting om een mondmasker te dragen. In Frankrijk werd een buschauffeur doodgeranseld door twee nozems die weigerden een mondmasker op te zetten. In Duitsland leveren losgeslagen bendes van anticoronafanatici veldslagen met de politie omdat ze niet alleen weigeren mondmaskers te dragen maar ook de afstandsregels niet wensen te respecteren.

Complottheorieën tieren welig op sociale media en sommigen claimen onder het mom van hun grondwettelijke vrijheid het recht om alle maatregelen straal te negeren. Maar geen enkele democratische grondwet geeft de mensen het recht zich van den domme te houden. De rechtstaat beschermt de vrijheid van mening, maar niet de vrijheid van feiten. Eigenzinnige, betweterige en egoïstische onwetendheid is een vorm van maatschappelijke intolerantie. Je mag leugens geen waarheid en waarheid geen leugens noemen.

Misschien moeten we alle coronarebellen in quarantaine sturen naar Kaliningrad. Dat was de stad waar de beroemde Duitse filosoof Immanuel Kant leefde. Daar kunnen ze kennismaken met zijn categorische imperatief die eist dat de manier waarop men zijn eigen handelen legitimeert, voor iedereen moet kunnen gelden. We willen geen mensen die op de tram stappen zonder een mondmasker, want zulke ' free riders' ondermijnen een gezonde samenleving. Zij profiteren graag van de lusten van onze welvaartsmaatschappij, maar duiken snel weg voor de bijbehorende lasten.

Stuur alle coronarebellen in quarantaine naar Kaliningrad.

Aan de ingang van een apotheek las ik: "De regering heeft beslist het dragen van mondmaskers te controleren. Wij rekenen op uw civisme om u hieraan niet constant te moeten herinneren." Dat is een mooi voorbeeld van een appel aan de burgerzin. We houden niet van bestraffing en rekenen erop dat u moreel de juiste keuze maakt. Of zoals dr. Fauci, de hoofdviroloog van de VS, het formuleerde: " I don't know how to say that you should think of others". Wat er van ons gevraagd wordt is geduld, verdraagzaamheid, naastenliefde, stille solidariteit en ongevraagd met elkaar rekening houden. Het goede bestaat niet tenzij men het doet.

De helden van deze tijd zijn de mensen die zich geroepen voelen of gewoon hun burgerplicht doen: de hulpkracht in een rusthuis, het verplegend personeel, de artsen, de kuisvrouwen in zorginstellingen en de kassiersters in supermarkten en nog vele anderen, zoals de politie die aanvankelijk zonder gepaste bescherming dapper haar taak volbracht.

De grote volksschrijver Gerard Reve heeft het ooit treffend verwoord in zijn gedicht Roeping: 'Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar verlamde oude mensen wast, in bed verschoont, en eten voert, zal nooit haar naam vermeld zien. Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert, ziet 's avonds reeds zijn smoel op de tee vee. Toch goed dat er een God is.'

De koning heeft een veldslag verloren, maar iedereen moet de rust bewaren: " Ruhe ist die erste Bürgerpflicht." Met die woorden kondigde de gouverneur van Berlijn, Graaf Friedrich Wilhelm von der Schulenburg op 18 oktober 1806 de nederlaag aan van het Pruisische leger tegen Napoleon in de slag bij Jena en Auerstedt. Berlijn werd bezet door het Franse leger en de koning van Pruisen sloeg op de vlucht naar Koningsbergen, vandaag het Russische Kaliningrad. Een staat appelleert slechts aan de burgerplicht in tijden van hoge nood, zoals bij oorlogen, natuurrampen of epidemieën. De corona-epidemie confronteert ons met de vraag hoe het met onze zin voor verantwoordelijkheid en burgerplicht staat in onze postmoderne, hoogontwikkelde en doodverwende consumptie- en welvaartsmaatschappij. Het beeld oogt niet fraai. Het lijkt erop dat de eeuwige strijd tussen het goede en het kwade in de mens gekristalliseerd wordt in de verplichting om een mondmasker te dragen. In Frankrijk werd een buschauffeur doodgeranseld door twee nozems die weigerden een mondmasker op te zetten. In Duitsland leveren losgeslagen bendes van anticoronafanatici veldslagen met de politie omdat ze niet alleen weigeren mondmaskers te dragen maar ook de afstandsregels niet wensen te respecteren. Complottheorieën tieren welig op sociale media en sommigen claimen onder het mom van hun grondwettelijke vrijheid het recht om alle maatregelen straal te negeren. Maar geen enkele democratische grondwet geeft de mensen het recht zich van den domme te houden. De rechtstaat beschermt de vrijheid van mening, maar niet de vrijheid van feiten. Eigenzinnige, betweterige en egoïstische onwetendheid is een vorm van maatschappelijke intolerantie. Je mag leugens geen waarheid en waarheid geen leugens noemen. Misschien moeten we alle coronarebellen in quarantaine sturen naar Kaliningrad. Dat was de stad waar de beroemde Duitse filosoof Immanuel Kant leefde. Daar kunnen ze kennismaken met zijn categorische imperatief die eist dat de manier waarop men zijn eigen handelen legitimeert, voor iedereen moet kunnen gelden. We willen geen mensen die op de tram stappen zonder een mondmasker, want zulke ' free riders' ondermijnen een gezonde samenleving. Zij profiteren graag van de lusten van onze welvaartsmaatschappij, maar duiken snel weg voor de bijbehorende lasten. Aan de ingang van een apotheek las ik: "De regering heeft beslist het dragen van mondmaskers te controleren. Wij rekenen op uw civisme om u hieraan niet constant te moeten herinneren." Dat is een mooi voorbeeld van een appel aan de burgerzin. We houden niet van bestraffing en rekenen erop dat u moreel de juiste keuze maakt. Of zoals dr. Fauci, de hoofdviroloog van de VS, het formuleerde: " I don't know how to say that you should think of others". Wat er van ons gevraagd wordt is geduld, verdraagzaamheid, naastenliefde, stille solidariteit en ongevraagd met elkaar rekening houden. Het goede bestaat niet tenzij men het doet. De helden van deze tijd zijn de mensen die zich geroepen voelen of gewoon hun burgerplicht doen: de hulpkracht in een rusthuis, het verplegend personeel, de artsen, de kuisvrouwen in zorginstellingen en de kassiersters in supermarkten en nog vele anderen, zoals de politie die aanvankelijk zonder gepaste bescherming dapper haar taak volbracht. De grote volksschrijver Gerard Reve heeft het ooit treffend verwoord in zijn gedicht Roeping: 'Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar verlamde oude mensen wast, in bed verschoont, en eten voert, zal nooit haar naam vermeld zien. Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert, ziet 's avonds reeds zijn smoel op de tee vee. Toch goed dat er een God is.'