In het land dat van alle Europese lidstaten zowat het best beschermd is tegen koopkrachtverlies, organiseren de vakbonden een dagje staking, komen ze met tienduizenden op straat en eisen ze loonsverhogingen. Nochtans bestaat er een geweldige remedie tegen de collectieve verarming waar onze economie mee te maken krijgt. Die remedie bestaat uit één woord: werken.
...

In het land dat van alle Europese lidstaten zowat het best beschermd is tegen koopkrachtverlies, organiseren de vakbonden een dagje staking, komen ze met tienduizenden op straat en eisen ze loonsverhogingen. Nochtans bestaat er een geweldige remedie tegen de collectieve verarming waar onze economie mee te maken krijgt. Die remedie bestaat uit één woord: werken. Niet dat de inflatieopstoot geen problemen veroorzaakt. Dat hebben we in Trends al eerder aangehaald. De lagere inkomens zien af en krijgen onvoldoende steun. Ondertussen heeft elke Belg wel zijn verwarmingspremie gekregen, zowel de CEO als de poetsvrouw van de CEO. Die premie illustreert perfect waar ons koopkrachtbeleid de mist ingaat. Het maakt geen onderscheid tussen wie elke extra euro hard nodig heeft, en wie wel even op zijn loonindexering kan wachten. Dat maakt het systeem duur, inefficiënt en ontmoedigend voor de lage inkomens. Net dat is van kapitaal belang. Werken zou nooit ontmoedigend mogen zijn. In Vlaanderen is nu goed 75 procent van de bevolking op werkzame leeftijd aan de slag. Aan alles voel je hoe moeilijk het wordt die laatste procenten richting de ultieme doelstelling - 80 procent - te krijgen. Je boort nu het reservoir 'mensen met een issue' aan. Al lang niet meer gewerkt. Een serieuze klap gekregen, mentaal of fysiek. Kort bij de pensioengerechtigde leeftijd. Ontmoedigd tijdens eerdere reactiveringstrajecten. Opgegroeid in een kansarme omgeving. Dat betekent maatwerk voor de arbeidsbemiddelaar en de potentiële werkgever. De kans is groot dat die in verhouding zijn Latijn meer in die profielen zal steken dan in de rest van zijn medewerkers. Toch is er geen andere uitweg. Meer en meer zie je tekorten opduiken in beroepscategorieën die in een normale arbeidsmarkt een opstapje zijn naar beter - en beter betaald - werk. Onze supermarktketens zoeken samen een paar duizend, vaak laaggeschoolde arbeidskrachten. In de zorg staan minstens evenveel vacatures zonder diplomavereiste open. Horecabedrijven beknibbelen op hun openingstijden door personeelstekorten. Stuk voor stuk noodzakelijke jobs, die niemand nog ingevuld krijgt, zodat welvaart verloren gaat. Ze hebben niks met de war for talent te maken, maar het gaat wél om werk. Dat liefst een significant hoger inkomen oplevert dan eender welk vervangingsinkomen. Dat tot overheidsinkomsten leidt in plaats van overheidsuitgaven, en de sociale zekerheid ontlast. In een normaal functionerende arbeidsmarkt verwacht je ook dat de taalgrens een beetje minder absoluut zou worden. Terwijl onze bedrijven bouwvakkers, wegenwerkers of seizoensarbeiders rekruteren in alle uithoeken van de Europese Unie en zelfs daarbuiten, blijft de werkzaamheidsgraad in Brussel en Wallonië ruim onder de 70 procent steken. Geen enkele prikkel krijgen ze daar om in Vlaanderen te komen werken. Nochtans is de krappe arbeidsmarkt en de meer dan gezonde vraag naar arbeid de grote luxe die we in deze economische crisis hebben. Niemand vreest een snelle ineenstorting van de arbeidsmarkt en het daaraan verbonden collectieve inkomensverlies, sociale drama's en zware macro-economische problemen die we ooit wel hebben gekend. Het is dan ook onbegrijpelijk dat onze regeringen en de sociale partners dat typisch Belgische probleem onopgelost laten. Zolang onze arbeidsmarkt matig functioneert, is elke duurzame oplossing voor onze economische uitdagingen mijlenver weg. Denk alleen maar aan onze kwetsbare overheidsfinanciën. Hier leest u waarom het begrotingstekort zelfs bij ongewijzigd beleid steeds sneller blijft groeien. Zolang de werkzaamheidsgraad te laag blijft, zal elke koopkrachtondersteuning ontoereikend of onbetaalbaar blijven. Zolang ook is elke collectieve vakbondsactie niet meer dan onvervalst populisme.