Tommie Smith en John Carlos, ondertussen krasse zeventigers, geven op donderdag, 23 juni, acte de présence aan de KU Leuven. De twee voormalige Amerikaanse atleten ontvangen er namens de faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen een eredoctoraat voor hun wereldwijde verdienste in de strijd tegen racisme en andere vormen van discriminatie.
...

Tommie Smith en John Carlos, ondertussen krasse zeventigers, geven op donderdag, 23 juni, acte de présence aan de KU Leuven. De twee voormalige Amerikaanse atleten ontvangen er namens de faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen een eredoctoraat voor hun wereldwijde verdienste in de strijd tegen racisme en andere vormen van discriminatie. Smith won in een nieuwe wereldrecordtijd goud op de 200 meter op de Olympische Spelen in Mexico Stad, Carlos haalde brons. Wat ze vervolgens op het podium deden, bleef langer nazinderen dan hun sportieve prestatie. Smith en Carlos droegen zwarte handschoenen en stonden in zwarte sokken op het podium. Tijdens het Amerikaanse volkslied staken ze hun gehandschoende vuist in de lucht en bogen ze het hoofd. Zo wilden ze protesteren tegen de discriminatie van zwarten in de Verenigde Staten, en in de sport in het bijzonder. Het was een kantelpunt, stelt Jeroen Scheerder, hoogleraar sportsociologie en hoofd van de onderzoeksgroep Sport- & Bewegingsbeleid van de KU Leuven. Na die Spelen kreeg sport een meer activistische inslag, met de eerste sportsociologen die meenden dat sport ook kon worden ingezet om misstanden aan te klagen. Voor de buitenwereld leek de actie van Smith en Carlos spontaan, maar ze was erg goed voorbereid. JEROEN SCHEERDER. "Zeker, ze wisten heel goed wat ze deden. Smith en Carlos behoorden tot een groep atleten die zich hadden verzameld in het Olympic Project for Human Rights, een initiatief van Harry Edwards, een voormalige discuswerper die ondertussen sociologie doceerde in Berkeley. In navolging van Martin Luther King wilde Edwards via de sport een burgerrechtenbeweging voor de zwarte Amerikanen creëren. Heel zijn leven en werk staan in het teken van de rechten van zwarte sporters, niet alleen Amerikanen, ook Afrikanen."De Spelen waren al onder een ongunstig gesternte begonnen. Voor het eerst werden ze in een zogenoemd ontwikkelingsland georganiseerd, en daar kwam in Mexico veel protest tegen. Een tiental dagen voor de start van de competities doodde de politie tweehonderd tot driehonderd protesterende studenten in Tlatelolco, een buitenwijk van Mexico-Stad. Daar kwam het protest van de zwarte atleten bovenop. De burgerrechtenbeweging stond volop in de belangstelling, zeker na de moorden op Martin Luther King en senator Bobby Kennedy eerder dat jaar." Smith en Carlos werd een iconisch beeld, maar ze hebben er een zware prijs voor betaald. SCHEERDER. "Ze werden door het Internationaal Olympisch Comité onmiddellijk uit het olympisch dorp gezet en geschorst. De twee hebben nooit meer een officiële wedstrijd gelopen, al hun sportieve kansen zijn hen ontnomen. Ze zijn jarenlang met de dood bedreigd, hun beroepskansen en die van hun familieleden werden gefnuikt. Pas in 2007 zijn Smith en Carlos gerehabiliteerd door de sportwereld." Er stond ook nog een derde, witte man op die iconische foto, de winnaar van de zilveren medaille, Peter Norman uit Australië. SCHEERDER. "Ook zijn verhaal is tragisch. Norman bracht de groet niet, maar had wel sympathie voor de beweging. Hij droeg tijdens de ceremonie het insigne van het Olympic Project for Human Rights op zijn trainingspak. Hij werd niet gestraft door het Internationaal Olympisch Comité, maar wel door het Australisch Olympisch Comité. Hij plaatste zich via de trials voor de Spelen van 1972, maar hij werd door Australië niet geselecteerd. Hij kreeg gangreen en vervolgens een depressie, en is nooit gerehabiliteerd. Op zijn begrafenis in 2006 droegen Tommie Smith en John Carlos zijn kist, pas daarna is hij postuum opgenomen in de Australian Hall of Fame, rond dezelfde tijd dat Smith en Carlos werden gerehabiliteerd." Dat lijkt me erg laat. Waarom heeft dat zo lang geduurd? SCHEERDER. "In de geest van de mensen waren ze al lang in ere hersteld, maar veranderingen in de sport gaan soms traag. Die rehabilitatie was niet meer tegen te houden. In die context spreek ik van de 'onttovering' of de 'verwereldlijking' van de sport: sport ontsnapt niet meer aan wat er in de wereld gebeurt, ze maakt er integraal deel van uit. Sport moet zelf aan de slag met heel wat maatschappelijke uitdagingen, waaronder sociale onrechtvaardigheid en ongelijkheid. Af en toe gaat het wel opmerkelijk snel en is de sportwereld onmiskenbaar duidelijk, zoals we onlangs zagen met de uitsluiting van Rusland van internationale sportcompetities, als gevolg van de inval in Oekraïne. De uitsluiting van Zuid-Afrika uit de internationale sport ten tijde van de apartheid is een ander pertinent voorbeeld."Maar het is eerder uitzonderlijk dat de sportwereld een standpunt inneemt dat vrijwel unaniem wordt gevolgd. De georganiseerde sport is toch veeleer behoudsgezind en niet echt de spontane, grote vernieuwer. Dat zie je ook op het gebied van activisme. Sportbobo's zijn daar allergisch voor en stellen dat sport en politiek niets met elkaar te maken hebben, terwijl dat niet waar is natuurlijk. Sport ís politiek, met name een strijd om belangen. In een democratie is er sprake van inspraak en verantwoording, in de sport zie je dat nog niet overal vertaald. Kijk maar wie er bij de internationale sportbonden aan de macht is en hoelang bestuurders zich aan hun stoel vastklampen." Sportbestuurders kwamen de laatste jaren in het vizier van justitie. En ze liggen ook onder vuur bij een deel van de publieke opinie voor het organiseren van Olympische Spelen en Wereldbekers in landen die het niet nauw nemen met de mensenrechten, zoals Qatar. SCHEERDER. "Ik vind het erg opvallend hoe internationale bonden er keer op keer in slagen in regimes met een vaak bedenkelijke reputatie op het gebied van mensenrechten de grootste sporttoernooien en wedstrijden te laten plaatsvinden. Rwanda heeft een autocratisch en autoritair regime, maar we gaan er toch het wereldkampioenschap wielrennen organiseren. Dat is goed voor de wielercultuur in Afrika, redeneren mensen dan. Dat kan, maar ik vind het de omgekeerde wereld: het zou logischer zijn dat anders te doen. Als je lid van de Europese Unie wilt worden, moet je ook voldoen aan bepaalde spelregels inzake democratie en mensenrechten? Anders kom je er niet in. Waarom hanteren we dat principe niet bij het toekennen van internationale sportevenementen?" Dus geen wereldkampioenschap wielrennen in Rwanda, geen Spelen in Sotsji of Peking, en geen Wereldbeker voetbal in Rusland of Qatar? SCHEERDER. "Nee. Sorry. Het volstaat niet dat je economisch in staat bent het te organiseren. Als de mensenrechten niet in orde zijn, vloeit daar voor mij uit voort dat je die grote evenementen niet kunt organiseren. Natuurlijk wordt dan geopperd dat de mensenrechten in Qatar of Rwanda verbeterd zijn. Maar als straks het laatste fluitsignaal is gegeven en de laatste nadar verdwenen is, dan zijn we terug bij af. Wat gaat er veranderen in Qatar? Voetbalfans zullen er nu wel op bepaalde plekken alcohol mogen drinken. Dat is een economische en tijdelijke maatregel. Mannen mogen er niet hand in hand over straat lopen, dat is een fundamentele schending van de mensenrechten. Zijn kussende mannen voor een regime een probleem? Dan gaan we daar geen voetbalfestijn organiseren. Jammer." Je zou ook kunnen zeggen: sport, en zeker voetbal, zet een vergrootglas op de maatschappij, waardoor het zowel de goede als slechte ontwikkelingen in de verf zet. Er is nu extra aandacht voor Qatar. SCHEERDER. "Dat neemt niet weg dat het de wereld op zijn kop is. Als een land een sporttoernooi wil organiseren, moet het eerst zorgen met de mensenrechten in orde te zijn. Maar het idee dat sport ook een detectiefunctie heeft, is interessant. Het FBI gebruikt voetbal in Noord-Afrika en het Nabije Oosten als een soort detector, om te zien of er geweld op komst is, en agenten gaan naar wedstrijden kijken om de politieke temperatuur te meten. Tegelijk heeft sport ook een ventilatiefunctie. Als Franse jongeren met een migratieachtergrond fluiten tijdens het spelen van de Marseillaise, kun je bestraffend optreden. Maar je kunt het ook zien als een belangrijk signaal van die jongeren dat ze niet langer als een restcategorie in hun geboorteland behandeld willen worden. De vuisten van Tommie Smith en John Carlos hadden dezelfde signaalfunctie tegenover de wereldgemeenschap: er loopt iets heel erg fout in ons land, daar moet iets aan gebeuren." Meer dan een halve eeuw na Smith en Carlos blijkt er soms weinig veranderd. Colin Kaepernick, de American-footballspeler die tijdens het volkslied knielde uit solidariteit met de Black Lives Matter-beweging, is nog altijd geschorst door de National Football League (NFL). SCHEERDER. "Ik zou toch oppassen met de conclusie dat er niet zo veel veranderd is. Er zijn zeker parallellen, zoals president Donald Trump die er als de kippen bij was om Kaepernick te veroordelen. En dat Kaepernick vijf jaar na die feiten nog altijd geen nieuw contract heeft gekregen, zegt veel over de NFL. Anderzijds zijn er ook organisaties, zoals de NBA die het basketbal in de Verenigde Staten organiseert, die zich niet alleen veel gematigder opstellen, maar zelfs het activisme van hun sterren omarmen. Iemand als LeBron James, die zich uitspreekt voor sociale rechtvaardigheid en tegen racisme, krijgt een forum en ondersteuning van de NBA. Daar is de NFL nog niet klaar voor. Wat wel een groot verschil is: de Amerikaanse samenleving is nu veel meer verdeeld, er is een grote groep mensen die de knielactie van Kaepernick veroordeelt." Hij kreeg wel de steun van Nike, in een opmerkelijke spot. Moedig, of commercieel goed gezien? SCHEEERDER. "Natuurlijk heeft Nike daar vanuit zijn marketingstrategie over nagedacht. Wellicht slaat het twee vliegen in één klap, zowel financieel als sociaal. Er is immers de onmiskenbare evolutie dat naast overheden en vzw's vandaag ook bedrijven duidelijk moeten maken waar ze maatschappelijk voor staan. Ze zijn er niet alleen om winst te maken voor zichzelf, maar hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Er wordt van bedrijven verwacht dat ze iets teruggeven aan de samenleving. Dat kan op verschillende manieren. Door lichaamsbeweging bij hun medewerkers te promoten of door zelf sportevenementen te organiseren dragen bedrijven bij tot het gezondheidsbeleid. "Sport voor een sociaal doel bestaat al veel langer, denk maar aan Sport Aid in de jaren tachtig ter bestrijding van de hongersnood in Afrika. Vandaag hebben heel wat bedrijven een volwaardige CSR-werking (corporate social responsibility, nvdr). Daarin speelt sport vaak een belangrijke rol. Het verklaart ook waarom we in onze opleiding een volwaardig vak 'maatschappelijk verantwoord ondernemen en innoveren in de sport' hebben opgenomen. Voor toekomstige sportmanagers is verantwoord ondernemen bijna een vanzelfsprekendheid."