De voorbije weken doken met de regelmaat van een klok foto's op van de schrijnende situatie in een aantal Belgische gevangenissen. De penitentiaire infrastructuur dateert niet meer van de twintigste maar van de negentiende eeuw. Hoe is dit mogelijk in een land waar de overheidsuitgaven met meer dan 50 procent van het bruto binnenlands product (bbp) nog altijd tot de vierde hoogste van Europa behoren? Enkel in Finland, Frankrijk en Denemarken liggen de overheidsuitgaven hoger.
...

De voorbije weken doken met de regelmaat van een klok foto's op van de schrijnende situatie in een aantal Belgische gevangenissen. De penitentiaire infrastructuur dateert niet meer van de twintigste maar van de negentiende eeuw. Hoe is dit mogelijk in een land waar de overheidsuitgaven met meer dan 50 procent van het bruto binnenlands product (bbp) nog altijd tot de vierde hoogste van Europa behoren? Enkel in Finland, Frankrijk en Denemarken liggen de overheidsuitgaven hoger.De verklaring is eenvoudig. Investeren in betere of nieuwe gevangenissen was jarenlang taboe voor links, de PS voorop. Want een gevangenis, dat is repressie en dus rechts. De voorbije kwarteeuw ging de aandacht vooral naar de stijging van de sociale uitgaven. In 1990 bedroegen de sociale uitgaven 23 procent van het bbp. De jaren daarop bleven ze stijgen om halverwege de jaren negentig rond 25 procent te schommelen. De piek was toen zeker nog niet bereikt. Bij het aantreden van de huidige federale regering bedroegen de sociale uitgaven bijna 30 procent van het bbp. De stijging is uiteraard voor een deel te verklaren door de oplopende vergrijzingskosten. Maar er is meer. Sinds 2008 stijgen de sociale uitgaven sterker dan de economische groei. Dat heeft alles te maken met de regeringsmaatregelen om de sociaaleconomische schok van de financiële crisis op te vangen. In België bleef de negatieve impact van de crisis - zowel op de groei als op de tewerkstelling - gelukkig beperkt. Tijdskrediet werd massaal gebruikt, brugpensioen bleef aantrekkelijk, het systeem van tijdelijke werkloosheid werd versoepeld en de banencreatie viel niet stil, al was dat vooral te danken aan de door de overheid gesubsidieerde sectoren zoals de non-profit en de dienstencheques. Na de crisis heeft men echter lange tijd nagelaten het geweer van schouder te veranderen. Wanneer de economie weer aantrok, moest het beleid worden gericht op privatebanencreatie. Dat kan via een loonkostenverlagingen en via een hervorming van de arbeidsmarkt (strenger brugpensioen, degressieve werkloosheidsuitkering). De regering-Di Rupo (2011-2014) gaf een aanzet, maar die was te beperkt. De regering-Michel probeert daar nu op verder te bouwen. Maar de Belgische werkzaamheidsgraad van 67 procent ligt nog altijd te laag.De hoge sociale uitgaven legden jarenlang een zwaar beslag op de overheidsfinanciën. Dat duurt voort tot vandaag. Onder de regeringen-Dehaene in de jaren negentig werd dat probleem opgelost door de belastingen te verhogen. Dat feest kon niet blijven duren aangezien de fiscale druk in België op een bepaald moment tot de hoogste van Europa behoorde. Onder druk van het Europees Stabiliteitspact waren besparingen onvermijdelijk. En die werden de voorbije jaren weldegelijk doorgevoerd, ook onder de regering-Di Rupo. Maar in entiteit 1 (de federale overheid en de sociale zekerheid) bleef de sociale zekerheid aanvankelijk buiten schot en situeerden die besparingen zich vooral bij de federale overheid met het zeer langzaam afbouwen van het ambtenarenapparaat en andere besparingen bij de overheidsdiensten, waar justitie en veiligheid onder vallen.Al moet ook dat niet overdreven worden. Ondanks de verhalen dat er geen geld meer gestoken wordt in openbare veiligheid en justitie is België een goede middenmotor. De overheidsuitgaven voor openbare orde en veiligheid bedragen 1,9 procent van het bbp. Dat is het Europese gemiddelde. Wel zou eens kunnen worden nagegaan hoeveel daarvan louter personeelskosten zijn. Die 1,9 procent van het bbp voor veiligheid en openbare orde is interessant, want dat is iets minder dan de overheidsuitgaven voor werkloosheidsuitkeringen (waaronder ook brugpensioen): 2 procent van het bbp. Welk land in de wereld kan zeggen dat het minder uitgeeft aan veiligheid dan aan werkloosheidsuitkeringen? Feit is dat er aan de sociale zekerheid met haar waterhoofd tot anderhalf jaar geleden weinig of niets werd gedaan. De groeinorm in de gezondheidszorg is pas onlangs naar 1,5 procent van het bbp gedaald, het brugpensioen zal op termijn uitdoven, absurde systemen zoals de royale wachtuitkering voor schoolverlatersworden beperkt in de tijd, zelfs de ambtenarenpensioenen worden door de regering-Michel langzaam maar zeker hervormd. De tijd dat alles moest wijken voor de sociale uitgaven is blijkbaar voorbij. Maar er is nog een lange weg te gaan vooral het sociaal overheidsbeslag aanvaardbare proporties zal aannemen.