Met een lijstje organisatorische restricties voor het onderwijs proberen de federale regering en de regionale ministers van Onderwijs de gelederen tegen covid-19 opnieuw te sluiten. Dat gaat gepaard met gemor. Zo wil Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) in geen geval de paasvakantie een week vroeger laten beginnen. Hij ziet liever dat de leerkrachten prioritair worden gevaccineerd. De scholenkoepels wijzen dan weer naar de rol van andere sectoren in de exponentieel stijgende besmettingscijfers.

Allemaal begrijpelijk, alleen dreigt nu een gevaarlijke besluiteloosheid. Er moet wel degelijk iets gebeuren om de stijgende coronacijfers een halt toe te roepen. Het gangbare discours - scholen zo lang mogelijk open houden in een poging de leerachterstand te beperken - is op dit moment de verkeerde prioriteit. Met een exponentieel groeiend aantal dagelijkse besmettingen is de dringende vraag vooral hoe we, in afwachting van hun vaccinatie, de kwetsbare mensen uit het ziekenhuis kunnen houden.

Scholen zo lang mogelijk open houden, is op dit moment de verkeerde prioriteit.

Dat de versoepelingen van de jongste weken tot meer besmettingen zouden leiden, is logisch. Zolang dat binnen de perken bleef, viel dat ook te verantwoorden. Nu de besmettingscijfers te snel stijgen, ligt dat anders. De echte vraag is dan ook waar het strenger moet.

Het is blijkbaar moeilijker om het op te nemen voor ondernemers op de rand van het faillissement dan voor scholen die toch al gedeeltelijk afstandsonderwijs geven. Eigenlijk is dat absurd. De besluiteloosheid van de regering kan wel eens uitdraaien op een uitstel van het zogenaamde rijk der vrijheid. Moegetergde horeca-ondernemers, artiesten en zelfstandigen zien intussen hun betalingsproblemen toenemen. Voor hen dreigt de fixatie op open schoolpoorten de genadeslag te worden. In een land waar de economie drijft op kmo's is dat een aanslag op een van zijn belangrijkste grondstoffen: ondernemingszin. Dat weegt een pak zwaarder dan een extra weekje leerachterstand.

Met een lijstje organisatorische restricties voor het onderwijs proberen de federale regering en de regionale ministers van Onderwijs de gelederen tegen covid-19 opnieuw te sluiten. Dat gaat gepaard met gemor. Zo wil Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) in geen geval de paasvakantie een week vroeger laten beginnen. Hij ziet liever dat de leerkrachten prioritair worden gevaccineerd. De scholenkoepels wijzen dan weer naar de rol van andere sectoren in de exponentieel stijgende besmettingscijfers. Allemaal begrijpelijk, alleen dreigt nu een gevaarlijke besluiteloosheid. Er moet wel degelijk iets gebeuren om de stijgende coronacijfers een halt toe te roepen. Het gangbare discours - scholen zo lang mogelijk open houden in een poging de leerachterstand te beperken - is op dit moment de verkeerde prioriteit. Met een exponentieel groeiend aantal dagelijkse besmettingen is de dringende vraag vooral hoe we, in afwachting van hun vaccinatie, de kwetsbare mensen uit het ziekenhuis kunnen houden. Dat de versoepelingen van de jongste weken tot meer besmettingen zouden leiden, is logisch. Zolang dat binnen de perken bleef, viel dat ook te verantwoorden. Nu de besmettingscijfers te snel stijgen, ligt dat anders. De echte vraag is dan ook waar het strenger moet. Het is blijkbaar moeilijker om het op te nemen voor ondernemers op de rand van het faillissement dan voor scholen die toch al gedeeltelijk afstandsonderwijs geven. Eigenlijk is dat absurd. De besluiteloosheid van de regering kan wel eens uitdraaien op een uitstel van het zogenaamde rijk der vrijheid. Moegetergde horeca-ondernemers, artiesten en zelfstandigen zien intussen hun betalingsproblemen toenemen. Voor hen dreigt de fixatie op open schoolpoorten de genadeslag te worden. In een land waar de economie drijft op kmo's is dat een aanslag op een van zijn belangrijkste grondstoffen: ondernemingszin. Dat weegt een pak zwaarder dan een extra weekje leerachterstand.