Het moderne gebouw van de KBR - de nieuwe naam van de Koninklijke Bibliotheek van België - is een vertrouwd gezicht voor de duizenden mensen die elke dag passeren aan de Kunstberg in hartje Brussel, vlak bij Bozar, het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. En toch heeft slechts een kleine minderheid van die voorbijgangers er ooit een voet binnen gezet, of een van de schatten gezien die er worden bewaard. Dat is ook niet zo eenvoudig. Wie in de KBR een boek of een prent wil consulteren, moet zich eerst registeren. Het vergt daarna heel wat voorkennis om de interessantste delen van de enorme verzameling van de bibliotheek op te diepen. Om de belangrijkste collectiestukken te kunnen zien, is vaak een speciale toestemming nodig.
...

Het moderne gebouw van de KBR - de nieuwe naam van de Koninklijke Bibliotheek van België - is een vertrouwd gezicht voor de duizenden mensen die elke dag passeren aan de Kunstberg in hartje Brussel, vlak bij Bozar, het Muziekinstrumentenmuseum (MIM) en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België. En toch heeft slechts een kleine minderheid van die voorbijgangers er ooit een voet binnen gezet, of een van de schatten gezien die er worden bewaard. Dat is ook niet zo eenvoudig. Wie in de KBR een boek of een prent wil consulteren, moet zich eerst registeren. Het vergt daarna heel wat voorkennis om de interessantste delen van de enorme verzameling van de bibliotheek op te diepen. Om de belangrijkste collectiestukken te kunnen zien, is vaak een speciale toestemming nodig. De KBR is de grootste bewaarbibliotheek van België - uitlenen is niet mogelijk. De bibliotheek bezit 8 miljoen boeken en andere documenten, die worden bewaard in een netwerk van rekken dat 110 kilometer lang is. De collectie middeleeuwse handschriften - waaronder de librije van de hertogen van Bourgondië - behoort tot de belangrijkste ter wereld. Het Prentenkabinet bezit 1 miljoen prenten en tekeningen. Vooral de Bruegel-verzameling is uniek: van elke gravure van Pieter Bruegel de Oude heeft de instelling minstens één afdruk, en vaak zijn er verschillende. En de collecties groeien nog altijd aan. Een van de nieuwste aanwinsten zijn het archief en de platencollectie van de jazzmuzikant Toots Thielemans. Maar ook daar zal de bezoeker niet gauw in kunnen snuffelen. De KBR lijkt wel een topmuseum waarvan de hele verzameling in de reserves zit (zie kader Vijf schatten van de KBR). "Het grote publiek kent ons niet. Mensen vinden het gebouw heel gesloten. Niet ten onrechte: als je op citytrip in Brussel was, kon je hier niets komen doen", beseft algemeen directeur ad interim Sara Lammens (40). "28 procent van onze 100.000 jaarlijkse bezoekers zijn onderzoekers. Zij zijn ons kernpubliek, we willen hen heel goed verzorgen. 43 procent van ons publiek zijn studenten. De meesten komen hier alleen studeren, ze consulteren niets. 14 procent van de bezoekers woont hier een conferentie of een ander evenement georganiseerd door derden bij. Zij weten soms niet eens dat ze in de KBR zijn en krijgen geen enkel collectiestuk te zien. Een duurzaam model is dat niet." "We bewaren een ongelooflijk patrimonium waar we heel veel mensen - ook gewone cultuurliefhebbers - een geweldig plezier mee kunnen doen. Elk jaar passeren 7 miljoen toeristen in Brussel (van wie 3,7 miljoen verblijfstoeristen, nvdr). Zo is het idee ontstaan: laat ons proberen die groep te bereiken. We moeten die collecties tonen. Binnen enkele jaren moet het publiek weten dat de KBR een plek is waar je documenten kunt bestuderen, maar waar je ook tentoonstellingen kunt bezoeken en erfgoed van wereldniveau kunt bewonderen." Tentoonstellingen organiseerde de KBR vroeger ook al, maar die richtten zich vaak tot experts. "Van onderzoekers werd soms verwacht dat ze na afloop van hun project een tentoonstelling opzetten", herinnert Sara Lammens zich. "Een communicatiedienst hadden we niet. We waren dan heel verbaasd dat er geen publiek op afkwam. We dachten dat onze collecties zo fantastisch waren dat de mensen vanzelf wel zouden komen." De KBR gooit het nu over een andere boeg. In het gerenoveerde achttiende-eeuwse paleis van landvoogd Karel van Lotharingen, waar ook het Prentenkabinet is gevestigd, opende deze week een ambitieuze tentoonstelling met alle prenten van Pieter Bruegel de Oude. De gotische kapel in het hart van de bibliotheek - de enige restant van het middeleeuwse paleis van de graven van Nassau op de Kunstberg - wordt tegen mei 2020 omgebouwd tot een permanent museum, waar kunstliefhebbers topstukken uit de librije van de Bourgondische hertogen kunnen zien. De Regie der Gebouwen, de vastgoedbeheerder van de federale overheid, investeert 3,3 miljoen euro in het project. En terwijl de KBR een federale wetenschappelijke instelling is, draagt ook Toerisme Vlaanderen 3,5 miljoen euro bij. Die investering past in de strategie van het Vlaamse agentschap om internationale toeristen naar Vlaanderen en Brussel te lokken die de tijd willen nemen om hun bestemming te ontdekken en musea te bezoeken. De inbreng van Toerisme Vlaanderen lag moeilijk in de tweetalige instelling die de KBR is. "Het was toen misschien nog verrassend dat een federale wetenschappelijke instelling een dossier indiende bij Toerisme Vlaanderen", zegt Sara Lammens. "Wij hebben ook aangeklopt bij het Waals en het Brussels Gewest, maar zij hadden andere prioriteiten. We klagen al heel lang dat onze dotatie onvoldoende is. Ik zit in de fase dat ik zeg: het maakt mij niet meer uit waar het geld vandaan komt, als we er maar interessante dingen mee kunnen doen en onze collectie er breder toegankelijk mee kunnen maken. Toerisme Vlaanderen is ook veel meer dan een geldschieter. Het heeft een geweldig internationaal netwerk, dat wij niet hebben. Het promoot het erfgoedtoerisme naar Vlaanderen en Brussel, en wij hebben dat geweldige patrimonium. We zijn een goede match." Sara Lammens hoopt dat er 100.000 bezoekers afkomen op de Bruegel- expo. "Dat is heel veel naar onze normen. Maar we hebben een goede tentoonstelling. We gaan goed communiceren. De infrastructuur is grondig aangepast. Het publiek is goed opgewarmd door de grote Bruegel-retrospectieve in Wenen. Als het nu niet werkt..." De expo is niet eenmalig. De KBR organiseert voortaan elk jaar een tijdelijke tentoonstelling in het paleis van Karel van Lotharingen, behalve in 2020, wanneer het museum opengaat. Het museum zal zijn opstelling geregeld vernieuwen. Dat moet ook: middeleeuwse miniaturen zijn te gevoelig voor licht om ze langer dan drie maanden te kunnen tonen, daarna moet het handschrift worden gewisseld. Sara Lammens maakt zich sterk dat de verzameling groot genoeg is om die rotatie vol te houden. "We hebben ongeveer 300 van die manuscripten en we hebben waardevolle handschriften die niet tot de librije behoorden. We kunnen de collectie ook aanvullen met bruiklenen. Met het J. Paul Getty Museum in Los Angeles hebben we al afgesproken dat hun handschriften naar Brussel komen." In die twee tentoonstellingsruimtes kan de KBR nog altijd maar een kleine fractie van haar collectie tonen. Daarom is de digitalisering van haar patrimonium de tweede grote werf waarmee ze haar bezit toegankelijk wil maken voor het grote publiek. De instelling is daar al mee bezig sinds 2006, maar nog altijd is nog maar een tiende van de verzameling online beschikbaar. "Als we in dit tempo doorgaan, zijn we over 135 jaar klaar. Ik zal het niet meer meemaken", beseft Sara Lammens. "Kranten waren vanaf het begin een topprioriteit. Als we die niet digitaliseren, teren die gewoon wég. We hebben al 4 miljoen krantenpagina's online gezet, maar dat is nauwelijks 3 procent van de pagina's die we hier hebben. Daarnaast geven we voorrang aan unieke collecties, topstukken en delen van de verzameling die het voorwerp zijn van een onderzoeksproject, zoals de Bruegel-prenten. Digitaliseren is complex en tijdrovend. Een middeleeuws manuscript inscannen is handwerk. Bovendien willen wij garant staan voor kwaliteit. Als we een document online zetten, zetten we daar een wetenschappelijk onderbouwde beschrijving bij. De scans die we beschikbaar stellen, zijn hoogkwalitatieve beelden." In de onlinecatalogus is maar de helft van de collectie terug te vinden. "We weten wat we hebben, maar thuis aan je keukentafel zal je maar de helft van ons bezit vinden. Voor de andere helft moet je je nog altijd naar de bibliotheek verplaatsen en een paar uren in de fichebakken komen zoeken", zegt Sara Lammens. "Ook dat is een prioriteit: de catalogus zo veel mogelijk online zetten. Ook dat kun je moeilijk volledig automatiseren. Het is een enorm werk." Intussen kunnen lezers wel al elektronisch documenten opvragen. Tot voor een jaar moesten ze daarvoor nog met de hand fiches invullen. De digitale revolutie heeft nog andere gevolgen voor de bibliotheek. Een van de opdrachten van de KBR is alle publicaties te verzamelen die in België verschijnen. Sinds vorig jaar geldt dat verplichte wettelijke depot ook voor elektronische publicaties. "In veel landen in Europa bestaat dat al langer. De regering in lopende zaken heeft de uitvoeringsbesluiten niet meer rond gekregen, maar we zijn alvast gestart met het verzamelen van digitale publicaties, zonder een verhoging van onze dotatie", zegt Sara Lammens. "België is een van de weinige landen in Europa die nog geen websites archiveren. Dat kunnen wij niet aan, behalve als de volgende minister ons daar extra financiering voor geeft." "Het beheer van een digitale collectie is iets helemaal anders dan het beheer van een papieren collectie", benadrukt Sara Lammens. "De toegang tot elektronische wetenschappelijke publicaties en databanken is vaak duur en complex. Ook open access (het gratis online ter beschikking stellen van wetenschappelijke publicaties en data, nvdr) is een moeilijke opdracht. Maar de wereld verandert. Ook wij moeten veranderen." Om te veranderen zijn IT'ers nodig, maar die heeft de KBR te weinig. "We vinden die heel moeilijk bij de federale overheid. We kunnen niet op tegen de voorwaarden die de privésector biedt", zegt Sara Lammens. "Vaak weten we wel wat er moet gebeuren, maar vinden we de juiste profielen niet. Het digitaliseringsproces moeten we bijvoorbeeld efficiënter organiseren, zodat we meer documenten ter beschikking kunnen stellen. Daarvoor doen we nu een beroep op een extern consultancybureau. Maar dat is duur." "De overheid investeert nog te weinig in de digitalisering van haar erfgoed. In de vorige regering was er een minister voor Digitale Agenda (Alexander De Croo, Open Vld, nvdr). Ik vond dat hoopgevend, maar voor ons heeft dat concreet nog niets betekend. Vroeger kon je nog op Europees niveau middelen vinden. Dat is voorbij: iedereen vindt dat digitaliseren een basisopdracht is geworden. En terecht natuurlijk. Inkomsten halen uit de data die we online zetten, willen we niet. Dat zou indruisen tegen onze opdracht als openbare dienstenverlener." Sara Lammens hoopt dat de nieuwe regering extra investeert in digitalisering. Maar het is twijfelachtig of ze er budget bij krijgt. Onder de regering- Michel moesten alle federale wetenschappelijke instellingen 12 procent inleveren op hun personeel, 20 procent op hun werkingskosten en 33 procent op hun investeringen. Verdere besparingen lijken waarschijnlijker. "Die besparingen gingen tot op het bot", stelt Sara Lammens. "Daarom zeg ik: nu moet het stoppen." "Van onze dotatie van 15 miljoen euro gaat 11 miljoen euro naar het personeel (de KBR heeft 260 medewerkers, nvdr), 2 miljoen euro naar de werkingsuitgaven en 1 miljoen euro naar energie. Daardoor blijft slechts 1 miljoen euro over om boeken te kopen. Sommige diensten zijn onderbezet. We kunnen onze grote digitale achterstand niet ophalen. We kunnen ons niet meer permitteren dat onze wetenschappelijke medewerkers de hele dag onderzoek doen naar de collecties. Belangrijke erfgoedstukken die op de markt komen, kunnen we niet meer kunnen kopen." Het Rekenhof stelde vorig jaar in een rapport vast dat de federale wetenschappelijke instellingen onvoldoende middelen krijgen om hun taken uit te voeren. Maar het brengt niets op daarover te klagen, benadrukt Sara Lammens. "De voorbije jaren zijn de federale wetenschappelijke instellingen vooral in het nieuws gekomen met verhalen over ontoereikende budgetten en lekkende daken. ' La science belge risque la faillite', stond in mei boven een analyse in L'Echo. Dat vind ik verschrikkelijk. Daar wil ik niet aan meedoen. Welke minister zal nog zin hebben om zich met ons bezig te houden na alles wat er gezegd is? Ja, er zijn problemen, maar laat ons ook eens het potentieel van de federale wetenschappelijke instellingen belichten. We hebben fantastische collecties en er staan projecten op stapel die enorm veel mensen kunnen bereiken en de uitstraling van ons land kunnen helpen vergroten. Daar wil ik samen met de nieuwe minister aan bijdragen."